Habibies geacceleerde evolutie

Wie precies de macht heeft in Jakarta valt onmogelijk nog vast te stellen. In ieder geval is het niet Bacharuddin Jusuf Habibie. De praatzieke president heeft zijn strijdkrachten niet meer in de hand. Alleen Habibie zelf en minister Van Aartsen geloven nog in een ‘geaccelereerde evolutie’ van de Indonesische politiek.

DE GROOTSTE VIJAND van Bacharuddin Jusuf Habibie, zo is reeds vele malen vastgesteld, is zijn eigen tong. De man op wiens frele schouders de enorme taak rust het aan alle kanten krakende, 17.000 eilanden en meer dan 150 miljoen zielen tellende imperium van de Indonesische Republiek bij elkaar te houden, is namelijk behept met een chronische kwebbelziekte, die hem keer op keer in de politieke gevarenzone brengt. Anders dan zijn voorganger Soeharto, die zijn fenomenale gaven als publieksmenner wel degelijk wist te gebruiken, staat Habibie met zijn stroom van incoherente mededelingen vooral garant voor verwarring, hetgeen de toch al troebele verhoudingen in Jakarta nog eens ondoorgrondelijker maakt voor de buitenwereld, het Indonesische volk niet in de laatste plaats.
Habibie wordt gedreven door een uitzonderlijke ijdelheid, zo niet megalomanie. ‘God heeft mijn presidentschap geregisseerd’, zo verkondigde hij verleden jaar, direct na het haastige vertrek van zijn politieke godfather Soeharto uit de presidentiële paleizen. Habibie voelt zich werkelijk uitverkoren voor een schier bovenmenselijke taak, en lijkt daar een buitenproportioneel vertrouwen in eigen kunnen aan te ontlenen. Zo speelde hij het klaar om op de herdenking van de geboortedag van de profeet Mohammed het in diepe economische crisis gedompelde Indonesische volk op te roepen het presidentiële voorbeeld te volgen en tweemaal per week te vasten. Alleen al aan rijst zou dat een jaarlijkse miljoenenbesparing opleveren voor de in een monetaire houdgreep van het IMF verkerende Indonesische economie. Habibies uitspraken zaaiden vooral verbijstering, daar een groot deel van zijn onderdanen voornamelijk wordt geplaagd door honger, en zich de luxe van vrijwillig vasten nauwelijks kan veroorloven.
Al babbelend geeft Habibie keer op keer te kennen dat hij nauwelijks in contact staat met de barre realiteit van het grote Indonesische rijk. Hij wordt dan ook door steeds minder mensen serieusgenomen. Al helemaal niet door zijn minister van Defensie generaal Wiranto, tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten. Wiranto lapt de traditonele delicate etiquette van het Javaanse presidentiële hof bijna voortdurend aan zijn laars: zo ging hij voor het oog van de wereldpers demonstratief tegen de presidentiële auto leunen op het moment dat Habibie wilde vertrekken en maakte hij de ene ironische schimpscheut na de andere aan het adres van zijn president. Wiranto is er duidelijk veel aan gelegen duidelijk te maken dat Habibie niet al te serieus moet worden genomen.
DIE NOTIE WERD door de apocalyptische ontwikkelingen op Oost-Timor afgelopen week nog eens bloedrood onderstreept. Volgens een eerste voorzichtige schatting van de Timorese bisschop Belo, Nobelprijswinnnaar samen met de onafhankelijkheisactivist Jose Ramos Horta, zijn er op Oost-Timor sinds de massale keuze van het electoraat aldaar voor een zelfstandige republiek tienduizend mensen omgebracht. Dat deze genocide het exclusieve werk was van de oververhitte milities van lokale onafhankelijkheidstegenstanders wordt inmiddels door bijna niemand meer geloofd; bewijzen dat het Indonesische leger heeft deelgenomen aan de moordpartijen stapelen zich op. Geschokt uit Dili gevluchte VN-waarnemers maakten gewag van een verschroeide-aardetactiek van het Indonesische leger; als de Oost-Timorezen ooit onafhankelijk zullen worden, gebeurt dat met een volkomen verwoest land.
Habibie verzekert de internationale gemeenschap in alle toonaarden dat hij zijn leger onder controle heeft, maar daar is duidelijk geen sprake van. De internationale gemeenschap speculeert openlijk over een mogelijke coup die zich in de hitte van de Oost-Timorcrisis in Jakarta heeft afgespeeld. Die theorie gaat ervanuit dat Habibie ooit wél werkelijke macht zou hebben genoten. Ook dat getuigt niet van al te veel realiteitszin. Habibies bewind werd in feite al vanaf de eerste dag gekenmerkt door een volslagen machteloosheid. Telkens maakte het leger duidelijk dat het zich niets aantrekt van de eerste man van het land. Habibie, zo constateerde de in Jakarta woonachtige ex-hoogelaar Jacob Vredenbregt in zijn nieuwste boek Reformasi: een ooggetuigenverslag van de eerste honderd dagen van Habibie’s bewind, was vanaf het begin van zijn presidentschap hypernerveus over zijn eigen positie. 'Hij gedroeg zich als een Braziliaanse voetbalfan tijdens de finale om de wereldcup’, zo signaleerde Vredenbregt, die er geen geheim van maakt dat Habibie ook bij zijn eigen aanhang kampt met een gigantisch geloofwaardigheidsprobleem.
Habibie heeft de mond vol van zijn omvangrijke Reformasi-programma, waarmee hij Indonesië wil bevrijden van de feodale erfenis van Soeharto. Hij spreekt van een nationale strijd tegen 'korupsi, kolusi en nepotisme’ (KKN), maar hij wil dat doen door zowel de kool als de geit te sparen. Soeharto en zijn clan, aldus Habibie, zijn de afgelopen drie decennia behandeld als een soort royalty. Maar in plaats van de vertrokken dictator te willen kenmerken als hoofdverantwoordelijke voor de fnuikende monetaire crisis van Indonesië - de gevreesde krismon - weet Habibie vooral begrip op te brengen. Soeharto is net zo goed slachtoffer van het feodale systeem als het hongerende volk, zo is zijn overtuiging. Tegenover de New York Times verklaarde Habibie voorstander te zijn van een radicaal, doch geleidelijk verlopend actieprogramma. 'Geen revolutie maar evolutie’, was zijn slogan, die hij later veranderde in een 'geaccelereerde evolutie’, toen de studenten van Jakarta massaal de straat op kwamen om ook zíjn vertrek te eisen.
Helaas is Habibie niet de eerst aangewe zene om de kleptocratie te bestrijden. Hij is er zelf nu eenmaal een van de belangrijkste exponenten van. Als ondernemer stond Habibie aan het hoofd van maar liefst tachtig ondernemingen. Zijn miljardenverslindende campagne als minister van Technologie om Indonesië een eigen vliegtuigindustrie te bezorgen, vroeg gigantische offers van de economie. Zelfs het geld dat bijeen was gebracht om een deel van het Indonesische oerwoud te redden, werd door de overenthousiaste Habibie in nog duurdere vliegtuigen gestopt. Critici van dit megalomane project konden per direct vertrekken, terwijl media die het waagden vraagtekens te zetten bij de zin ervan op een verschijningsverbod mochten rekenen. Het weekblad Tempo moest de deuren sluiten toen het met kritiek kwam op Habibies besluit om een gehele gammele vloot van de DDR over te nemen.
De familie van Habibie is op zakelijk niveau nog steeds gelieerd aan dezelfde clan die hij zegt te willen bestrijden. Twee van zijn zoons hebben grote belangen in Industri Pesawat Terbang Nusantara IPTN), het hart van de Indonesische vliegtuigindustrie, alsmede in Liquid Natural Gas (LNG). Daarnaast zijn er twee broers en een zwager betrokken bij het door Soeharto en de zijnen overheerste mega-bedrijf Batam. Logisch dus dat de gemiddelde op staatshervorming gespitste Indonesische student niet erg warm kan lopen voor de altijd beminnelijk overkomende zakenman.
AAN DE ANDERE kant zijn ook de strijdkrachten niet bijster geïmponeerd door Habibies leiderschap. Dat werd al vroeg duidelijk, toen Habibie verleden jaar mei, net na zijn aantreden, op zijn paleis bezoek kreeg van Soeharto’s schoonzoon Prabowo, commandant van de strategische reservetroepen Kostrad - zeg maar de doodseskaders van de Indonesische troepen. Prabowo stond op dat moment volop in de aandacht vanwege de rol die zijn strijders zouden hebben gespeeld bij enkele moorden op actievoerende studenten. Hij liet met deze kleine demonstratie zien wie werkelijk aan de touwtjes trok in Jakarta.De methodes van de Indonesische speciale troepen worden al vergeleken met die van de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het opstandige Atjeh zouden de laatste jaren maar liefst dertigduizend mensen zijn omgebracht door deze troepen, die het liefst undercover opereren. De BBC presenteerde maandag enkele documenten waaruit zou blijken dat dezelfde speciale troepen hadden toegeslagen in Oost-Timor. Optredend als leden van de gevreesde milities van Oost-Timor zouden zij dood en verderf hebben gezaaid onder de Timorese bevolking. De slachting in Dili was een duidelijk signaal naar andere delen van het groot-Indonesische rijk die plannen hebben voor een 'Alleingang’, zoals Papoea Nieuw-Guinea, de Molukken en Atjeh. Habibies mooie woorden over respect voor het zelfbeschikkingsrecht van de Timorezen bleken niet meer dan retoriek.
DAT HET Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van Jozias van Aartsen als een van de weinigen onvoorwaardelijk steun aan Habibie blijft uitspreken, is dan ook meer dan tragisch. 'Bhinekka tunggalika’ (eenheid in verscheidenheid) is nog steeds de officiële slogan van het moderne Indonesië, maar die verscheidenheid kenmerkt zich nu vooral door de grootte van de knekelvelden die op Pol Pot-achtige wijze in de diverse delen van de Gordel van Smaragd worden aangelegd.