Haags taalprobleem

Wat mankeert de linkse partijen in Europa? Waarom kunnen ze niet profiteren van de puinhopen die door midden en rechts zijn aangericht? De Europese verkiezingen hebben in grote trekken de zwakte van links opnieuw bevestigd. Gesteld dat er een Europese politicus was geweest, enigszins vergelijkbaar met Barack Obama, of desnoods een driemanschap van een Brit, een Duitser en een Fransman, misschien was het dan mogelijk geweest de Europeanen tot nieuw élan te bewegen. Maar dat is een sprookje. De belangstelling voor Europa is verder afgenomen, en rechts blijft in opmars, ten koste van de gevestigde regeringspartijen die zich ergens in het midden van het midden bevinden, hier en daar met een coalitiepartner die vroeger tot heel vroeger als links kon worden beschouwd.
Is dat niet merkwaardig? Niemand zal kunnen ontkennen dat het Westen zich in een veelvoudige malaise bevindt. Nog altijd zijn we in twee oorlogen verwikkeld. De eerste, tegen de Taliban in Afghanistan, is door de regering van president Bush verwaarloosd, omdat hij de tweede wilde voeren, tegen het Irak van Saddam Hoessein. Dat gebeurde onder valse voorwendselen. De problemen hier komen volledig voor rekening van rechts.
Maar dit aspect van onze buitenlandse politiek speelt voor de Nederlandse kiezers op z’n hoogst een marginale rol. De openbare mening zal er graag mee instemmen dat onze jongens in Afghanistan nobel werk doen en dan gaan we weer over tot de orde van de dag. Irak is alleen nog interessant omdat premier Balkenende weigerde opening van zaken over onze betrokkenheid te geven, zodat nu een onafhankelijke commissie de zaak aan het onderzoeken is. Voor de westelijke verdediging hebben we, na ongelooflijk geharrewar, één JSF-straaljager aangeschaft, om eens goed te proberen. De kiezer is ervan overtuigd dat de natie met dit experimentele vliegtuig langs een stiekeme omweg in het pak is genaaid.
Sinds meer dan een jaar zitten we in een diepe economische crisis. Die is ontstaan en heeft voortgewoekerd onder dezelfde regimes die ons de oorlogen hebben bezorgd. Grote internationale banken zijn failliet gegaan, miljarden zijn verdwenen, wat de managers van het wanbeheer niet heeft verhinderd hun bonussen te incasseren. Onze minster van Financiën en vice-premier Wouter Bos (PvdA) levert geen onverdienstelijke bijdrage aan de internationale bestrijding, maar hij is te vriendelijk, te afstandelijk, hij slaagt er niet in de grondeloos ontevreden kiezer te overtuigen en hij krijgt een schrobbering van partijgenoot Jan Pronk.
In Nederland hebben de onversneden linkse partijen, de SP en GroenLinks, in hun hele bestaan nog niet geregeerd. Toch krijgt links in toenemende mate de schuld van alles wat er misgaat. De PVV is na deze verkiezingen op één na de grootste. Volgens De Telegraaf een mokerslag. Geert Wilders eist vervroegde nationale verkiezingen. Die komen er niet, wat hem verder helpt bij zijn opmars.
Is het niet de hoogste tijd voor een grondig zelfonderzoek, niet van links, maar van het midden, het CDA en de VVD? Het electoraat blijft veranderen. Dat is al een halve eeuw geleden begonnen, toen Daniel Bell zijn The End of Ideology schreef. Het is niet meer opgehouden. Na de Koude Oorlog kwam in de jaren negentig het volgende hoofdstuk van de grote depolitisering, beschreven door Francis Fukuyama in zijn The End of History. Hij had zich vergist. Op 9/11 is de fase begonnen die nu nog aan de gang is: die van de angst voor de fundamentalistische moslimterreur, gepaard aan de grotendeels mislukte immigratie van moslims in Europa. Grote aantallen in alle West-Europese landen hebben zich cultureel niet aangepast, vormen een nieuw proletariaat met een eigen culturele identiteit.
Die miljoenen vallen niet meer over de grens te zetten. Er zijn wel politici die de indruk wekken dat ze dit kunnen beloven, maar vraag niet hoe die massadeportaties dan moeten worden uitgevoerd. Ze kapitaliseren op het langzamerhand enorme onbehagen dat door de niet aangepaste vreemdelingen wordt gewekt en aan de onmacht van de regeerders van het midden om tot een fundamentele oplossing te komen. Het werkelijke probleem in Nederland is niet veroorzaakt door links, maar door de onmacht van het midden. Dat manifesteert zich voor het groeiende deel van het electoraat dat zich getergd voelt in alle ongemakken van het dagelijks leven, van de mislukkende megaprojecten, het geknutsel aan het onderwijs, de files tot de zalvende taal van de minister-president – fatsoen moet je doen, VOC-mentaliteit, dergelijke prevelementen.
Ten slotte, het succes van de PVV is ook een taalkundige kwestie. Het electoraat is opnieuw veranderd, nu door internet. Alle omhaal van woorden is verdwenen. Fraseologie bestaat niet meer. Op internet gebruikt de kiezer een soort Nederlands dat het tegendeel is van wat in Den Haag wordt gesproken. Behalve door Wilders en de zijnen. Dat is ook een deel van het geheim van zijn succes.