H.J.A. Hofland

H.J.A. Hofland

Een paar jaartallen. 1991: met de ontbinding van de Sovjet-Unie is het gelijk van rechts definitief bewezen. 1995: de Partij van de Arbeid zweert de ideologie af, de Nederlandse Spoorwegen worden geprivatiseerd. 1996: ontdekking van het poldermodel, Nederland opnieuw wereldvoorbeeld. 2000-2002: NS gaan in een ongeneeslijke rotzooi langzaam ten onder.

Er is een overeenkomst tussen ons openbaar vervoer in 1942 en in 2002. De trein komt te laat, komt niet. Luchtaanval? Sabotage? Nee, draadbreuk, sneeuw. Je stapt in, wordt bedreigd. Gestapo, NSB'ers? Nee, zakkenrollers, mensen die iemand een pak rammel willen geven. Je bent er bijna. Een taxi! Je ziet een vechtpartij. Raz zia’s? Nee, Taxi Direkt tegen TCA. Ah! Gewoon gevolg van deregulering. Dan is het toch 2002.

Hebben we niet genoeg gekankerd, gemopperd, gezeurd over de Spoorwegen? Nee, te weinig, niet serieus genoeg. Wat sinds een jaar of vier bij de Spoorwegen gebeurt, is een direct gevolg van de privatiseringswaan waardoor Paars I werd bevangen. In beginsel ging en gaat het om de privatisering van monopolies. Maar het ene monopolie is het andere niet. Bij Hoogovens is het destijds goed gelukt, zegt prof. Eduard Bomhoff in een vraaggesprek met de Volkskrant. Waarom heeft het dan zulke rare gevolgen gehad bij de Spoorwegen? Niet goed over nagedacht, te snel gegaan. Dat zal wezen. Maar de vraag is of het überhaupt goed had kunnen gaan. Nee. Niet in Nederland waar privatisering zich heeft ontwikkeld tot een dogmatische contra-ideologie.

Er zijn twee soorten staatsmonopolies. Tot de ene soort horen de bedrijven die daardoor in het binnenland geen last hebben van concurrentie, maar in het buitenland wel. Daartoe hoorde Hoogovens. De andere soort is die van de openbare voorzieningen. Daar loopt de privatisering altijd mis. Bij British Railways is het een nog groter zootje dan bij ons; de geprivatiseerde bewaking van de Amerikaanse vliegvelden laat de terroristen door; Amsterdamse taxichauffeurs gaan met elkaar vechten; kabelexploitanten verwijderen hun onwelgevallige zenders.

Privatisering opent de weg naar concurrentie. Ja, voor de fabrikanten van auto’s en chocola, producten met een oneindige variatie. Bij openbare voorzieningen, waardoor de hele natie wordt bediend, gaat dat anders. Daar hoort maar één product te zijn. Het drinkwater is zuiver, de trein rijdt op tijd, de dief wordt gearresteerd. Geen varianten, maar een staatsmonopolie en een directie die direct aanspreekbaar is. Dus ook geen afschuifsysteem.

Werkt een openbare voorziening over een langere periode steeds beroerder, dan krijgt toch «de politiek» de schuld, want op dit gebied blijft de burger zich consument voelen. Maar de zittende politiek heeft de greep op de bedrijfsvoering verloren. Dat zal de klanten een zorg zijn. Ze gaan klagen, vinden de politieke weg want er is geen andere. Een protestpartij ziet een gat in de markt. De protestpartij is de klachtenbus van de consumentendemocratie. Politieke macht komt uit de gleuf van de klachtenbus. Weet u nog hoe Mussolini beroemd is geworden? Doordat hij de treinen op tijd liet rijden. Over de Autobahnen hebben we het niet eens.