Van schaamte naar soevereiniteit

Gutmenschen, verenigt u

Meer en meer generen burgers en bedrijven zich voor hun handelen, want is wat zij doen niet slecht voor het milieu, voor de ander of voor onszelf? Hoe geven we deze individuele schaamte een positieve wending?

Of het wel te verantwoorden was dat ik in Japan vakantie vierde. Dat vroeg een oud-klasgenoot nadat ik een paar vrolijke vakantiekiekjes op Instagram en Facebook had geplaatst. Mijn reactie was geprikkeld. Moest ik als individu voor een collectief probleem opdraaien? En ik voegde eraan toe dat dat me een typisch neoliberaal perspectief leek. Want ik was geprikkeld. En bleef dat.

Het schijnt ooit begonnen te zijn met flygskam, het Zweedse woord voor vliegschaamte. Maar de lijst van dingen waarvoor we ons (moeten) schamen wordt langer en langer: vlees, bloemen, airco, kaas en zelfs meer-dan-twee-kinderen. Dit is nog maar een korte opsomming van zaken die ons gemak of plezier geven, maar die ons tegelijkertijd een onaangenaam gevoel bezorgen: vieren we het leven niet ten koste van moeder aarde? In die vraag ligt het antwoord bijna al besloten. Het gevoel van schaamte dat wat we doen geen goed doet, kan nog gepaard gaan met het chagrijn van een onmogelijke keuze. Waarom is het zo dat de snelle trein naar Parijs duurder is dan een retourtje Casablanca met het vliegtuig? Dat de worsten van scharrelvarkens goedkoper zijn dan de balletjes van De Vegetarische Slager? Dat Tesla een showroom in de P.C. Hooftstraat heeft terwijl de garage van een Duitse diesel op een goedkoop bedrijventerrein te vinden is?

Niet voor iedereen is de keuze onmogelijk. Er zijn de nodige mensen die de problemen eenvoudig ontkennen en daarmee het dilemma uit de weg gaan. Ze ontkennen dat klimaatverandering door menselijk toedoen komt of menen te weten dat de kosten van beleid buitensporig hoog zijn. Een mogelijk gevoel van schaamte wordt onderdrukt en vervangen door een houding van verzet. Dat richt zich tegen de boodschappers van het slechte nieuws, en tegen ‘de elite’ die het probleem wil aanpakken. Zo rijden de boeren hun tractors naar het rivm om te protesteren tegen de cijfers en analyses van dit instituut. Zo spreekt de website GeenStijl snerend over ‘gutmenschen’. Zo is Greta Thunberg op Twitter het mikpunt van spot en haat en zijn klimaatstakers niet meer dan spijbelende scholieren. De schaamte wordt voortdurend vertaald naar hypocrisie.

De reguliere media en partijen nemen deze invalshoek over. De Telegraaf kopt ‘Vlees moet op rantsoen’ en vvd-leider Klaas Dijkhoff spreekt van ‘klimaatdrammers’. Schaamte versus hypocrisie wordt deel van een politieke strijd rond identiteit. Dat blijft niet zonder gevolgen: enquêtes laten zien dat steeds meer mensen het probleem van klimaatverandering ontkennen of bagatelliseren. De opvattingen polariseren.

***

De opkomst van schaamte lijkt samen te hangen met het groeiende bewustzijn dat de westerse levenswijze niet houdbaar is doordat het klimaat verandert, de natuur in de verdrukking komt, de biodiversiteit op het spel staat, en de tijd dringt om de schade te beperken. Toch is schaamte verre van beperkt tot gedrag dat slecht is voor milieu en klimaat.

Zelf worstel ik met Uber-schaamte. Ja, dat begrip bestaat; ik ben niet de eerste die het gebruikt. De Uber-app is prachtig en de dienst is handig, omdat hij in veel Europese steden wordt aangeboden. Maar ik weet inmiddels dat de gemiddelde Uber-chauffeur nauwelijks loon naar werken krijgt. Veel chauffeurs verdienen minder dan het minimumloon of moeten zo’n zestig uur in de week werken om dat te bereiken, terwijl Uber een steeds groter aandeel per gemaakte rit opeist en slechts onder dwang gegevens met lokale overheden deelt. Het bedrijf is een typisch Amerikaans platform dat het maken van winst voorop plaatst en elke verdere verantwoordelijkheid ontkent. Het dilemma van individueel gemak en collectieve schaduwzijde probeer ik te omzeilen, door bijvoorbeeld steevast een fooi te geven. Het is een krakkemikkige oplossing, en de gêne blijft.

Talrijk zijn de pogingen om schaamte op te roepen, in de hoop gedrag te veranderen. Een recent voorbeeld is korpschef Erik Akerboom die vindt dat drugsgebruikers een belangrijke rol moeten spelen in de aanpak van drugscriminaliteit. ‘Doordeweeks hebben sommige twintigers en dertigers een “ultragezonde” levensstijl, in het weekeinde gebruiken ze hopeloos veel drank, cocaïne en allerlei pillen’, stelt hij. Daarmee houdt de zogenaamde ‘yogasnuiver’ het systeem van drugscriminaliteit in stand, zo betoogt Akerboom. Vroeger zou de reactie zijn geweest: ga boeven vangen; tegenwoordig luisteren we beschaamd.

Toch geef ik Erik Akerboom weinig kans dat hij voldoende schaamte weet op te roepen om yogasnuivers en andere feestgebruikers tot inkeer te brengen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau vergelijkt de opvattingen van de Nederlandse bevolking tussen 1981 en 2018. Het blijkt dat de gemiddelde opvatting over softdrugs flink toleranter is geworden. En het zou me niet verbazen als met name de jonge generaties tegenover softdrugs weer toleranter zijn dan gemiddeld. De oproep van Akerboom komt tientallen jaren te laat.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau bespeurt een bredere trend. De opvattingen zijn in 37 jaar tijd fors verschoven, door het onderzoeksinstituut samengevat als ‘vrijheid maar niet ten koste van anderen’. Nederland staat toleranter tegenover homoseksualiteit, abortus, euthanasie en echtscheiding. Het zijn fenomenen die worden gezien als individuele keuzes waarvoor de samenleving vrijheid moet bieden en die brede acceptatie ondervinden. Maar dat heeft nooit gegolden voor het plegen van uitkeringsfraude of het aannemen van steekpenningen en dat geldt (inmiddels) niet meer voor belastingontduiking. Het is duidelijker dan ooit dat individuele vrijheid niet ten koste van de gemeenschap mag gaan.

Maar die individuele vrijheid gaat dus wel gepaard met individuele schaamte. Zo geeft één op de zeven Nederlanders aan zich te schamen voor zijn of haar financiële situatie, blijkt uit onderzoek van Arnoud Plantinga. Hij constateert droogjes dat het een grote groep is. ‘Ze hebben het gevoel dat ze iets verkeerd hebben gedaan, dat anderen denken dat ze lui en incompetent zijn en dat het hun eigen schuld is dat ze maar moeilijk rond kunnen komen.’ Ze zoeken de oorzaak bij zichzelf, terwijl de gemeenschap toch het nodige te verwijten valt.

Het zijn politieke, collectieve keuzes geweest om de uitkeringen stelselmatig achter te laten blijven bij lonen (want: ‘werken moet lonen’), om flutbaantjes toe te staan, getuige de opkomst van flexwerkers, zelfstandigen, freelancers en oproepkrachten, en om een bureaucratie van toeslagen op te tuigen waardoor honderdduizenden in de schulden belanden. Het meritocratische ideaal is vertroebeld doordat vergeten is dat toeval in de vorm van pech en geluk een rol speelt en dat talent ongelijk verdeeld is, en doordat we er maar al te vaak aan voorbijgaan dat toeval door collectieve keuzes een handje geholpen kan worden. Het ideaal is verworden tot het beeld van de hardwerkende Nederlander voor wie succes een keuze is, en armoede dus ook. >

Talrijk zijn de pogingen om schaamte op te roepen, in de hoop gedrag te veranderen, zoals ook korpschef Erik Akerboom probeerde met zijn ‘yogasnuivers’

Schaamte is een complex iets. Steeds vaker ontstaat het gevoel dat we voor een onmogelijke keuze komen te staan. Kiezen we voor het individuele gemak of voor het collectieve goed? Eerlijkheidshalve: we kiezen vaak voor het gemak en de schaamte is niet meer dan een gevoel van gêne, waardoor de kritiek van hypocrisie doel treft en de sneer van ‘gutmenschen’ op zich laat wachten. We vliegen meer dan ooit, eten meer vlees dan ooit, gebruiken meer xtc dan ooit et cetera. Schaamte heeft de functie ons bewust te maken van de keuzes die we maken. Schaamte verscheurt ons en als onderdeel van identiteitspolitiek verscheurt het de samenleving. Maar schaamte zou ons vooral bewust moeten maken van de collectieve onmacht of onwil om onmogelijke keuzes voor het individu te voorkomen. De verscheurde inborst is een teken van collectief falen. En dat falen is alleen maar toegenomen.

Dat de individuele dilemma’s zijn toegenomen, in aantal en in intensiteit, is onlosmakelijk verbonden met de globalisering en digitalisering. Dani Rodrik, een heterodoxe econoom, heeft erop gewezen dat die ontwikkelingen landen snoeren in een ‘golden straight jacket’, een gouden dwangbuis. De nationale soevereiniteit verdwijnt en de nationale democratie wordt uitgehold, aangemoedigd door het neoliberale denken waarin de overheid niks vermag en de markt volop de ruimte moet krijgen. Het vermogen om structuren te veranderen, vaak vastgelegd in wet- en regelgeving, en om daarmee keuzes en gedrag in de samenleving te beïnvloeden, is afgenomen. Wat dan resteert is de poging de cultuur te beïnvloeden, via ongeschreven normen.

Het politieke onvermogen van nationale overheden die zwakker zijn geworden en evenmin tot effectieve internationale samenwerking zijn gekomen, vertaalt zich naar individuele dilemma’s. Dat geldt zeker voor mensen die zich gebeurtenissen en ontwikkelingen in de wereld aantrekken en die zich niet alleen bekommeren om hun eigen wel en wee. In die zin is gutmensch een geuzennaam. Er is sprake van een individualisering van collectieve problemen, waardoor we meer dan ooit met onmogelijke keuzes opgezadeld worden, waardoor we meer dan ooit een individueel gevoel van schaamte of gêne hebben.

***

Graag denkt de gemiddelde Nederlander dat hij of zij het beste jongetje of meisje van de klas is. We zijn punctueel, springen verstandig met geld om en volgen de begrotingsregels. We sparen voor de toekomst of, eigenlijk, voor de oude dag, zijn niet of nauwelijks corrupt en houden ons aan de wet, vegen de stoep et cetera. Het is voor de Nederlandse psyche gezond om een positief zelfbeeld te hebben, maar minder gezond en soms ronduit venijnig is het dat wij daarmee neerkijken op andere Europeanen die met de dag leven, een gat in de hand hebben, geld besteden aan ‘drank en vrouwen’, en zelfs omkoopbaar zijn. Misschien klinken we soms een tikje jaloers en zijn we arrogant, maar in ieder geval zijn we niet solidair met degenen die hun eigen zaakjes niet op orde hebben. Tegelijkertijd is de cognitieve dissonantie in toenemende mate voelbaar.

Sinds het rapport van de Club van Rome uit 1972 zijn we ons ervan bewust dat de economische groei in de huidige vorm niet houdbaar is, door uitputting van de natuurlijke grondstoffen en aantasting van het milieu en de leefomgeving. Sinds de ondertekening van het VN-Klimaatverdrag van Rio in 1992 erkennen we officieel dat de mens bijdraagt aan klimaatverandering en opwarming van de aarde. Het heeft Nederland niet in beweging gekregen. In 2017 kwam nog geen zeven procent van de energie uit duurzame bronnen. Zelfs Polen, waar kolencentrales nog volop branden, scoort beter. Alleen Luxemburg scoort slechter. In datzelfde jaar stootte Nederland twee keer zoveel CO2 per inwoner uit als Zweden en ruim meer dan het Europese gemiddelde.

En Nederland kan er evenmin op bogen een snelle inhaalslag te maken. Sinds 1990, het ijkjaar in internationale verdragen, is de CO2-uitstoot met twaalf procent gedaald. Die daling is beduidend minder dan in het Verenigd Koninkrijk (40 procent), Duitsland (27 procent) en zelfs Luxemburg (22 procent). Kortom: Nederland is het vieste jongetje van de klas maar wil dat niet van zichzelf weten.

Hetzelfde geldt voor de rol van Nederland in de vieze industrie van belasting ontwijken en geld witwassen. Zoals de Rotterdamse haven een toegangspoort tot Europa is, zo is de Amsterdamse Zuidas de toegangspoort tot wereldwijde constructies om geld aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken. Dat is te zien in de cijfers. Luxemburg en Nederland trekken samen evenveel buitenlandse investeringen aan als de Verenigde Staten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek laat zien dat zo’n vier vijfde van deze investeringen wordt doorgesluisd naar andere landen, in de regel buiten Europa. Hiervoor telt Nederland meer dan veertienduizend brievenbusfirma’s. Het gaat dus om ‘nepinvesteringen’ die geen bijdrage leveren aan onze economie maar slechts uit papieren constructies voortkomen.

Het Internationaal Monetair Fonds heeft onlangs becijferd dat de helft van de wereldwijde nepinvesteringen naar Luxemburg en Nederland gaat. Het is een gevolg van het jaren achtereenvolgende streven om Nederland fiscaal aantrekkelijk te maken, met Willem Vermeend in de rol van black face van de Partij van de Arbeid. En toch heeft het de Tweede Kamer bestaan om in een motie vast te leggen dat Nederland geen belastingparadijs is.

Je hoeft de cijfers niet te kennen om te weten dat Nederland belasting ontwijken en geld witwassen binnen zijn grenzen toelaat. Waarom zouden U2, The Rolling Stones, Starbucks en Ikea anders in Nederland gevestigd zijn? Het is evenmin moeilijk te doorgronden wie hieronder te lijden hebben. De winsten stromen uit landen met hoge tarieven via Nederland naar jurisdicties (landen zijn het nauwelijks te noemen) die geen of vrijwel geen belasting heffen. Jaarlijks kost Nederland de schatkisten van de Europese buren zo’n veertien miljard euro. Dat is beduidend meer dan ons land aan de EU-begroting bijdraagt. Maar we willen niet geloven dat wij helpen om onze buren van belastinggeld te beroven, dat wij het geld van de Russische oligarchen veilig bewaren of dat wij rijken nog rijker maken.

***

De geïnternaliseerde dilemma’s bestaan niet alleen bij burgers, ze bestaan ook bij bedrijven. Veel bedrijven hebben jarenlang onbekommerd hun gang kunnen gaan, met het aantasten van de leefomgeving, het belasten van het klimaat, het ontwijken van belastingen, het misbruik van data en de flexibilisering van arbeid. Ze hebben zich volkomen gericht op het maken van winst, in dienst van de aandeelhouder, de eigenlijke baas. Ze hebben zich getooid met de ideologie van de Amerikaanse econoom en voorvechter van het vrijemarktkapitalisme Milton Friedman. Hij is een ‘ontkenner’; hij ontkent dat een bedrijf een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft, het hoeft alleen rekenschap te geven aan de aandeelhouder: winst staat voorop. Een daad van generositeit of een uitdrukking van altruïsme is in Friedmans visie voorbehouden aan de eigenaren van de onderneming en niet aan managers en bestuurders ervan. Die hebben slechts de opdracht om winst te maken; andere overwegingen zouden hen verleiden het geld van de eigenaren te besteden aan hun particuliere doelen.

De persoonlijke worsteling zal niet snel verdwijnen. We zullen voor lastige, ongelijke keuzes komen te staan. Maar laat de schaamte niet indivi­dueel blijven

Die door en door Amerikaanse visie maakte in Europa een verbijsterend snelle opmars. In het Rijnlandse model was de onderneming een samenwerkingsverband, een collectief waarin de managers en bestuurders geacht werden de belangen van alle betrokkenen in ogenschouw te nemen, van de eigenaren, maar ook van de werkenden, de klanten, de leveranciers en de omgeving. De onderneming werd gezien als een actor in de samenleving die op keuzes en gedrag was aan te spreken. Maar ook in continentaal Europa werd de eigenaar-aandeelhouder tot eerste en enige belanghebbende verheven, met het beloningsbeleid als instrument en symbool daarvan: de managers en bestuurders werden betaald in aandelen of winstbonussen en hadden er zo onmiskenbaar financieel belang bij om de eigenaar-aandeelhouder te dienen.

De eigenaar-aandeelhouder als baas maakt de onderneming niet immuun voor kritiek. Ronkende woorden en mooi opgemaakte jaarverslagen moeten de indruk wekken dat een bedrijf op een maatschappelijk verantwoorde manier aan het ondernemen is. De publieke reputatie is van belang voor het vertrouwen van klanten en is zo een middel geworden om de winst te maximaliseren. Vandaar dat acties tegen grote bedrijven een meer of minder effectief middel kunnen zijn. Mijn eerste en enige aandeel was een aandeel in Shell, om te kunnen spreken op de aandeelhoudersvergadering in Scheveningen. Op de specifieke vraag hoeveel winstbelasting Shell in Nederland betaalde, kwam een algemeen antwoord dat Shell volledige transparantie nastreefde. Het precieze antwoord bleef uit, wat leidde tot gegniffel en gemompel in de zaal. Het gekronkel was beschamend. Die schaamte is Shell inmiddels voorbij; het bedrijf heeft onder druk van de Tweede Kamer toegegeven dat het inderdaad geen winstbelasting betaalt.

***

Dit jaar hebben topmensen (of zijn het nog steeds alleen topmannen?) van bijna tweehonderd grote Amerikaanse bedrijven, verzameld onder de noemer Business Round Table, het aandeelhouderskapitalisme afgezworen. Het zijn nog slechts woorden, maar ze zijn onmiskenbaar tekenen van deze tijd. De kritiek op het kapitalisme in de huidige vorm zwelt aan. Dat is niet voorbehouden aan verdwaasde linkse types. Martin Wolf, vermaard columnist bij de liberale Financial Times, spreekt van ‘rigged capitalism’, terwijl het liberale tijdschrift The Economist dit jaar een voorpagina wijdde aan ‘The next capitalist revolution’.

Er is een voortgaande concentratie van data, winst en macht; het kartelkapitalisme gaat gepaard met een afnemende en ongelijke groei waarvan de middenklasse nauwelijks nog profiteert. Er is een aaneenschakeling van schandalen en boetes, van Cambridge Analytica, witwassen en sjoemelsoftware tot weesgeneesmiddelen. Er is het toenemende besef dat de afnemende groei niet houdbaar is doordat het een wissel trekt op mens en milieu. Het is moeilijker dan ooit om de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven te ‘ontkennen’.

Ondertussen moeten bedrijven zich zorgen maken over de jonge generaties van werkenden die weinig ophebben met de mentaliteit van ‘greed is good’ en die juist willen dat hun werk zin heeft. Iets meer dan driekwart van de millennials kijkt naar de doelstellingen van het bedrijf waar ze wel of niet willen werken. En driekwart van die generatie tussen de twintig en veertig jaar is bereid voor minder loon te werken bij bedrijven die aansprekende maatschappelijke verantwoordelijkheid tonen. Wederom, het zijn slechts woorden, uitkomsten van een enquête in dit geval, maar ze zijn hoopgevend.

Het gevolg is dat ook bedrijven een verscheurde inborst hebben en met geïnternaliseerde dilemma’s te maken krijgen. Hierdoor kan het bedrijf als samenwerkingsverband scheurtjes en scheuren vertonen. Zo spreken Amazon-medewerkers zich uit voor duurzame bedrijfsvoering, keren Facebook-medewerkers zich tegen desinformatie in politieke advertenties, stapte Deliveroo-koerier Sytze Ferwerda naar de rechter, komen Uber-chauffeurs in opstand en doen klokkenluiders als LuxLeaks en de Paradise Papers onthullingen over belastingontwijking. De bezweringsformule van Milton Friedman werkt niet langer; de spanning komt naar boven.

—————

De worstelende burgers en de gespleten bedrijven zijn voorbij de ontkenning en durven het dilemma onder ogen te zien. De bewustwording is een voorwaarde voor verandering. Maar de opkomst van individuele schaamte en gespletenheid valt samen met het verlies van nationale soevereiniteit. De politieke besluitvorming en juridische bescherming zijn nog immer begrensd, terwijl economische relaties mondiaal zijn geworden, aangemoedigd door de liberalisering van de internationale markten en opgejaagd door de informatietechnologie. Het vermogen om structuren te veranderen is beperkter geworden, terwijl de cultuur van schaamte groeit en bloeit.

De internationale orde die moet leiden tot akkoorden en overeenkomsten biedt nauwelijks soelaas en wankelt zelfs, temeer omdat landen zich terugtrekken: de Verenigde Staten ondertekenen het Klimaatakkoord van Parijs niet, het Verenigd Koninkrijk kiest voor de Brexit, een deel van Catalonië schreeuwt om onafhankelijkheid en de electorale machtsgreep van Matteo Salvini is ternauwernood afgewend (of uitgesteld). Het is niet voor niets dat Dani Rodrik een matiging van de globalisering bepleit. Het is uiterst vreemd dat Europa onbeperkte markttoegang geeft aan landen die het Parijs-akkoord niet onderschrijven, dat geld naar jurisdicties verdwijnt die geen informatie met overheden delen (laat staan belasting heffen), dat onze pensioen- en spaargelden ongemerkt worden gestoken in fossiele energie of dat Europa wel boetes aan Amerikaanse techgiganten oplegt maar geen duidelijke eisen stelt.

Maar het individu hoeft niet eenzaam en alleen in schaamte achter te blijven; hij of zij kan zelfbewust meedoen aan een collectief handelen. Te vaak wordt nog verwezen naar de abstracte notie ‘iedereen doet het’ om te verbloemen dat collectief specifieke keuzes te maken zijn. Accijns op kerosine voorkomt dat het feest na het eindexamen plaatsvindt in Albufeira in plaats van op Terschelling. Uber-chauffeurs en Deliveroo-bezorgers zijn geen zelfstandigen maar werknemers. En aandeelhoudersbelang blijft ondanks mooie woorden voorop staan zo lang de ceo en andere managers in aandelen worden uitbetaald.

De persoonlijke worsteling zal niet snel verdwijnen. We zullen voor lastige, ongelijke keuzes komen te staan. Maar laat de schaamte niet individueel blijven; schaamte is ook een uitdrukking van collectieve onmacht. Als onderdeel van bestaande en nieuwe collectieven zullen we die collectieven moeten opjagen om de onmacht te doorbreken. We moeten geen genoegen nemen met een gemankeerde Europese Unie, de kramp in Den Haag of de hypocrisie bij bedrijven.

Gutmenschen, verenigt u. Blijf niet hangen in schaamte. Eis soevereiniteit van politiek, nationaal en Europees. Zonder collectieve keuzes resteren slechts voor u onmogelijke dilemma’s.


Dr. Paul Tang is econoom en is sinds 2014 Europarlementariër voor de PvdA. Hij was ook twee jaar collega-columnist van Ewald Engelen in De Groene