Sciencepalooza

Haal het experiment uit de prullenbak

In de wetenschap is een gezegde: als je een resultaat één keer vindt, is het niet waar. Bij de tweede keer is het een gerucht. Maar bij de derde keer moeten we het serieus nemen. In het afgelopen kwartaal hoorde ik, non-profitontwikkelaar van vaccins, drie keer dezelfde boodschap uit volledig verschillende hoeken: er wordt te weinig aandacht besteed aan negatieve onderzoeksresultaten binnen de wetenschap.
Boodschap 1: het begon allemaal op een workshop van de Europese organisatie TRANSVAC (groot vaccinonderzoeksnetwerk). Academici, toezichthouders, patiëntenorganisaties, industrie en onderzoeksfinanciers kwamen een dag bij elkaar om te brainstormen. Op de vraag hoe er meer vaccins in ontwikkeling zouden kunnen komen was een van de breedgedragen conclusies: we zouden meer negatieve resultaten moeten kunnen publiceren. U moet hierbij denken aan conclusies als: ‘Die samenstelling werkt niet’, 'dat eiwit konden we niet produceren’, 'die dierstudie was desastreus’. Van deze kennis zouden anderen dan kunnen profiteren en dure duplicatie van fouten zou voorkomen kunnen worden.
Helaas worden zulke resultaten niet gepubliceerd, omdat je hiermee niet hoog scoort. Terwijl de wetenschappelijke impact van het goed uitzoeken 'waarom’ iets negatief is waardevol kan zijn.
Boodschap 2: op de World Health Summit in Berlijn in oktober verkondigde een professor in de biologische psychiatrie dat elk farmaceutisch bedrijf een Chief Dead Drug Officer zou moeten hebben. Iemand die constant de vraag stelt of met de inzichten van vandaag prototypes uit het verleden niet nieuw leven ingeblazen zouden kunnen worden. Ook in de wereld van de psychotherapeutica is er namelijk weinig vernieuwing: men is geobsedeerd door louter nieuwe concepten, terwijl ideeën die eerder op de plank zijn gelegd met moderne technieken nieuw leven ingeblazen kunnen worden.
Boodschap 3: er zijn twee recente publicaties verschenen waarin onderzocht is hoeveel van de aangemelde klinische onderzoeken bij het Amerikaanse National Institute of Health (NIH) hun resultaten publiceren. De universiteit van British Columbia vond dat van alle studies die aangemeld werden slechts twaalf procent binnen de voorgestelde wettelijke termijn rapporteerde. Italiaanse onderzoekers zagen eveneens dat van alle klinische vaccinstudies uitgevoerd rondom de H1N1-grieppandemie in 2009-2010 maar 29 procent zijn resultaten gerapporteerd heeft in peer-reviewed literatuur. Nu lopen klinische studies notoir uit, maar, desalniettemin is dit een krachtig signaal dat veel -waarschijnlijk teleurstellende - uitkomsten het publieke domein niet halen. Een interessant detail is dat universiteiten gefinancierd door de Amerikaanse overheid (NIH) in verhouding drie keer zo weinig publiceerden als de farmaceutische industrie.
Requisitoir: het valt niet te ontkennen dat de medische productenpijplijn, de genetische en biotechnologische revolutie ten spijt, niet heeft geleid tot de beloofde golf van nieuwe interventies. 'Het model moet om’, roept iedereen binnen productontwikkeling al een decennium. Allez, laten we dan beginnen met niet uit het oog te verliezen wat we hebben gedaan en wat we nu aan het doen zijn, vooral als het fout gaat. Dat verhoogt onze duurzaamheid en nederigheid.
Een cruciale rol is hierbij weggelegd voor uitgevers van wetenschappelijke literatuur: zij moeten focussen op zinvol en degelijk onderzoek, ongeacht de uitkomst. Een voorbeeld is het open-accessblad Journal of Negative Results in Biomedicine, dat sinds 2002 al bestaat. Ten slotte zouden eveneens de instanties die wetenschappelijk onderzoek financieren (EU, Nationale overheden, Kanker- en andere fondsen) de onderzoekers niet moeten afrekenen op hun negatieve resultaten, maar duurzame projecten blijven (h)erkennen. Ik zeg: haal het experiment uit de prullenbak!