Gruntvrij, vol Hammonds

Death metal geldt als de donkere kelder van de harde muziek. Het subgenre is duister in toon, ontoegankelijk in vorm en geluid, en omringd door de gesloten codes van een subcultuur die leeft in de underground, zonder al te veel invloed van het daglicht.

Medium muziek 027 opeth 2014

Dat er op 7 november een band in de enorme Heineken Music Hall (capaciteit 5500 mensen) speelt met wortels in de death metal heeft een heldere reden: het Zweedse Opeth heeft de oerkenmerken van dat genre in de loop der jaren laten vallen.

Vanaf het vijfde album begon dat al met het afscheid van de zangstijl die nog steeds een groot deel van de, zelfs hardere, muziekliefhebber in de gordijnen jaagt: grunten. Die zangstijl, waarbij een zanger opeens klinkt als een gorilla die heeft gegorgeld met glasscherven, is een garantie voor de periferie van de muziekwereld. Opeth-zanger Mikael Åkerfeldt kon het goed, maar wat hij ook heel goed kon en steeds beter ging doen, was zíngen. Zijn band groeide ondertussen gestaag terug in de tijd: Opeth klonk steeds meer naar de jaren zeventig, en dan met name de progressieve rock uit die tijd. Niet Black Sabbath, meer Pink Floyd, en zelfs King Crimson en Yes.

Het nieuwe, elfde album, Pale Communion, trekt die lijn nog verder door. Hier klinkt een band die op zoek is naar de jazz in metalen en die orgels wil combineren met loodzware gitaren, samenzang met dreiging. En daarin slaagt. Het beste voorbeeld is het langste nummer van het album, het bijna elf minuten durende Moon Above, Sun Below. Logisch in zekere zin ook, want voor de ambities van Åkerfeldt is de aanwezigheid van tijd en ruimte bijna een voorwaarde. De ingenieuze manier waarop hij de erfenis van zijn band verbindt met die van een muziektraditie die daar zeker niet vanzelfsprekend op aansluit, is verbluffend. Even, wanneer hij diep graaft voor een uithaal, lijkt het alsof hij weer gaat grunten, maar toch niet. Integendeel: terwijl de complexe ritmes en tegenritmes zich opbouwen, en net voor een melodieuze solo in de geest van David Gilmour, valt hij terug op formidabele harmonieën, om vervolgens gas terug te nemen op een manier die doet denken aan de klassieker The Trees van het Canadese trio Rush. Om daarna weer alle ruimte te geven aan een instrument dat Rush nooit gebruikt: het Hammond-orgel.

Het is de dooddoener bij uitstek: de band die zegt ‘gegroeid’ te zijn – alsof ooit een band artistieke krimp zou opeisen. Maar het verhaal van Opeth is precies dat: van een band die, in een ten diepste conservatief genre, de ontwikkeling opzoekt.


Opeth, Pale Communion. Opeth speelt 7 november in de Heineken Music Hall in Amsterdam


Beeld: Opeth, rechts zanger Mikael Åkerfeldt