Guantánamo’ers

Roger Willemsen
Guantánamo spreekt
Uit het Duits (Hier spricht Guantánamo: Roger Willemsen interviewt Ex-Häftlinge, 2006) vertaald door Hans van Cuijlenborg, Cossee, 207 blz., € 18,90

Onbegrijpelijk waarom het idee niet eerder is uitgevoerd: als de Amerikaanse regering rond het juridische uitzonderingsgebied op Cuba al vier jaar lang een sanitair cordon handhaaft, laat dan degenen aan het woord die zelfs volgens de Amerikanen niets met terrorisme te maken hebben en door hen zijn vrijgelaten. Er was alleen een nieuwsgierige journalist voor nodig en Roger Willemsen is niet eens een wasechte journalist: hij is publicist, schreef onder meer een boek over Robert Musil en had jarenlang op de Duitse televisie een talkshow voor volwassenen. Met enige moeite spoorde hij vijf mannen op die met de nodige aarzelingen, voorzichtig en onder begeleiding van een advocaat vragen beantwoorden. De eerste is steeds wat ze vóór september 2001 hebben gedaan. Een van de twee Jordaniërs werkte bij een hulporganisatie in Pakistan en was specerijenhandelaar geworden; de andere was godsdienstleraar in Pakistan. Twee Tataren, Russische staatsburgers, waren om religieuze redenen in Afghanistan terechtgekomen. Abdusalam Daeef is de enige echte Afghaan: als econoom werd hij woordvoerder van de Taliban-regering, vervolgens diplomaat in Pakistan. Alle vijf zijn ze of door Pakistaanse politie, door de Noordelijke Alliantie of door een ontvoeringsbende aan de Amerikanen verkocht. Die waren bij alle verhoren maar op één ding gefixeerd: informatie over Bin Laden cum suis. Dat verklaart ook waarom de meeste gevangenen in Guantánamo Arabieren zijn.

Behalve in de voorgeschiedenis is Willemsen geïnteresseerd in hun situatie na vrijlating. De econoom is grote delen van zijn geheugen kwijt en kan niet meer lezen. De Russen worden thuis op een vervolg getrakteerd. Psychische kwellingen beklijven langer dan fysieke, en het ergste was de absolute onredelijkheid van de ondervragers en de al even absolute rechteloosheid van de willekeurig getransporteerde gevangenen. ‘Eerst komt het vonnis, dan pas de aanklacht, dan de bewijsvoering en de procesvoering’, aldus Willemsen in zijn zakelijke maar daarom niet minder scherpe inleiding. ‘De uitspraak staat al vast’ – in dat opzicht, maar ook in de verhoormethoden, is Guantánamo net zo’n bij wet geregelde vorm van wetteloosheid als de Goelag en de nazikampen. Aan die vergelijking doet de orde van grootte niets af. Alles over Guantánamo is gezegd, behalve door de gevangenen zelf – dat is voor dit boek uitgangspunt en leidraad geweest. Het is moeilijk om 65.000 prisoners of war een gezicht te geven, laat staan van de 13.000 zogenaamde ghost detainees, die in geheime gevangenissen zitten – dit is een tipje van de sluier.