In ongenade werkt verslavend

Gulzige wraak

Brutaal is het beeld dat Coetzee schetst van Zuid-Afrika in In ongenade. Niet de blanke die de zwarte eronder houdt, maar individuen die overleven. In schaamte. Luk Perceval maakte er een geniale voorstelling van.

DE OPENINGSZIN van J.M. Coetzee’s In ongenade - in de prachtige vertaling van Van Helmond en Van der Wiel - gaat aldus: ‘Voor een man van zijn leeftijd, tweeënvijftig, gescheiden, heeft hij het probleem van de seks naar zijn idee heel aardig opgelost.’ Pittig understatement, lekker onderkoeld. De toneelvoorstelling, in de bewerking door Josse De Pauw, begint een pagina of vijftig verderop, midden in het eerste oog van een orkaan waar de hoofdpersoon David Lurie, professor in de Engelse taal en in de universele communicatie, noodgedwongen naar moet staren: een hoorzitting over de minder handige kanten van de manier waarop hij zijn seksuele probleem meent te hebben opgelost. Hij heeft een van zijn studenten aan de universiteit van Kaapstad verleid en haar misbruikt. Een tuchtcommissie probeert hem een verklaring van berouw te ontfutselen. Lurie bekent schuld, maar weigert het berouw dat volgens hem 'thuishoort in een andere wereld, in een betoog uit andere sferen’.
De diverse leden van de tuchtcommissie bevinden zich onder het publiek of dicht in de buurt van het podium. Lurie, gespeeld door Gijs Scholten van Aschat, zit op een simpele stoel, vrij voor op de speelvloer. Hij argumenteert vinnig, de zitting van de commissie gaat soepel over in de voorgeschiedenis, over zijn omgang met een vrouw van een escortbureau en het ontstaan van een seksuele relatie met de studente Melanie Isaacs. Vanaf de wijde en kale speelvloer worden de eerste erotische escapades en de verdedigingslinies van David Lurie gadegeslagen door ruim vijftig stille getuigen, zwarte etalagepoppen in goedkope vrijetijdskleding, waarvan sommige 'in tableau’ staan opgesteld, op en rond een oude bestelauto; andere poppen zitten, het kind bijvoorbeeld, op de rand van het podium, er zijn ook dieren, allemaal honden. De stille massa is bedacht door Katrin Brack, een vormgever met wie regisseur Luk Perceval graag en veel werkt. Het beeld is ronduit verpletterend bij eerste aanblik, daarna werkt het voornamelijk effectief en permanent ontnuchterend.
Disgrace/In ongenade is een effectief en ontnuchterend helder geschreven boek, er lijkt geen woord, zin of alinea te veel in te staan. Zowel de situatie als de handeling en de textuur van het boek zijn zo griezelig scherp geconstrueerd en drijven de lezer op een zo gedoseerde, ik zou bijna zeggen, volgens de wetten van de schaarste-economie gecomponeerde wijze het web van de vertelling binnen dat het lezen van de roman, althans op mij, een verslavende werking had. Het was ook zo'n boek dat ik almaar langzamer probeerde te lezen om die verschrikkelijke laatste pagina uit te stellen - een operatie die door de vertelstijl van Coetzee jammerlijk mislukte, na twee nachten was het voorbij en kon er hoogstens opnieuw worden begonnen.
De verfilming van Steve Jacobs (2008) met John Malkovich heb ik niet willen zien, om de film die ik als lezer in mijn kop had gemaakt niet te verliezen. Toneel is een, wat dat aangaat, veel genadiger kunstvorm: er is wel degelijk voor je gesneden in de vertelling, maar niet in de mensen en niet in het raadsel dat aan die worstelende individuen duwt en trekt. En dat raadsel voltrekt zich voor je neus, in je gezicht, aanraakbaar, feilbaar, ademend ook vooral. Of juist pregnant niet ademend, en dan bedoel ik die poppen en het ontbreken van echte, afgetrainde honden, cruciale scharminkels in het verhaal en ook hier wel aanwezig, maar dood, opgezet, althans erg stoffelijk, zoals onknuffelbare knuffels. Waardoor, curieus maar waar, nog eens Coetzee’s aanhoudende stelling wordt onderstreept dat het enige verschil tussen dieren en mensen de schaamte is, de schaamte voor naaktheid, voor misstappen, en uiteindelijk de schaamte voor doodsangst, waarin vrijwel alle mensen gelijk zijn en vrijwel alle dieren onschuldig.

DAVID LURIE slaat op de vlucht voor de universitaire tuchtcommissie en voor de gevolgen van het feit dat, naar zijn eigen zeggen 'Eros op het toneel verscheen en ik niet meer dezelfde was’. Hij strijkt neer op de eenvoudige boerderij aan de Oostkaap waar zijn lesbische dochter Lucy een hondenkennel runt en groenten teelt voor de regionale markt, samen met haar tuinman Petrus. En dan volgt de tweede keer dat Lurie in het oog van een orkaan moet staren en deze keer raakt het ongeluk hem diep in het hart en ruig onder zijn onaantastbaar gewaande gordel: de boerderij wordt overvallen door een paar zwarte jongens, de honden worden gedood, David Lurie raakt gewond in een brand, maar het ergst van alles: zijn dochter Lucy wordt verkracht.
De wijze waarop Luk Perceval de brute overval in deze toneelversie van In ongenade ensceneert is woordloos sterk in het clair-obscurbeeld en in het spelonkengeluid: een duistere choreografie van voetstappen en zaklantaarnlicht, de gruwelijke cadans van een wippende bestelwagen met daarbovenop die stille, zwarte getuigen en ergens daarachter het machteloze gesteun van de krachteloos geslagen vader. Daarna wordt het snel hoogtij in de vertelling: Lucy zwijgt over de gruwelijke gebeurtenis, terwijl vader Lurie gerechtigheid eist, overigens op dezelfde hoge morele toon die hij eerder niet over zichzelf wenste afgeroepen te horen. Het curieuze spel dat hier precies gespeeld wordt blijft in de voorstelling even duister als in de roman: het zwijgen van Lucy is koppig, het drammen van de vader is wanhopig en ook wrang, zeker in het licht van het feit dat hij in communicatie heeft doorgestudeerd.
In het midden van de voorstelling zit een scène tussen Lurie en Lucy (zeer sterk gespeeld door Janni Goslinga), waarin veel dialoog uit de roman is gecomprimeerd.
David: Wees redelijk. Er is iets veranderd. We kunnen niet gewoon door.
Lucy: Waarom niet?
David: Omdat het geen goed idee is. Omdat het niet veilig is.
Lucy: Het is nooit veilig geweest. Het is ook geen goed of slecht idee.
(In de roman voegt Lucy hieraan toe: 'Ik ga niet terug vanwege een idee. Ik ga gewoon terug.’ Dat is een houding. En die speelt Goslinga mooi geaard.)
David: Lucy, waarom wil je het niet vertellen? Het was een misdaad. Het is geen schande om het slachtoffer van een misdaad te zijn. Probeer je me aan iets te herinneren?
Lucy: Aan wat zou ik je proberen te herinneren?
David: Aan wat vrouwen door mannen wordt aangedaan.
Lucy: Dit heeft niets met jou te maken. Wat me is overkomen is een strikt persoonlijke zaak. In een andere tijd, op een andere plek zou het misschien een publieke zaak zijn. Maar hier en nu is het dat niet. Het is mijn zaak, van mij alleen.
David: Wat bedoel je met hier?
Lucy: Met hier bedoel ik Zuid-Afrika.
David: Ik ben het niet met je eens. Denk je dat het een examen was, dat je als je slaagt een diploma krijgt? Een vrijgeleide voor de toekomst waardoor de plaag aan jou zal voorbijgaan? Zo werkt wraak niet. Wraak is als vuur. Hoe meer het verslindt, hoe gulziger het wordt.
Lucy: David, hou alsjeblieft op over plagen en vuur…!
David: Help me dan!
Maar dat doet Lucy niet. David moet zelf op zoek naar de rafelranden van de morele kaders waaraan hij net zo koppig vasthoudt als Lucy aan haar Oostkaap, aan haar land, aan dat onmogelijke en voor haar onmisbaar geworden Zuid-Afrika. Dat niet langer het Zuid-Afrika is van de onderdrukker die de witman is en de onderdrukte die altijd zwart is en die de getergde en nobele ANC'er speelt. Hoe ver Lucy bereid is te gaan in de compassie met haar land verklappen we hier niet, om de toneelkijkers die de roman nog niét kennen niet op voorhand enkele verrassingen uit handen te slaan.
Ik voorspel trouwens dat deze voorstelling veel nieuwe lezers van het boek van Coetzee zal genereren, zoals de verfilming dat ook al deed. Als ik het goed begrepen heb is de recente herdruk door uitgeverij Cossee van In ongenade de eerste keer in Nederland dat een toneelbewerking de cover van een roman haalt.
LUK PERCEVAL is een toneelmens die het niet schuwt om op de randen van de overdaad te balanceren, maar die ook de kaalslag omarmen kan en de stilte wil koesteren. Hij neemt de tijd voor de vertelling van In ongenade. Ook en vooral in het schakelen van de eerste naar de derde persoon enkelvoud, van het spreken naar het vertellen. Het is een van de wonderen van deze voorstelling: de bijna steriele kaalheid van de directe rede, naast die prachtig nuchtere verteltoon. Een voorbeeld. In de buurt van de boerderij van Lucy ligt de dierenkliniek waar David Lurie gaat werken (om althans nog iéts nuttigs te presteren) en waar alle straathonden van de regio die een of ander gebrek hebben uiteindelijk zachtjes inslapen onder de genadige handen van Bev Shaw, overigens een juweel van een kleine rol door Chris Nietvelt. Bij haar in de buurt komt het onrustige libido van David Lurie enigszins tot kalmte. Een scène uit de toneelbewerking.
David: In het vuur van dé daad bestaan geen twijfels, Bev. Dat weet je zelf vast ook wel.
Bev: Je moet het hier wel heel stil vinden.
David: Ik word hier in elk geval niet in verleiding gebracht.
En dan schakelt Gijs Scholten van Aschat naar de verteltoon: 'Ik realiseer me mijn harde woorden en steek impulsief mijn hand naar haar uit en laat mijn vinger over haar lippen glijden. Ze deinst niet terug, integendeel, ze zoent mijn hand terwijl ze bloost.’ Dat is het begin van een vrijscène die grotendeels wordt verteld, met wat korte, kleine, tedere, illustratieve handelingen erbij. Om te janken zo verschrikkelijk mooi! Inclusief de vertelde observaties van Lurie, die Scholten van Aschat simpel, licht en een tikje droevig van zijn lippen laat dwarrelen: 'Ik doe mijn plicht, zonder hartstocht maar evenmin zonder afkeer. En zij helpt mij. Wij helpen elkaar. Als ik van haar af rol, naast haar lig, tot rust gekomen ben, denk ik: hier zal ik aan moeten wennen, aan dit en zelfs nog minder dan dit. Laat ik deze dag niet vergeten.’
Het kleine ensemble omvat onder anderen ook Felix Burleson als de raadselachtige zwarte tuinman Petrus, en Hugo Koolschijn en Celia Nufaar als de ouders van de geschonden studente, bij wie David Lurie op een curieuze manier toch nog berouw komt tonen, genade gaat vragen en op een hardvochtige en christelijke wijze in ongenadige gijzeling blijft. Dit alles levert een voorstelling op die ik twee keer zag, de eerste keer toen de toneelspelers haar, enkele dagen voor de première, voor het eerst aan het publiek toonden, boordevol met die plezierige spanning die bij zo'n eerste keer hoort, én enkele dagen na de première. In ongenade is als toneel minstens net zo verslavend als het boek.


In ongenade, van 12 t/m 14 januari, van 1 t/m 5 februari en van 7 t/m 11 februari in de Amsterdamse Stadsschouwburg, verder onder meer in Den Haag, Rotterdam, Eindhoven, Groningen, Delft, tot in Hamburg (thuisbasis van Luk Perceval) en Gent. www.toneelgroepamsterdam.nl