Interview: Cees Dekker

Haagse non-fictie

Voor de gevestigde politieke orde zit er één troost in het Franse nee. Nederland is niet het enige land waar een kloof gaapt tussen de politieke elite en de kiezer. Sinds de opkomst van en moord op Pim Fortuyn in 2002 is Nederland in het buitenland keer op keer afgeschilderd als een land waar ze de weg kwijt zijn en de Nederlanders als een volk dat zijn nuchterheid heeft ingeruild voor heftige emoties, waarbij woede en wantrouwen jegens politici de meest opvallende zijn. De moord op Theo van Gogh versterkte dat beeld nog eens. Maar, om het cynisch te zeggen, Frankrijk heeft geen moord nodig om toch sterk op Nederland te lijken. Met een opkomst van zeven tig procent zondag bij het Franse referendum en tien procentpunten verschil in het voordeel van het nee-kamp kan ook het merendeel van de Franse politici niet anders concluderen dan dat ze geen voeling hebben gehouden met hun achterban.

Openlijk geven ze het in Den Haag niet toe, maar menige Nederlandse politicus moet zondagavond even na tienen, toen de Franse uitslag bekend werd, een zucht van verlichting hebben geslaakt: wat het ook in Nederland wordt, het zal met een nee in ieder geval niet alleen staan. Regeringscoalitie en het ja-kamp in de oppositie waren het over één ding eens: een geïsoleerd Nederlands nee zou catastrofaal zijn geweest voor Nederland. De toezegging van CDA-fractieleider Maxime Verhagen, afgelopen maandag, om niet pas bij zestig procent een nee van de kiezers over te nemen, maar al bij 55 procent, kan als teken van die opluchting worden gezien. Verhagen deed die toezegging echt niet alleen omdat hij meende niet achter te kunnen blijven bij de Franse president, die een nee van 55 procent van de kiezers onmiddellijk accepteerde.

Formeel heette het de afgelopen campagneperiode dat er in Brussel geen plan B klaarlag, maar volgens Rob de Wijk van het Clingendael Instituut in Den Haag is dat er wel degelijk geweest. Een plan B voor het geval alleen een klein land als Nederland de Europese grondwet zou afwijzen. Dat plan zag er heel simpel uit: de rest van de 25 lidstaten zou gewoon doorgaan met waar de grondwet voor bedoeld is en Nederland, waar ze sinds 2002 helemaal gek zijn geworden, had het dan maar uit moeten zoeken.

Maar vanaf zondag waren de kansen gekeerd en werd een Nederlands ja zelfs extra aanlokkelijk. Om het met de woorden van de woordvoerder van de VVD-fractie te zeggen: door het Franse nee bestond ineens de mogelijkheid dat Nederland wat over de Fransen en hun macht in Europa te vertellen zou krijgen in plaats van andersom.

Vanaf zondagavond kan niet alleen het Brusselse plan B maar ook een ander plan in de ijskast, plan C, waarbij de C staat voor crisis. Binnenlandse politieke crisis. Ook daarover werd druk gespeculeerd. Het idee was dat bij een nee in alleen Nederland het kabinet-Balken ende II de verwijten en het intern elkaar de schuld toeschuiven niet zou overleven.

Niet iedereen was het met die hypothese eens. Vooral in het CDA van Balkenende werd er resoluut op gewezen dat de grootste oppositiepartij, de PvdA, niets hoeft te proberen na 1 juni. De christen-democraten slaan dan keihard te rug. Daarvoor hadden ze al vóór het Franse nee drie argumenten. Wie wilde ook alweer het referendum? De PvdA. Wie zat er ook alweer twee jaar bij de Europese conventie die de grondwet heeft opgesteld? PvdA-kamerlid Frans Timmermans. Daarnaast vindt het CDA dat de PvdA in de campagne aan het duiken is geweest. Waar was partijleider Wouter Bos? Waarom verdedigde partijvoorzitter Ruud Koole de grondwet wel hartstochtelijk in het buitenland maar met veel minder verve in eigen land?

Ook binnen de PvdA geloofde niet iedereen in plan C, niet bij een geïsoleerd Nederlands nee en ook niet als de Fransen eveneens de grondwet zouden afwijzen. De redenering daarachter is simpel: als bij het eerste referendum in Nederland het kabinet gedwongen wordt af te treden, dan komt er nooit meer een referendum. Dat zou immers het gelijk bevestigen van de tegenstanders van het verschijnsel referendum die toch al vinden dat volksraadplegingen nooit gaan waarover ze moeten gaan.

Ook over de voorspelling dat het kabinet implodeert bij een Nederlandse Alleingang in Europa, of zelfs als Frankrijk ook nee stemt, bestond vooraf twijfel. De argumenten daarvoor zijn verschillend. Het ene luidt dat de sfeer in de coalitie – met name tussen de fractievoorzitters – daarvoor te goed is. Een ander is dat dit kabinet al zo slecht staat in de peilingen dat een afgang bij het referendum dat niet nog erger kan maken en dus geen voedingsbodem kan zijn voor onderlinge verwijten. In het verlengde daarvan ligt het argument dat geen van de coalitiepartijen op dit moment een slaatje kan slaan uit een breuk: bij eventuele nieuwe verkiezingen zouden ze alledrie verlies lijden. Bovendien zou de partij die breekt zich de gevangene maken van de PvdA, die in de peilingen op een gigantische winst staat. En daar heeft geen van de drie behoefte aan.

Balkenende maakte zich vooraf grote zorgen over de uitslag van het referendum in Nederland. Een van zijn grootste zorgen gold zijn eigen persoon. Als Nederland nee zou stemmen, zo heeft hij gezegd, zou hij voor gek staan in Brussel. Ook Balkenende heeft zondagavond dus een zucht van verlichting geslaakt: mochten de Nederlanders de Fransen volgen, dan zou hij in ieder geval samen met zijn collega Chirac voor gek staan.

Het argument was tekenend voor wat het probleem is in Europa. Europa lijkt vooral iets te zijn van en voor politici en juist daar wil de gewone Europeaan geen boodschap meer aan hebben.