HET ZUIVERE REDENEREN VAN EBERHARD VAN DER LAAN

Haagse kift

De kersverse minister voor Wonen, Wijken en Integratie, Eberhard van der Laan, houdt niet van woordspelletjes en debattrucs, wél van de wet en ook een beetje van zijn tegenstanders.

FRAAI WAS HET NIET, de manier waarop minister Ella Vogelaar een maand geleden door haar eigen PVDA-partijtop gedwongen werd af te treden, terwijl haar opvolger op het ministerie voor Wonen, Wijken en Integratie, Eberhard van der Laan, al in de coulissen klaar stond. Maar waar Vogelaar het had verdiend op haar merites te worden beoordeeld, verdient haar opvolger dat ook.
Na zijn eerste grote debat in de Tweede Kamer ziet het ernaar uit dat CDA-minister Piet Hein Donner er een collega naar zijn hart bij heeft gekregen. Net als Donner houdt de jurist Van der Laan van zuiver redeneren, verzet hij zich tegen schijndiscussies en doorziet hij debattrucs. Als het om het integratiedebat op het Binnenhof gaat, zijn dat geen overbodige eigenschappen voor een minister. Want dat Haagse debat loopt regelmatig vast in aanvaringen over woorden en toonhoogtes, aanvaringen die in de loop van de afgelopen jaren zijn samengebald tot een welhaast onontwarbare kluwen. Over de dagelijkse werkelijkheid in de Nederlandse wijken, scholen en bedrijven lijkt het daardoor op het Binnenhof vaak helemaal niet meer te gaan. Die werkelijkheid gaat in al dat tumult ten onder.
Van der Laan heeft in zijn eerste optredens in de Tweede Kamer meteen duidelijk gemaakt geen zin te hebben in die Haagse gang van zaken. Zijn verzet ertegen maakte vorige week tijdens de behandeling van de begroting van Wonen, Wijken en Integratie des te meer duidelijk hoe Den Haag, in de jacht op de kiezer, zichzelf loszingt van zowel Marokkaanse rotjochies als afgestudeerde Turkse jonge meiden of oudere autochtonen en uiteindelijk bereikt dat de kiezer zich juist teleurgesteld en gefrustreerd afkeert van de politiek.
Neem de uitspraak van PVDA-partijleider Wouter Bos over beschaafd nationalisme, gedaan kort na de benoeming van Ahmed Aboutaleb tot burgemeester van Rotterdam. Bos had gehoopt dat die benoeming als ‘een feest van emancipatie’ zou worden gezien, maar constateerde dat het leidde tot ‘gezanik en gezeur over dubbele paspoorten’. Waarom kon het niet zijn zoals in de Verenigde Staten, waar na de verkiezing van Barack Obama tot president velen zeiden: I’m proud to be an American.
GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi wilde vorige week wel eens weten wat de nieuwe minister onder beschaafd nationalisme verstaat. Nationalisme klinkt immers goed fout. Behalve in de wereld van de sport heeft het een negatieve connotatie, en hoe durf je als politicus dat naar de Tweede Wereldoorlog riekende woord in de mond te nemen: dat alles lag in Dibi’s vraag verscholen.
Van der Laan probeerde uit te leggen dat die twee woorden voor hem niet op voorhand ‘in een rechte lijn liggen’ en dat hij ze niet zo gauw met elkaar zou verbinden. Waarop Dibi, op z’n Haags, direct concludeerde: ‘Dus de minister zegt eigenlijk dat nationalisme onbeschaafd is.’ Daarmee pogend niet alleen een wig te drijven tussen de partijgenoten Bos en Van der Laan, maar ook tussen de nieuwe minister en de grootste oppositiepartij ter linkerzijde, de SP, die vindt dat er niks mis mee is als mensen zich geworteld weten in een land en zich om hun directe omgeving bekommeren.
De reactie van de jurist Van der Laan was: ‘De a-contrario-redenering is de gevaarlijkste redenering in het leven. Hij (Dibi – red) heeft die al twee keer toegepast. Ik heb geleerd er alert op te zijn. Dus wij zijn voor elkaar gewaarschuwd.’ Je hoort een minister niet vaak zo direct benoemen wat er debattechnisch gebeurt.

Nog zo’n staaltje Haagse kift waar de integratie geen stap van dichterbij komt, is de commotie over de vergelijking die PVDA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer recent trok tussen de Marokkaanse rotjochies van nu en de romanfiguur Ciske de Rat van kort voor de Tweede Wereldoorlog. Die met elkaar vergelijken, dat ging het Kamerlid Sietse Fritsma van de Partij voor de Vrijheid toch te ver, daarbij blijkbaar vergetend dat Ciske de Rat zijn moeder heeft vermoord en dus crimineler was dan menig Marokkaans rotjochie nu. Of de nieuwe minister dat een goede vergelijking vond, ja of nee? vroeg de PVV’er. Van der Laan liet zich wederom niet alleen niet vermurwen mee te doen aan dit soort Haagse debattrucs, maar zei opnieuw er ook niet van gediend te zijn.
Nóg een voorbeeld van zo’n typisch Haags spelletje in het integratiedebat. Als een politicus vijf minuten praat over onderwijs en het leren van de Nederlandse taal omdat hij dat belangrijk vindt voor de integratie, dan krijgt hij het verwijt niet te onderkennen hoe belangrijk werk is of te vergeten hoe crimineel sommige jongeren zijn. Focust hij naar aanleiding van door allochtonen begane roofovervallen op het strafrecht, dan wordt hem voor de voeten geworpen dat integratie ook draait om mee kunnen doen in de samenleving en dat je daarvoor werk moet hebben en de taal moet kennen.
Ook hier benoemde Van der Laan die truc expliciet, sprak van schijndiscussies en zei erbij zich er in het debat niet door te zullen laten vastzetten. Hij voegde er zelfs aan toe dat hij die houding hardnekkig zal volhouden.
Als hem dat lukt, het opschonen van het integratiedebat, zou dat wel eens zijn grootste bijdrage aan de integratie van nieuwkomers kunnen worden. Over een dikke twee jaar zou de minister hierop afgerekend moeten kunnen worden, misschien wel eerder dan op zijn toezegging dat aan het eind van deze kabinetsperiode jaarlijks zestigduizend gegadigden hun inburgeringscursus hebben gedaan. Een groot deel van de Kamer zal hem weliswaar liever aan het laatste houden dan aan het eerste, maar dat zou wel eens kunnen zijn omdat dan blijkt dat er meer inhoudelijke beleidsovereenstemming is dan ze nu willen doen voorkomen.
Ook een andere toezegging van Van der Laan is er een om te onthouden, een toezegging waarin de jurist in hem aan het woord was en waar een deel van de Kamer hem wél aan zal willen houden. Van der Laan wijst het maken van verschil op basis van etniciteit bij het uitdelen van straffen af. Hij wilde vorige week zelfs niet dat er een motie zou worden ingediend die de regering vroeg erop toe te zien dat dit niet gebeurt, omdat volgens hem de rechterlijke macht onafhankelijk is en de wet het maken van onderscheid verbiedt.
‘Misschien moet ik het duidelijker zeggen, dat ik juist helemaal niet het pad op wil van cultureel straffen. Ik wil namelijk dat iedereen gelijk behandeld wordt’, aldus Van der Laan. Dat anderen wél praten over cultureel straffen, ook binnen Van der Laans eigen PVDA, daar wenste de nieuwe minister buiten gehouden te worden, en hij wil er dus ook niet door een motie indirect van verdacht worden. Op zich ook weer zo’n typisch Haags mechanisme.

In zijn eerste optredens kwam nog een derde aspect naar voren, een waar de nieuwe minister aan het einde van de rit zelf waarschijnlijk op afgerekend wil worden: de manier waarop hij alle Kamerleden, ook tegenstanders als Rita Verdonk van Trots op Nederland en PVV’er Fritsma, bejegent en voor zich weet in te nemen. Dat deed hij vorige week door hen te loven voor het invoeren van de inburgeringswet (Verdonk) of begrip op te brengen voor het gebruik van de term ‘straatterrorist’ (Fritsma) voor Marokkaanse rotjochies, ook al wil Van der Laan het woord ‘terrorist’ zelf alleen gebruiken voor hen die de staat omver willen werpen.
Toen PVDA-leider Wouter Bos vorige maand de benoeming van Van der Laan bekendmaakte, was hij opvallend enthousiast over hem. Als de nieuwe minister de lijn van zijn eerste optredens weet vast te houden, is Bos’ houding begrijpelijk, hoe pijnlijk en ongepast het tegenover Vogelaar ook was. Van der Laans insteek kan het integratiedebat in vruchtbaarder vaarwater brengen. Ook kan hij er de wind mee uit de zeilen nemen van Verdonks Trots op Nederland, Geert Wilders’ PVV en misschien ook de SP. Daar vaart de PVDA dan weer wel bij.