Ingezonden brieven

Grrr 2

Vrouwen vooruit?



 


 


Ongewild bevestigde de cartoon het vooroordeel dat hij moest doorprikken. In ‘Gummbahs Millennium Topvijf’ stond nummer drie de denkbeeldige filosofe Annelotte Blamma. Met haar boek Het is allemaal wat bewees zij volgens het onderschrift ‘dat het hebben van joekels van tieten, met tepels als karrenwielen, het nadenken over de “dingen des levens” niet per se in de weg hoeft te staan’ (de Volkskrant, 29 december 1999). Arme Anna Blaman en andere vrouwen die hebben bijgedragen aan de feministische bewustwording! Nog steeds worden ze afgerekend op het formaat van hun voorgevel.


De tekening verscheen praktisch tegelijk met het dubbeldikke kerstnummer van De Groene Amsterdammer over het thema ‘Vrouwen vooruit! De aanstaande triomf van de Tweede Sekse’. Het blad bracht bovendien een artikel in mijn herinnering van de politicologe Elisabeth Kool over ‘Het seksloze mannenlijf’ (de Volkskrant, 13 november 1999). Kool constateert daarin dat vrouwen nooit hebben geleerd ‘kijklustig’ met mannen om te gaan. Mannen op hun beurt zijn geobsedeerd door macht en hebben niet geleerd zich kijkgeil voor vrouwen te gedragen. Zij kleden zich in saaie uniforms en als zij iets showen zijn het hun spieren, niet hun lichaam en hun zin in seks. Ergo: een mannenlijf is voor een heterovrouw lang niet zo opwindend als haar lijf is voor een man. De schrijfster roept in navolging van de seksuologe Hilde van der Ploeg op tot een ‘seksuele revolutie van de kijklustige vrouw’. Het mannelijke geslacht kan aan die revolutie bijdragen door duidelijker te worden in de verbeelding van eigen lusten en lichaamsplezier.


Het is allemaal wat. Net als andere maatschappelijke gedragsvormen zijn seksuele codes sterk cultuurbepaald. Een aristocratische cultuur bijvoorbeeld, leert Johan Huizinga, is hard en adverteert haar verlangens niet. Om krachtig te zijn, kan zij ‘de uitstorting van gevoel’ slechts in stijlvolle vormen dulden. Zo’n cultuur is ook schaamtevol in het zenden van lustsignalen. Zeker, dat is verleden tijd. Maar bij de winst die er is geboekt met de democratisering van het lustprincipe kan men zijn vraagtekens zetten. Het was steeds de mannelijke blik die tot dusver de beeldvorming bepaalde, daarin onderschrijf ik de visie van Kool en anderen. Wat mij in haar oproep echter schrik inboezemt is dat zij niets anders wil doen dan diezelfde mannelijke blik te implanteren in het bewustzijn van de vrouw. Ook de vrouw moet erotisch leren kijken en de man moet haar blikken beantwoorden door zich lustvol te gedragen. Want, meent Kool, seksuele prikkeling werkt volgens hetzelfde principe als ‘zien eten doet eten’. Karin Spaink voegt daar in de kerst-Groene nog een verheugende mededeling aan toe: ‘De ejaculatie is niet louter voorbehouden aan de man.’ Ook vrouwen kunnen spuiten als ze klaarkomen.


In de jaren zestig en zeventig waren er moedige feministen die weigerden te paraderen op de regie van de wellustige mannelijke blik. Soms denk ik daar met nostalgie aan terug (met de gedachte ook: waar zijn zij toch op dit moment?), als ik op scherm, straat en glanspapier ongevraagd word geconfronteerd met uitbundig geschapen — of herschapen — dames die mij per se moeten overtuigen van de ‘verbeelding van lust en eigen-lichaamsplezier’. Gelukkig hebben we met Gummbah geleerd dat zij nog kunnen nadenken ook. Is het vreemd dat vrouwen nu willen weten wat zij met een mannenlichaam aan moeten? Is het gek dat zij juichen nu zij met Karin Spaink hebben ontdekt dat zij sprietsen en sproeien als zij klaarkomen? Ejaculati! Net als mannen!


De Italiaanse cineast en cultuurcriticus Pier Paolo Pasolini heeft indertijd gewaarschuwd voor de vergissing de moderne genotscultuur te verwisselen met een paradijs. Een wereld die is gebaseerd op uitsluitend die ene boodschap van zin in seks, maakt in feite een einde aan alle zin in seks. Straks zijn wij zo gedresseerd volgens het principe van ‘zien eten doet eten’, dat we alleen nog eten wat de pot schaft. Bij een tuin der lusten stel ik me iets anders voor! Er zijn trouwens weinig menselijke dingen zo makkelijk manipuleerbaar als de kijklust. Onze blik is niet van onszelf. Elke salesmanager kan dit axioma in zijn slaap prevelen: kijklust is kooplust. Intussen zijn we zover dat elk product door middel van seksuele signalen aan de man wordt gebracht, of het nu een flitsende auto is, een whirlpool, een zak chips, of een boek waarin wordt nagedacht over ‘de dingen des levens’. Het laatste territorium dat nog onontgonnen was, is dus het ‘seksloze mannenlijf’. De seksloosheid waarover Kool klaagt, is die van het donkergekleurde pak en het eeuwige overhemd. Maar zo eeuwig is dit ‘saaie uniform’ niet. Veel van onze modeattributen zijn ontleend aan historische culturen waarin vermoedelijk een spannender spel werd gespeeld met erotische codes dan tegenwoordig. Bij de gedragscode van de gentleman hoorde het uiting geven aan voornaamheid en fatsoen. Dat wij daar nu louter machtsvertoon achter zien, zegt veel over onszelf. Vanzelfsprekend hadden mannen en vrouwen in de voorname culturen van bijvoorbeeld de zeventiende eeuw vaak zin in seks, maar zij stileerden hun lustsignalen in een subtiel maskerspel van schaamte en verlangen. Wat dat betreft kunnen wij ook wat leren van het gesluierde kijken en wegkijken van islamitische vrouwen.


Is onze kijklust zodanig verarmd dat wij alleen nog van een man kunnen merken dat hij verlangt naar lichaamsplezier, als hij met een knellende broek hitsig zijn kruis naar voren stoot? De lustvolle blik op het mannenlijf die Kool zich voor de vrouw wenst, is niets anders dan een kopie van de geile blik waarmee mannen ongegeneerd het vrouwenlichaam afgrazen. Het triomfantelijke gegil waarmee Karin Spaink van haar ejaculati! getuigt, lijkt weinig anders dan de vreugde om het imiteren van een ‘mannelijke prestatie’. Met een seksuele revolutie heeft dat niets te maken. De grote terugval sinds de jaren zestig is juist dat het weer normaal lijkt dat vrouwen zich vol overgave onderwerpen aan de mannelijke blik en dat zij deze bovendien hebben geïnternaliseerd.


Democratie van het kijken betekent het respecteren van barrières en het waarnemen van allerlei verhullingsstrategieën die de seksuele mores misschien minder eenvoudig maar wel spannender maken. En de triomf van de Tweede Sekse zal uiteindelijk toch niet daaruit bestaan dat ook vrouwen kunnen ejaculeren? Het pleidooi voor een verzachting van de harde tegenstellingen tussen man en vrouw, waarmee Elisabeth Kool haar oproep besluit, is op zichzelf interessant. Maar het verlangen naar androgynie verraadt vaak veel onzekerheid over de eigen seksuele identiteit, kijk naar Virginia Woolf. Dat moet Kool ook toegeven: ‘De chaos van mijn seks [is] compleet.’ Een chaoservaring is echter onbetrouwbaar om te komen tot aanbevelingen hoe de cultuur haar seksuele verkeer moet inrichten. We hebben nog heel wat seks voor de boeg voordat we aan een democratie van de kijklust toe zijn. Een triomf van de Tweede Sekse kan in dat verband nooit het einddoel zijn. Want het ideaal van de androgynie eist dat we bereid moeten zijn het machtsspel tussen de seksen definitief op te geven.



Amsterdam


LÉON HANSSEN


Historicus en literatuurwetenschapper aan de Katholieke Universiteit Brabant