GUSTAVO DUDAMEL

Als dirigent Gustavo Dudamel(1981) volgend jaar mei met werken van Chávez, Grieg en Prokofjev debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest, is hij nog steeds geen dertig. Toch heeft van de New York Philharmonic tot de Wiener Philharmoniker inmiddels elk toporkest van zijn spectaculair gedreven musiceerstijl mogen proeven en stromen de benoemingen binnen. Behalve eerste dirigent van het orkest in Gotenburg is Dudamel per volgend jaar – als opvolger van Esa-Pekka Salonen – benoemd tot music director van het Los Angeles Philharmonic. ‘No appointment of a music director in America has captured the imagination of such a wide public since Leonard Bernstein took over the New York Philharmonic in 1958’, schreef de Los Angeles Times, op de toon die wel lijkt uitgevonden om Dudamels pr-agenten te bedienen en nog een jaar of tien de kunstkolommen zal beheersen, tot een nieuwe Dudamel – liefst een uit China of Zimbabwe – de drang naar tromgeroffel stilt.


Maar het is vast waar. En zo staat die aardige, charmante Zuid-Amerikaan in zijn postpuberteit op de drempel van een loopbaan die, tenzij hij aan de drugs of de verkeerde vrouwen raakt, zal eindigen in Wenen, Londen, New York, Berlijn of alle tegelijk. ‘I hope America doesn’t spoil him’, zegt zijn mentor Daniel Barenboim ijdel bezorgd. Hij kan gerust zijn. Wie de jonge Dudamel met dat gemak van uitverkorenen ziet slaan, weet dat zulke vuren zelden doven.
Dudamel maakte naam als dirigent van het Simón Bolivar Jeugdorkest, een peloton Venezolanen dat onder zijn leiding zo veel discipline kweekte dat het Beethoven (Vijfde en Zevende symfonie) en Mahler (Vijfde!) op mocht nemen voor het label Deutsche Grammophon, waar Dudamel sinds drie jaar exclusief onder contract staat. De mantel der liefde hoeft er niet voor uit de kast. Het klinkt nog ook.
Op de BBC-tv, het Simón Bolivar-concert in de Proms, mag Dudamel in 2007 het geheim van de samenwerking verklaren. ‘We’re family’, zegt met machtig Spaans accent het kind alsof het net zijn eerste les pr achter de rug heeft, ‘we’re brothers’. Hij heeft geen donder te zeggen. Maar geweldig is hij, zolang het tegendeel niet bewezen is.

INFO:
Gustavo Dudamel
Esa-Pekka Salonen