Hadden we indie nog maar

Laat ik het maar eerlijk zeggen: ik vind het heel erg dat we Indie uit handen hebben gegeven. Wij hebben daar iets grootsch verricht - en dat schijnt iedereen te vergeten. Indie was van alle derde-wereldlanden het meest welvarend. We hadden daar de suiker en de tabak; we hadden het land in ontwikkeling gebracht; en we hadden daar nog veel meer kunnen doen.

Indie - het land dat mijn jeugd heeft verpest. Het was het paradijs op aarde, maar mijn ouders waren te schijterig om er naar terug te keren; ze wisten dat ze niet meer zouden vinden wat ze hadden achtergelaten en ze durfden niet te zien wat er was overgebleven.
Indie - het land dat het leven van mijn ouders heeft verruineerd; vader en moeder hebben nooit goed geweten hoe ze zich er tegenover moesten gedragen. Waren de politionele acties nu goed of slecht; er moeten duizenden mensen zijn die, net als mijn ouders, daar niets over durven zeggen omdat hun gevoelens zo paradoxaal zijn; ze hielden van het land, zoals je van je man of vrouw houdt, maar ze konden Oeroeg niet loslaten.
Indie - een vergissing. Een raadsel.
Indie is kitsch geworden; gamelanmuziek met elektrische gitaren; een nasi goreng en een sate - dat is alles. Niets maar dan ook niets hebben we overgenomen van die cultuur, behalve dan twee gerechten die vooral populair zijn bij de patatgeneratie.
We hadden Indie moeten behouden, denk ik vaak.
Mijn moeder heeft nachtmerries van de Bersiaptijd - laatst kreeg ik een geschiedenisboekje voor de middelbare school onder ogen, daarin werd precies een regel aan de Bersiaptijd gewijd. Gelukkig waren er aan de Japanse kampen in Indie wel drie alinea’s gewijd. Drie alinea’s!
Ze hebben zelfs de geschiedenis afgenomen van de mensen die daar hebben gezeten. Ze hebben mijn geschiedenis gestolen.
Is niet erg. Soeda, laat maar.
Mijn dochter is nu twaalf - en ik ben begonnen met het doorvertellen van de verhalen van mijn vader en moeder. De verhalen over Indie - maar ik ken de woorden niet meer noch de liedjes, noch de onomatopeeen die mijn vader gebruikte als hij over Indie sprak. Dus doe ik een lullige tokeh na. Meer weet ik niet.
Indie - ik krijg het maar niet aan de mensen uitgelegd dat ik het land haat. Ik wil er niet heen. Ze geloven me er niet als ik zeg dat ik Nederlander ben.
Altijd maar weer word je gedwongen naar die godvergeten fascistische roots te gaan, maar dat wil ik helemaal niet! Mijn wortels zitten in Amsterdam! En trouwens, ik hou helemaal niet van die praatjes over wortels.
Wilt u wel geloven dat ik niet trots wil zijn op mijn Indische huid? Wilt u wel geloven dat ik mij schaam als men het over Indie heeft en dan naar mij kijkt? (Of, wat het allerergste is, dat men een Maleis woord kent, dat uitspreekt en dan naar mij kijkt of ik het kan verstaan.)
Wilt u wel geloven dat ik in wezen koloniaal denk? Dat ik het betreur dat we Indie kwijt zijn?
Wilt u wel geloven dat ik aan de andere kant hou van de Indische Nederlanders? Dat ik hou van de mensen die in Japanse kampen hebben gezeten? Maar dat ik niet met ze wil praten!? Ik kan het niet, godverdomme!
Ik ben 42 - ik ken nog een geschiedenis die de generatie na mij niet meer kent; ik weet nog van Beel en Soekarno. Ik ken nog verhalen die de generatie na mij onbekend zijn. Maar ik kan ze niet meer vertellen; ik ken de juiste woorden niet meer, en niemand wil ze horen.
God, wat heb ik de laatste weken een hekel gekregen aan Pronk. Ik kan niet uitleggen waarom. Zo kan ik ook niet uitleggen waarom ik Poncke Princen waardeer.
Er moeten mensen zijn, net als ik, die er geen woorden voor hebben. Die rechtuit lopen in de hoop dat ze achteruit gaan.