Haagse mode

WAAR GAAT DE verkiezingsstrijd van 1998 over? De antwoorden van de politieke campagneleiders op deze vraag zijn onthullend.

‘Ik weet het niet, het hangt van Bolkestein af’, zegt Ewout Cassee van D66. 'Werpt Bolkestein de asielzoekers in de strijd, of wordt het toch de euro?’ Je moet er niet omheen draaien, vindt de D66-campagneleider. 'Natuurlijk is het Bolkestein die bepaalt wat het wordt, het heeft geen zin om te doen alsof dat niet zo is.’ En waar zou D66 het zelf graag over hebben? 'Over economie en milieu, over veiligheid, over Europa, over gezondheidszorg en onderwijs.’ Dat wordt hard werken.
Campagneleider Hans Schripsema van het CDA: 'Wat wij als CDA van belang vinden, doet eigenlijk niet zo terzake, wij gaan het land in om te horen waar de kiezer het over wil hebben.’ Hij heeft wel een idee wat de kiezers bezighoudt: 'Veiligheid, het gezin, onderwijs, gezondheidszorg en solidariteit, maar dat noemen wij liever naastenliefde.’
'Ik wil niet in kretologie vervallen, hoor’, zegt Noortje van Oostveen, de woordvoerder van het PvdA-campagneteam, 'maar de verkiezingen zullen gaan over het sociale gehalte van een sterk Nederland. Nader gepreciseerd: over veiligheid, werk, zorg en onderwijs.’ Ja, zij ook al.
Het campagneteam van de VVD laat weten: 'Er zijn natuurlijk een paar onderwerpen die we niet op de agenda hoeven zetten omdat ze vanzelf op de agenda staan: de euro en de buitenlandersproblematiek. De heer Bolkestein heeft over dat laatste een voorstel gedaan aan de andere partijen om het buiten de verkiezingen te houden, maar daar hebben we nog geen positieve reacties op ontvangen.’
Kortom, de democraten wachten op Bolkestein, het CDA gaat luisteren, Bolkestein zet niks op de agenda maar wordt door de actualiteit gedwongen om het over een paar dingen te hebben, en voor het overige hebben alle partijen het over wat in het Engels zo mooi 'motherhood and apple-pie’ heet: wensen waar geen normaal mens tegen kan zijn.
DE VERKIEZINGEN van 1986 stonden in het teken van economie en werkgelegenheid, in 1989 ging het over milieu en 'sociale vernieuwing’, 1994 had de ouderen en de minderheden, maar 1998 heeft nog geen thema. En het is niet onwaarschijnlijk dat dat zo blijft. Niet omdat alles al geregeld is, of omdat politieke partijen het eens zijn, maar omdat er bij ieder onderwerp wel een paar partijen te vinden zijn die er alle belang bij hebben om het vooral buiten de verkiezingen te houden.
Geweld en criminaliteit was een fijn onderwerp geweest, maar maakt weinig kans omdat de VVD het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft. Je kunt moeilijk tienduizend extra agenten eisen als je eigen minister er weinig van gebakken heeft. Voor files geldt hetzelfde verhaal: het is van nature het onderwerp van de VVD, maar nu Jorritsma zelf verantwoordelijk is, hebben de liberalen er weinig belang bij dat vuurtje erg hoog op te stoken.
De grote infrastructurele projecten dan? Vast niet, want over de grote lijnen zijn de vier grote partijen het min of meer eens. En iedereen kijkt wel uit om het over de precieze invulling te hebben, want dan krijgen de partijen niet alleen ruzie met elkaar, maar ook met hun eigen achterbannen.
Iets soortgelijks geldt voor de euro. Als het aan premier Kok ligt mag de euro zelfs geen onderwerp van de verkiezingsstrijd zijn. Gezien de euroscepsis onder de bevolking zouden ook andere partijen dan de VVD zich dan immers gedwongen voelen een kritischer standpunt in te nemen, en dat is het laatste wat Kok kan gebruiken. Het is overigens niet helemaal zeker dat Koks orders effect sorteren, al was het maar omdat de Eurotop waarop beslist wordt over wie er meedoet aan de euro, plaatsvindt in het weekend voor de kamerverkiezingen.
'HET LIEFST zouden de paarse partijen de verkiezingen een keertje overslaan’, schreef columnist Koen Koch onlangs in Trouw. Volgens Koch is de angst voor debat een logisch gevolg van de paarse samenwerking, het ontkennen van verschillen is voor Paars immers van levensbelang. Maar dat lijkt iets te simpel, want waarom durft Bolkestein het dan wel?
De politicoloog Sander Flight bestudeerde de campagne rond de Tweede-Kamerverkiezingen van 1994, en ontdekte dat alle partijen - inderdaad, op Bolkestein na - de fout maken hun standpunten te brengen als algemene waarheden in plaats van als strijdpunten. 'De media krijgen altijd het verwijt dat ze te weinig aandacht hebben voor de inhoud, maar de politieke partijen doen er - met uitzondering van de VVD - zelf hard aan mee door zich op inhoudelijke punten zo weinig mogelijk te profileren. En dan vindt én de pers het niet interessant, én je dwingt andere partijen niet om op je te reageren.’
Flight vergeleek de onderwerpen die de partijen in hun eigen verkiezingsmateriaal naar voren brachten met de onderwerpen waarmee de partijen in de media kwamen. En wat bleek? Terwijl ze in hun eigen materiaal braaf vertelden wat hun eigen issues waren, hadden PvdA, GroenLinks, CDA en D66 het in de media vrijwel alleen over de issues van de VVD. Ze voelden zich blijkbaar steeds gedwongen om op de thema’s van Bolkestein te reageren.
MAAR WAAROM kijken de andere partijen het kunstje dan niet van Bolkestein af? Dat komt, zegt de Amsterdamse politicoloog Philip van Praag, omdat de achterbannen van CDA, PvdA en D66 over veel issues dusdanig verdeeld zijn dat de partijleiding geen duidelijk en uitdagend standpunt kan innemen. 'Neem de grote infrastructurele projecten. CDA en PvdA zullen er alles aan doen om daar juist geen thema van te maken, gezien de verdeeldheid hierover bij de achterban.’ Toen het CDA in 1994 pleitte voor verlaging van het minimumloon, kreeg ze het meteen met de achterban aan de stok.
Bovendien wordt een issue pas een issue als de tegenstander 'hapt’. De kunst is, zegt de Utrechtse communicatiewetenschapper Jan Kleinnijenhuis, om te zorgen dat je politieke tegenstanders als jouw vliegwiel gaan fungeren. Als voorbeeld van hoe het niet moet, noemt hij het verkiezingsthema van de PvdA in 1989, de 'sociale vernieuwing’. Kleinnijenhuis: 'Daar heeft de Telegraaf dus geen woord aan vuil gemaakt. Niemand wist wat het inhield en niemand was er tegen. Dus werkte het niet.’ Het is nu eenmaal niet genoeg om het zelf veel over een thema te hebben. 'Als je zelf je thema steeds herhaalt, ben je een drammer. Je moet dus via de band spelen. Dat is Bolkestein in 1994 fantastisch gelukt.’ Maar, waarschuwt hij, 'de anderen zullen daar nu veel minder snel intrappen, die kennen het trucje nu’. En als de anderen niet happen? 'Dan is er een probleem. Niet alleen voor VVD, maar ook voor de democratie, want als iedereen het trucje kent, wordt dus niets meer een debat.’
Sander Flight gelooft er heilig in dat iedere partij 'eigenaar’ is van bepaalde issues, en dat het voor partijen per definitie schadelijk is om het over de issues van andere partijen te hebben. De PvdA heeft de sociale rechtvaardigheid, GroenLinks het milieu, het CDA het gezin en de normen en waarden, de VVD heeft de criminaliteit, de files en de hoge belastingen. 'Stel dat de VVD over het milieu begint. O, denkt de kiezer dan, als zelfs de VVD het over het milieu heeft, moet het wel heel belangrijk zijn, dan stem ik dus maar GroenLinks, want GroenLinks zorgt het beste voor het milieu.’ Het is niet voor niets dat Noortje van Oostveen bij de vier kernthema’s van de PvdA niet het milieu noemt. Want het milieu is van GroenLinks. Bovendien gaat het bij milieu vanzelf over Schiphol en andere infrastructurele projecten, en dat wordt ruzie met de achterban.
Als partijen slim zijn zullen ze er dus alles aan doen om te voorkomen dat er thema’s op de agenda komen waar de ander baat bij heeft. En dat doen ze door vooral niet op de uitdagingen van collega-partijen in te gaan. Met als uiteindelijk resultaat dat er over geen enkel issue meer gesproken wordt. CDA-leider De Hoop Scheffer schrijft een groot verhaal in NRC Handelsblad over het gezin - niemand reageert.
Het eigendom van onderwerpen staat niet voor eeuwig vast. De SP en GroenLinks maken een behoorlijke kans de 'sociale rechtvaardigheid’ af te pakken van de PvdA. Daarbij geholpen door de achterban van de PvdA, die het sociale gezicht van de partij mist. Door het gemor van de eigen achterban kon de PvdA de kritiek van GroenLinks en SP niet meer negeren en werd de doodzwijgtactiek even verlaten.
Ook kunnen partijen zich issues van de concurrent toe-eigenen door de probleemdefinitie te veranderen, door te zorgen dat er in jouw termen over wordt gepraat. Jan Kleinnijenhuis: 'Waar rechts veel beter in is dan links, is te zorgen voor spiegelthema’s bij linkse issues. Heeft links het over sociale zekerheid, dan neemt rechts het debat over door te praten over belastingverlaging en fraude. Op een of andere manier lukt het links veel minder goed om de boel om te draaien.’
Bij het onderwerp buitenlanders is dat in ieder geval nog niet gelukt. Als Bolkestein de buitenlanders de komende maanden tot verkiezingsissue maakt, weten de andere partijen eenvoudigweg niet wat ze moeten doen. En dus kwam de VVD-leider onlangs met een meesterzet: als jullie akkoord gaan met het door de VVD voorgestane beleid, zal ik het er tijdens de verkiezingscampagne niet over hebben. De boodschap is duidelijk: als het er straks per ongeluk toch over gaat, ligt het in ieder geval niet aan de VVD.
Onlangs bleek uit een enquête van Nova dat 37 procent van de VVD-kiezers juist voor die partij kiest vanwege het standpunt over buitenlanders (de onderwerpen hypotheekrenteaftrek/ belastingen, veiligheid en financieringstekort gaven slechts voor respectievelijk 15, 8 en 8 procent van de VVD-stemmers de doorslag). Is het dan niet vreemd als de VVD het tijdens de verkiezingscampagne niet over buitenlanders wil hebben? 'Mevrouw’, zegt het VVD-campagneteam, 'wij willen geen verkiezingswinst behalen over de ruggen van asielzoekers.’
GEVRAAGD NAAR de belangrijkste thema’s van 1998 noemen alle campagneleiders, ook die van SP en GroenLinks, 'veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg’. Dat wordt dringen! En juist daardoor zullen dit niet snel echte verkiezingsthema’s worden. Ze zijn van iedereen, en dus van niemand. De grote partijen hebben er geen enkele behoefte aan deze onderwerpen te politiseren of zelfs maar te concretiseren, want zodra ze dat doen nemen ze ook een deel van de kiezers tegen zich in, terwijl ze er juist de hele bevolking mee hopen aan te spreken. Zodra een van de partijen over deze thema’s begint, neutraliseren de anderen dat door ogenblikkelijk te roepen dat zij dat ook vinden.
Niemand kan de retoriek van de ander vakkundig doorprikken, want daarmee zou men ook zichzelf doorprikken. SP en GroenLinks kunnen een poging wagen, maar als de rest niet hapt, slaat de discussie dood. En het is op deze terreinen niet eenvoudig om een dusdanig extreem standpunt in te nemen dat de anderen zich wel gedwongen voelen om afstand te nemen.
Onderwerpen komen, onderwerpen gaan. Wie hoort er anno 1998 nog iets over de kloof tussen burger en politiek, hét thema van de gemeenteraadsverkiezingen in 1994? Of over de verschrikkelijke opmars van extreem rechts? Of over de oudedagsvoorziening en ouderenbeleid in het algemeen? Of over de politieke en bestuurlijke vernieuwing? Volgens politicologen maakt ieder onderwerp een bepaalde cyclus door: het begint met een schokkende gebeurtenis, vervolgens trekt de politiek er wat geld voor uit, na een aantal jaren blijkt dat het gevoerde beleid volstrekt onvoldoende is om het probleem op te lossen, de politiek heeft het er wijselijk niet meer over, voor de media is het geen nieuws meer, en vervolgens zegt ook de burger dat het probleem inmiddels een stuk minder belangrijk is - terwijl er in werkelijkheid nauwelijks iets is veranderd.
Op de vraag: 'Wat vindt u het belangrijkste probleem in Nederland?’ antwoordde in 1986 slechts 2 procent van de mensen 'het milieu’. In 1989 zei maar liefst 45 procent 'het milieu’, en in 1994 was dit weer gedaald tot 5 procent. In 1986 stond werkloosheid aan de top, en in 1994 stonden de minderheden op één (bron: Nationaal kiezersonderzoek). En laten dat nou precies de thema’s zijn die in de verkiezingen ook de grootste rol speelden.
OP HET EERSTE gezicht jojoot de bevolking er dus behoorlijk op los. Maar vraag je het volk naar de vier belangrijkste problemen, dan blijkt er van gejojo helemaal geen sprake te zijn: in de top-vier staan continu het milieu, criminaliteit, werkloosheid en uitholling van de sociale zekerheid. Het is dan minder verbazend dat door een cocktail van incidenten, media-aandacht en politieke aandacht een van die vier gemakkelijk op één komt.
Het is nog niemand gelukt om een bevredigend antwoord te geven op de vraag wie wie beïnvloedt. Paul Dekker, onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau: 'De elite, dus de politiek en andere spraakmakers, kunnen wel bepalen waaróver mensen denken, maar niet wát mensen denken.’ Het is niet waarschijnlijk dat de Nederlandse bevolking onderwijs en gezondheidszorg acht jaar geleden minder belangrijk vond dan nu, en toch hebben alle politieke partijen er nu de mond van vol, en toen niet. Belangrijke oorzaak is waarschijnlijk dat er weer geld te verdelen valt, terwijl in tijden van economische tegenspoed de politiek er alles aan zal doen om het niet over de geldverslinders onderwijs en gezondheidszorg te hebben.
Maar zoals gezegd is het niet erg waarschijnlijk dat deze onderwerpen de komende verkiezingen gaan domineren. Tenzij er plotseling een onderwijs- of gezondheidskop dreigt te rollen. Want als de vorige verkiezingen iets geleerd hebben, dan is het dat wel: een onderwerp wordt pas echt groot als het op een of andere manier personele consequenties heeft. In 1989 werd het milieu pas een hype nadat het kabinet was gevallen over het reiskostenforfait. De ouderen werden in 1994 een onderwerp omdat ze de val van CDA-leider Brinkman inluidden.
TIJDENS DE campagne van 1994 ging maximaal eenderde van het verkiezingsnieuws over inhoudelijke onderwerpen, zo staat mooi beschreven in het boek De verkoop van de politiek (redactie Kees Brants en Philip van Praag). Het nieuws wordt gedomineerd door incidenten, rituelen en de wedstrijd: wie ligt aan kop.
Sander Flight, die betrokken was bij het onderzoek: 'Zodra het over inhoudelijke onderwerpen gaat, zijn journalisten als de dood om voor het karretje van partijen gespannen te worden. Bovendien staan alle inhoudelijke standpunten al in het verkiezingsprogramma, en dat is tijdens de campagne al weer oud nieuws. Dus hebben ze het eindeloos over de wedstrijd en de spelers.’
En ondertussen vergeten ze, zegt Jan Kleinnijenhuis, dat ze daarmee nog veel sterker de verkiezingsuitslag bepalen dan wanneer ze het wél over inhoudelijke issues zouden hebben. 'De zwevende kiezer laat zich immers vooral leiden door de vraag welke partij als winnaar te boek staat.’