Haha

De mainstream media kiezen uit gemakzucht voor Twitter-ophef om hun eigen items te vullen. Waar is de beroepseer gebleven?

Ik weet niet meer wanneer het was, of waar het gesprek over ging, of wie er die avond uiterst voorzichtig opperde dat ‘de media’ eventueel, heel misschien, een verantwoordelijkheid hadden, maar ik zie Jeroen Pauw nog voor me, verveeld hangend achter de tafel van zijn eigen talkshow, met daarna die getergde zucht: ‘O wij hebben het zeker weer gedaan?’

Het is dat gebrek aan reflectie, die totale onwil om verantwoordelijkheid te nemen voor je positie, je invloed en het product dat je levert, dat niet alleen bij politici en CEO’s van multinationals speelt, maar ook bij ongeveer elke actualiteitenredactie.

De afgelopen weken bleek dat maar weer uit Trumps Twitter-ban. Zoals bekend: Trump is voorgoed van Twitter geweerd, Facebook, Instagram en YouTube zetten hem op stil tot ten minste 20 januari (als er een nieuwe president wordt geïnstalleerd) en de app Parler, een alternatief voor Twitter waar vooral extreem-rechts graag komt, werd door Google, Apple en Amazon in de ban gedaan, waardoor Parler in feite niet meer bestaat. En dat alles is natuurlijk:

a) Censuur
b) Het volste recht van tech-giganten: hun product, hun regels, als het je niet bevalt ga je maar ergens anders heen (waarbij dan wel de aantekening geldt dat er niks anders is)
c) Een bewijs dat de macht van tech-giganten veel te groot is geworden: overheden moeten gaan reguleren

Kies maar, wat wil je horen? Aan de talkshowtafels kwam elke mening aan bod. Net zoals in allerhande columns, commentaren en opiniestukken. ‘Een megafoon’ werd Twitter vaak genoemd, of zelfs ‘een haatmegafoon’. En toch ging het zelden over de plek waar die megafoon eigenlijk het hardst weerklinkt.

Antwoord: dat is met name op de redacties van kranten en actualiteitenprogramma’s, oftewel van de mainstream media. Daarom jubelde de miljardair en Silicon Valley-investeerder Marc Andreessen ooit dat het meest fantastische aan Twitter was dat het leek of hij nu ‘een megafoon had die zijn gedachten uitzond naar elke nieuwsredactie in het land’.

Journalisten nemen de #ophef over, dus politici proberen #ophef te creëren

In een interview op Wired haalt de Amerikaanse schrijver Ezra Klein dit voorbeeld aan. Klein schreef het boek Why We’re Polarized, waarin hij onder andere betoogt dat Twitter zo machtig heeft kunnen worden, omdat de reguliere media er zo hun oren naar laten hangen. ‘Journalisten, als klasse, zijn afschuwelijk verslaafd aan het platform’, aldus Klein, ‘en aangezien hun berichtgeving neigt naar het soort politiek dat Twitter beloont, gedragen politici zich steeds vaker zo om aandacht te krijgen.’

De kern is #ophef, ook in Nederland. De algoritmen van Twitter stuwen de #ophef op (omdat daar geld mee wordt verdiend), journalisten nemen de #ophef over (omdat ook zij lezers en kijkers willen trekken), en politici proberen zodoende #ophef te creëren (omdat ze kiezers willen trekken). Een proefballonetje hier, een tweet op het randje daar, en er is weer een artikel of tv-item gevuld. En dus mocht Thierry Baudet onlangs weer eens aanschuiven bij de talkshow Op1. Met als gevolg een uur vol pr-praatjes zonder dat de presentatoren, Welmoed Sijtsma en Jort Kelder (altijd goed voor #ophef, zoals hijzelf maar al te goed weet), hem tegenspraak boden.

Het riedeltje is altijd hetzelfde. Wij, journalisten en presentatoren, geven alleen weer wat er gebeurt, als iets speelt in het land (of op Twitter) moeten wij erover berichten, Baudet is nu eenmaal populair, don’t shoot the messenger! O, wij hebben het zeker weer gedaan? Zelden getuigt iemand van een zelfbewustzijn dat het een keuze is wie je aan het woord laat, dat je niet hoeft te kiezen voor trending topics of populariteit, dat je kunt besluiten om het anders te doen, eens een keer niet Peter R. de Vries, omdat je begrijpt dat populariteit vooral beïnvloed wordt door wie je vaak aan het woord laat.

Het probleem is dat weinig televisiemakers zichzelf lijken te zien als een vertegenwoordiger van ‘de media’. Zeker presentatoren van talkshows zitten er gewoon lekker als zichzelf. Er spreekt geen beroepseer uit hun optreden, geen visie op wat een programma zou kunnen of moeten zijn, geen besef van het ongelooflijke privilege dat je een uur lang een (soms) miljoenenpubliek mag bedienen. ‘Ik wil kunnen zeggen wat ik denk’, aldus Fidan Ekiz, presentatrice van de talkshow De vooravond in een interview met de Volkskrant. Alsof de show om haar draait. Twee zinnen later: ‘Soms denk ik te weinig na.’

De enigen die in de bewuste Op1-uitzending wel lastige vragen stelden aan Baudet waren de andere gasten. En ja, die vragen gingen bijna allemaal over een tweet of een YouTube-filmpje, maar er werd tenminste een poging gedaan tot een inhoudelijk debat.

‘We worden eruit gedraaid!’ onderbrak Jort Kelder gillend de cabaretier Peter Pannekoek toen deze vroeg waarom Thierry Baudet een steunbetuiging aan Trump had getweet tijdens de bestorming van het Capitool. Baudet loog, net als Kelder want de tijd was helemaal niet op, waarna Welmoed Sijtsma zich lachend tot Pannekoek wendde: ‘Dit is toch jammer van je eigen tijd.’ Hij had immers ook de aandacht op zichzelf kunnen vestigen, even reclame maken voor die eigen toko. ‘Maar zo graag wilde je het weten’, concludeerde Sijtsma. ‘Haha!’

De holle echo van die lach dreunde nog lang na in mijn hoofd.