De Groene Live #25: Zijn corona-complotten waanzin? Kijk woensdag om 20.30 naar de live uitzending. Meer informatie

Hakim Ziyech

We moeten geloven in Hakim Ziyech. Juist omdat hij zo vaak overschiet.

‘God is rechts’, zei een politicus in het afgelopen jaar. Zelf ben ik links, dus ik schrok nogal. Toen ik een jaar of zeven was en achterin de auto zat op weg naar het strand, vroeg een vriendinnetje aan me wat het verschil was tussen links en rechts. ‘Links is goed; rechts is slecht’, antwoordde ik – en mijn ouders knikten.

God is slecht, zou de logische uitkomst luiden, maar toch ben ik daar niet zo zeker van. Inmiddels hoop ik dat de linkse mens zich vooral onderscheidt van de rechtse door haar poging om de ander, die we niet zo goed kennen, een kans te geven – zonder daarbij te eisen dat hij of zij verandert in onszelf.

En als er iets buiten kijf staat, is het dat ik God niet al te goed ken. Heel af en toe heb ik hem gesproken, maar toch vooral zoals je een studieadviseur spreekt. Iemand, kortom, wiens kamertje je pas binnenstapt wanneer de dingen al behoorlijk dreigen mis te gaan. De laatste minuten van Ajax – Tottenham Hotspur, de gehele eerste en tweede helft van Ajax – Valencia; de laatste minuten van Abdelhak Nouri.

Hakim Ziyech tijdens een wedstrijd van het Marokkaanse nationale elftal tegen Iran. © Wikimedia CC / Mahdi Zare

Zo beschouwd is God rechts, voor zover hij een teleurstelling vormt. Het is iemand tot wie je je richt als de angst voor het nog onbepaalde te groot wordt, en ons valse zekerheid biedt om die angst de kop in te drukken. ‘Geloof is de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt. De duidelijke demonstratie van werkelijkheden, die echter niet gezien worden’, vertelt het Nieuwe Testament.

Ik heb Abdelhak Nouri nooit op zien staan, Ajax is vorig seizoen de finale misgelopen en dit jaar spelen we gewoon weer Europa League. Dat zijn mijn werkelijkheden, en God bestaat niet. Of het is een rechtse lul die iets tegen aanvallend voetbal heeft, maar dan lijkt dit me een mooi moment om onze blik definitief van hem af te wenden en die in plaats daarvan te richten op Hakim Ziyech – iemand die ongeziene werkelijkheden wekelijks realiseert.

Hakim Ziyech doet me in meerdere opzichten denken aan God, en misschien wel het meest door zijn totale onbereidwilligheid om aan zichzelf te werken. Ziyech gaat uit van zijn eigen volmaaktheid, die daardoor altijd gebrekkig blijft. Iedereen die zo nu en dan Ajax kijkt, heeft gehoopt Ziyech aan te treffen in het krachthonk van zijn of haar sportschool – maar hij was er nooit. Iedereen die dagelijks rondloopt op sportpark de Toekomst, hoopte Ziyech na de training eens te zien oefenen op vrije trappen – maar hij liep gewoon naar binnen.

Tot op de dag van vandaag is Hakim Ziyech een schriel mannetje dat statistisch gezien nog veel te vaak overschiet, en daarom maar mondjesmaat interesse van de Europese top geniet. Als God onder contract zou hebben gestaan bij een Eredivisieclub, had hij zich vermoedelijk op eenzelfde manier gedragen: schouderophalend over het oordeel dat wij over Hem hebben, omdat de blik die Hij op ons richt de enige is die telt.

Veel mensen zijn de mening toegedaan dat van alle Nederlandse voetballers Frenkie de Jong het dichtst in de buurt komt van het goddelijke. Dat vind ik niet. Frenkie de Jong is hopen dat het goedkomt, terwijl je in wezen al weet dat het goed zal komen. De kern van religie steunt naar mijn idee juist op moed, omdat het dapper is om te geloven in dingen waarvan nog moet blijken of ze positief zullen uitpakken.

We moeten geloven in Hakim Ziyech, en wel precies omdat hij zo vaak overschiet. De krachtigste remedie tegen angst is namelijk niet de eeuwigdurende geruststelling dat alles goedkomt, maar juist de aanvaarding van het feit dat dat niet zo is. De kunst is om desondanks niet te verlammen, en dat is wat Ziyech ons leert: blijven schieten, ook als je er niet al te gunstig voorstaat – ongeacht of je nu links of rechts bent.