‘habibie moet oppassen’

VOOR HET MINISTERIE van Defensie in Jakarta staat een handjevol mensen. Demonstratief dragen ze foto’s bij zich. Daarop staan hun vermiste zonen, broers en echtgenoten. Ze komen generaal Wiranto, de chefstaf van het leger, voor de zoveelste keer vragen wat er met hun geliefden is gebeurd.

‘Nog nooit hebben we Wiranto te spreken gekregen’, zeggen meneer en mevrouw Alkatiri. Zij zijn de ouders van Noval Alkatiri. Geboren op 25 mei 1967. Verdwenen op 29 mei 1997. Al bijna anderhalf jaar geleden. Zijn vader zegt bitter: 'Het onderzoek naar de ontvoeringen door het leger is zogenaamd afgerond, maar er zijn nog altijd veertien mensen vermist. Onder wie onze zoon. De hoogste man in het leger doet ondertussen alsof zijn neus bloedt.’
Noval was die 29ste mei net thuis van kantoor toen Dedy belde, een vriend die een operatie had ondergaan en een lift naar huis nodig had. Noval ging Dedy ophalen. Samen zijn ze het ziekenhuis uit gelopen en nooit meer teruggezien.
Noval was zakenman, hij had een eigen reisbureau. Zijn moeder wijst op de foto in haar hand: een stevige man met een snor en een stropdas. 'Hij ziet er toch niet bepaald uit als een activist? Onze zoon moest niets hebben van politiek. Hij heeft alleen maar tweede klas middelbare school, daarna ging hij werken. De enige reden dat hij ontvoerd is, kan zijn dat hij samen met Dedy was.’
Dedy was niet echt actief, slechts solidair met de oppositiepartij PPP. Maar dat was onder Soeharto genoeg om meegenomen te worden. Twee activisten die inmiddels zijn vrijgelaten, hebben verteld dat zij drie maanden met Dedy en Noval in hetzelfde gebouw vastzaten. Novals ouders staan sinds zijn verdwijning onder grote druk. Als de telefoon gaat, hopen ze altijd dat hij het is. Overal denken ze hem te zien lopen op straat. Noval is een van hun vijf kinderen. Nu zorgen zij voor zijn vijfjarig dochtertje.
Na uren vergeefs wachten op Wiranto druipen Novals ouders en de andere families af, en gaat het gezelschap naar Kontras, de onafhankelijke commissie voor vermisten en slachtoffers van geweld, die wordt geleid door advocaat Munir.
Munir heeft zijn handen vol, nu met de nieuwe openheid in Indonesië een ware beerput opengaat aan mensenrechtenschendingen, martelingen, ontvoeringen en moorden door het leger. Zoals in Atjeh, waar vorige maand complete killing fields zijn ontdekt. En in Irian Jaya. En in Lampung. Daar hebben de mensen van Kontras net elf lijken opgegraven. 'Wil je ze zien?’ vraagt Munir uitdagend. 'Of zal ik er alleen over vertellen?’ De lichamen, vertelt hij, hebben allemaal afgehakte handen en een gebroken nek. Onderzocht wordt nog of ze inderdaad ten prooi gevallen zijn aan het leger, zoals wordt vermoed.
Sinds het begin van dit jaar houdt Kontras zich intensief bezig met de zaak van 24 pro-democratie-activisten die de afgelopen twee jaar zijn verdwenen. Meegenomen door het leger, in opdracht van voormalig president Soeharto. Een van hen is dood teruggevonden; veertien zijn nog vermist; negen zijn teruggekeerd. Zij hebben zich na hun vrijlating aangesloten bij Kontras, en proberen met Munir opheldering te krijgen over hun verdwenen vrienden.
MUNIR KWAM ALS advocaat al gauw in aanraking met de martelpraktijken in zijn land. Hij verdedigde een aantal slachtoffers. Hij verdedigde ook Marsinah, de beroemd geworden vrouwelijke arbeider die in 1992 werd doodgemarteld door het leger vanwege het leiden van een staking. Hij werd met de dood gedreigd als hij Marsinah zou blijven verdedigen. Munir zat zelf ook enige tijd opgesloten en werd mishandeld.
In korte tijd heeft Munir de zaak van de 24 ontvoerde activisten hoog op de agenda weten te krijgen. De legertop voelde zich zelfs gedwongen een heus onderzoek in te stellen, en wees daarvoor een commissie van officieren aan. Deze DKP-commissie hield zich de afgelopen maanden vooral bezig met het verhoren van luitenant-generaal Prabowo Subianto, een schoonzoon van voormalig president Soeharto en - belangrijker nog - een aartsrivaal van chef-staf Wiranto. Prabowo heeft bekend negen pro-democratie-activisten ontvoerd te hebben, terwijl hij hen slechts had moeten 'monitoren’ volgens zijn orders. Hij kreeg hiervoor vorige maand - eervol - ontslag.
'De uitkomst van het DKP onderzoek’, zegt Munir, 'is een gotspe. Die commissie heeft het beste voor met het leger, niet met de vermiste activisten. Hij werd geleid door Subagyo, een militair die zelf verdacht wordt van een ontvoering in juli 1996. Het was een schijnvertoning. Prabowo is aangeklaagd als individu, om het leger als instituut zo min mogelijk gezichtsverlies te laten lijden.’
Wiranto houdt ondertussen vol dat hij niks weet van de vermisten, maar Munir weet zeker dat hij liegt. 'Hij moet weten waar ze zijn. Natuurlijk, hij is de hoogste baas! Dit is zo'n tragedie; Habibie en hij mogen wel oppassen. Het hele land leeft mee met de familie van die veertien mannen. Als zij dood worden teruggevonden, zou het me niet verbazen als er een complete opstand uitbreekt.’
DE VADER van Noval: 'Het DKP-onderzoek was een slag in ons gezicht. Ze hebben niet gepubliceerd wat er nu precies boven tafel is gekomen. En het ging alleen maar over de teruggekeerde activisten, niet over de nog vermisten. Wij hebben nog steeds geen idee waar onze zoon is.’
Novals ouders vertellen hoe ze aanvankelijk dachten: misschien is hij opeens op vakantie gegaan. Maar toen ze na vier dagen nog niets hadden gehoord en hun zoon ook niet op kantoor verscheen, zijn ze naar de politie gegaan. Ze hebben aangifte gedaan, en zijn een paar dagen later teruggegaan met wat extra gegevens, zoals de nummerplaat van zijn auto. De politie beloofde er achteraan te gaan en heeft vervolgens nooit meer wat over de zaak laten horen.
Wat konden ze nog doen? Ze gingen de ziekenhuizen af om de lijken te bekijken die daar lagen. Hun zoon was er niet bij. Ze bezochten alle legerplaatsen in de stad om te informeren of Noval daar gevangen zat. Meer durfden ze niet te ondernemen. 'Eigenlijk’, zegt de vader, 'zaten we tot de reformasi in het donker. Daarna kwam er een beetje licht voor ons, vooral dankzij het werk van Munir.’
Ze hoorden al gauw over Kontras en zochten contact. Sindsdien is er eindelijk aandacht voor hun zaak. Munir praat met de pers, met het Rode Kruis, met parlementsleden. Novals ouders zijn er nu weer van overtuigd hun zoon terug te vinden. Al moeten ze het daarbij niet van hun president hebben. 'Habibie zegt wel dat hij alles opgehelderd wil hebben, maar doet ondertussen niks’, zegt de vader. De moeder knikt: 'Alleen maar een ander jasje. Daaronder is hij net als Soeharto.’
Ze hebben de verhalen over martelingen natuurlijk gehoord van de teruggekeerde activisten. De vader verbergt het gezicht in de handen. 'We zijn zo bang dat dat ook met hem is gebeurd. Die mensen zijn gewetenloos.’ Maar Noval leeft nog wel, zijn ouders zijn ervan overtuigd. Ze hebben daar het volgende argument voor bedacht: degenen die al bevrijd zijn, waren het meest militant. Noval was dat helemaal niet, dus juist hem zullen ze dan toch niet vermoorden? Zijn vader zegt: 'Onze zoon is onschuldig. God zal hem terugbrengen.’