H.J.A. Hofland

H.J.A. Hofland

Zoals het er nu naar uitziet, zal deze maand in Den Haag nog geen beslissing worden genomen over verlenging van onze wederopbouw-/vechtmissie in Afghanistan. Het had in augustus moeten gebeuren. Wat precies de vertraging heeft veroorzaakt, weten we niet. Minister van Defensie Van Middelkoop heeft een maand geleden laten weten dat het een kostbare onderneming is, nu tweemaal zo duur als wat er was begroot. De vakbond van militairen klaagt over de toestand van het materiaal. Gebrek aan onderdelen, waardoor bijvoorbeeld pantservoertuigen in Nederland moeten worden gekanibaliseerd om de tekorten in Afghanistan te compenseren. En misschien vermoeden Kamer en kabinet nu ook wel dat bij het publiek geen laaiende geestdrift voor de expeditie bestaat.

Als een regering met instemming van een kamermeerderheid 1600 soldaten naar een gevaarlijk en onherbergzaam land stuurt, waar ze onherroepelijk betrokken zullen worden in een buitengewoon onoverzichtelijke oorlog, spreekt het vanzelf dat het volk daarover uitvoerig zal worden voorgelicht en ingelicht. Kranten hebben journalisten naar het wederopbouw-/strijdtoneel gestuurd. Het beeld dat uit hun verslaggeving oprijst, is in grote trekken niet opwekkend. Het spreekt vanzelf dat een soldaat zich dan in levensgevaar kan bevinden. De reportages gaan niet over moed of angst van de individuele soldaat. De essentie van de verhalen ligt in de relatieve ‘kleinheid’ van deze onderneming, het feit dat die 1600 man, weliswaar theoretisch deel uitmakend van een grote internationale strijdmacht, zich in werkelijkheid dag in dag uit in een onherbergzame chaos bevinden.

Om een eigen steentje tot de voorlichting bij te dragen, heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken nu een lespakket voor middelbare scholen over de missie samengesteld. Het is openbaar, je kunt het downloaden. Alexander Pechtold van D66 heeft dat gedaan en hij is tot de conclusie gekomen dat het propaganda is. ‘Sinds wanneer maakt het ministerie lespakketten? Dat is de taak van gekwalificeerde historici en antropologen’, zei hij tegen de Volkskrant. ‘Mooie verhalen over schooltjes bouwen en boomkwekerijen aanleggen. Maar bijna niets over het aanhoudende geweld, de aanslagen. We zijn gewoon in oorlog. Dat wordt er niet bij verteld.’ Het lespakket dient ter ondersteuning van de voorstelling Breekbaar nieuws, waarmee de vroegere nieuwspresentator Gijs Wanders binnenkort langs de middelbare scholen gaat. Met Pechtold ben ik het eens. Die voorstelling zou ik graag willen zien.

Hebben de Duitse scholen een lespakket voor Afghanistan? In de betrekkelijk rustige noordelijke provincie Kunduz zijn in mei bij een zelfmoordaanslag drie Duitse soldaten gedood. Vorige week kwamen er weer drie om het leven. In totaal zijn er nu 23 gesneuveld. De roep om de 3200 soldaten terug te halen wordt sterker. Hoe zou de Nederlandse publieke opinie reageren als binnenkort, nog voor er in Den Haag over de verlenging wordt beslist, bij een aanslag een aantal Nederlanders het leven zou verliezen? Moet het lespakket dan worden aangepast?

Ik twijfel er bij voorbaat niet aan dat onze soldaten dapper, constructief, hulpvaardig zijn. Maar er is in het Afghaanse vraagstuk één gegeven dat in de Nederlandse politiek niet ter sprake wordt gebracht, terwijl dit juist het allerbelangrijkste is. Ondanks al onze nationale deugden zijn wij op eigen houtje in Afghanistan niet in staat iets duurzaam constructiefs te doen, en hetzelfde geldt voor het geheel van de strijdkrachten van de Navo. De sleutel ligt bij de Amerikanen, die de complexe situatie moeten regisseren waarvan Afghanistan deel uitmaakt.

Een van de belangrijkste personages in dit geheel is op het ogenblik de Pakistaanse president Musharraf, wankele bondgenoot van Washington. Een van de belangrijkste factoren is Irak, de ruïne die zoveel van alle Amerikaanse krachten vergt dat Afghanistan al sinds begin 2003 tot een probleem van de tweede rang is gedegradeerd. Naar Amerikaanse militaire inzichten wordt nog altijd geprobeerd alles in de eerste plaats vanuit de lucht op te lossen, dat wil zeggen met bommen. Meermalen heeft president Karzai gevraagd of het daarmee niet wat kalmer aan kan, omdat het contraproductief werkt.

In dit ongelooflijk ingewikkelde geheel, waarop Den Haag geen enkele invloed heeft, proberen onze soldaten scholen en bruggen te bouwen. Heel goed. We kunnen de Afghanen niet in de steek laten, zoals opperbevelhebber generaal Dick Berlijn heeft gezegd. Maar we kunnen daar alleen blijven als we ervan overtuigd zijn dat onze aanwezigheid duurzaam zin heeft. Dat is afhankelijk van de Amerikaanse strategie, de ontwikkeling in Irak, de toekomst van Musharraf. Kabinet en Kamer mogen geen blanco cheque tekenen op kosten van 1600 soldaten. Als er beslist wordt dat we zullen blijven, dan mag dat alleen een voorwaardelijk besluit zijn. Blijft Afghanistan voor Washington een vraagstuk van de tweede rang, dan moeten we daar weg. Die voorwaarde, vind ik, moet ook in het lespakket.