Haagse tegenwind

Het was een onderneming van titanische proporties, en eigenlijk is het nog steeds niet klaar: het ‘energieakkoord voor duurzame groei’. In het huis van de polder, de ser in Den Haag, onderhandelden ruim tachtig afgevaardigden van milieuorganisaties, overheden, energieproducenten en het bedrijfsleven ruim een half jaar lang over de vergroening van de energievoorziening. Het doel was ambitieus: een omslag afdwingen naar een CO2-arme energievoorziening.

Medium commentaar 29 2013 haagse tegenwind

Misschien té ambitieus: zelfs na zes maanden waren de onderhandelaars er nog niet uit. Toen het kabinet vorige week met reces ging en er iets gepresenteerd moest worden – de laatste deadline was al gepasseerd – kwam de ser na enige aarzeling met de verklaring dat er een ‘akkoord op hoofdlijnen’ was. Er is nog geen handtekening gezet, maar de grote lijn is duidelijk: er komen in Nederland meer windmolens op zee, we gaan huizen beter isoleren en belastingvoordelen voor kleinschalige energieopwekking worden uitgebreid.

De details moeten nog worden ingevuld, maar het is nu al duidelijk dat het eindproduct een lappendeken is van kleine maatregelen die de kern van de fossiele Nederlandse energievoorziening ongemoeid laten. Er worden vijf oude kolencentrales gesloten, maar omdat er onlangs drie veel grotere nieuwe zijn verrezen, blijft het aandeel van vervuilende kolen in de energiemix voorlopig toenemen. Windenergie op land en zee moet een hoge vlucht nemen om in 2020 ten minste veertien procent van de energie duurzaam op te wekken, maar de ervaring van de afgelopen twintig jaar leert dat plannen voor windmolens zich liever laten tekenen dan uitvoeren.

De inspanning van de polder ten spijt: deze uitkomst was voorspelbaar. Het kabinet had vooraf al besloten dat de energietransitie naar een CO2-neutrale economie niets extra mocht kosten. Verplichtingen, van welke vorm dan ook, waren uit den boze. Zelfs toen onderhandelaars bij de ser voorstelden om isolatie van woningen geleidelijk te verplichten, zei de minister nee. Een kilometerheffing om het verkeer te vergroenen? Onbespreekbaar.

Deze vasthoudendheid aan de ideologische wensdroom van een overheid die niet straft en verplicht, maar slechts stimuleert en faciliteert, wijst op een diep gewortelde inertie. In feite wordt het klimaat­probleem – dé reden om vergroening van de energievoorziening serieus te nemen – door het ministerie en het kabinet gezien als de zoveelste bestuurlijke kwestie, ondergeschikt aan de standaardpolitiek van begrotingen en partijbelangen. Het is veelzeggend dat minister Kamp van Economische Zaken als eerste een officiële toelichting gaf op het huidige ‘akkoord’. EZ is een van de onderhandelende partijen, maar ook het ministerie dat de randvoorwaarden van het ser-traject mede bepaalt. Hoe langer de onderhandelingen bij de ser liepen, hoe meer minister Kamp het initiatief naar zich toe trok. Verreweg de meeste voorstellen waarover de polderaars het na lang soebatten eens waren geworden, sneuvelden op het bureau van Kamp.

Aangezien er wereldwijd nog voor vele decennia aan fossiele brandstoffen in de aarde zit, betekent verduurzaming van de energievoorziening: kiezen. De politiek zegt al jaren te kiezen voor groen en maakt dat al jaren niet waar. Tot overmaat van ramp is nu ook het nobele initiatief van de ser slachtoffer geworden van deze Haagse logica. Ieder gevoel van urgentie ontbreekt.