‘hakkuh!’

Dank zij de film ‘Naar de klote!’ kent iedereen ze. De gabbers. Ontstaanin Nederland, inmiddels uitgewaaierd over de hele wereld. Een portret van de nozems van de jaren negentig
BIJ IEDER GROOT gabberfeest is het aanwezig, het evangelisatieteam van Naar House, met een beschilderde rode dubbeldekker vol goedbedoelende maar soms ook ietwat drammerige gelovigen die stukjes fruit uitdelen en de festivalgangers met folders op andere gedachten willen brengen. Op de folders staan slogans als: ‘Hoeveel is een mensenleven waard?’, ‘Hell ain’t cool’, ‘This party means war’ en ‘Join the eternal party; get saved by Jesus Christ’. De tekst op de folders is geschreven in een met populair Engels doorsuikerd Nederlands: ‘Luister nou eens even. Het punt is dat Jezus een house voor je heeft dat je home kan worden. Een home met een echte Vader erin en waar je niet uit je dak hoeft te gaan, maar gewoon door de voordeur erin en eruit kan.’

Te oordelen naar de mankracht die tijdens de mega-raves telkens uitrukt om de jeugd weer op het rechte pad te krijgen, moet het wel heel erg zijn wat er in die sporthallen en loodsen gebeurt. Tijdens een bezoek aan een Hellraiser-party in de Amsterdamse Sporthallen Zuid reageert een gabber gebeten als een evangelist hem met een zoetgevooisde glimlach benadert: ‘Steek die folder in je reet, man.’ De rest van de gabbers negeert de evangelisten volkomen. De 'relo’s’ horen er nu eenmaal bij. Nog vóór de geüniformeerde ordebewaking en de politie bij de ingang, is er bij iedere echte rave de morele ordebewaking van het Escape Team, dat in een aaneengesloten rij vanaf de parkeerplaats staat opgesteld. Ze vormen een extra afbakening tussen de ordentelijke wereld van het werk, de school, de wetten, en het tijdelijke vrije domein van de roes en de kicks. En de kicks, daar is het de gabbers om te doen. In één nacht moet alles naar de klote. Dat gebeurt via een urenlange onderdompeling in een hemeltergend en zinnenontregelend geluidsbad van harde en geaccelereerde gabberhouse en krachtige techno, die met honderdduizenden watt door de met stroboscoop en lasers verlichte sporthallen, of over de zandvlakten of grasvelden, worden geblazen. Maar het gebeurt ook via een bungyjump-hijskraan, een gyro-dancer en een wild roterende octopus, kermisattracties die als pilootvisjes bij een walvis met de grote party’s meereizen.
Daarnaast zijn er natuurlijk de drugs (ecstasy, speed en cocaïne), die ondanks het grondige fouilleren toch altijd weer binnen worden gesmokkeld in uitgesneden holten in de schoenen en in de onderbroek tussen de testikels, of via een plastic ei van Kinderüberraschung in de vagina. Maar ook openlijk zijn roesmiddelen verkrijgbaar. Er zijn standjes waar guarana en natuurlijke ecstasy-achtige produkten te krijgen zijn, en voor vijf gulden kun je je lippen en gehemelte op plezierige wijze verdoven met een ballon lachgas. Gabbers geven elkaar de ballonnen rond, ook aan mensen die ze nog niet eerder hebben ontmoet. Daar zijn het tenslotte gabbers voor.
TIJDENS MIJN bezoek aan de Hellraiser-party blijf ik enige tijd verdwaasd boven staan, op de tribune, om het indrukwekkende tafereel te aanschouwen. Wat ik zie houdt het midden tussen de hel van Dante en een scène uit Star Wars. Onder een futuristisch decor van robots, alien-achtige gipspoppen en ronddraaiende laserkanonnen die in de lucht zweven als ruimteschepen, springen, kronkelen en bewegen twaalfduizend gabbers, mini-gabbers (onder de dertien) en zwabbers (meelopers).
Op de trappen, tijdens de afdaling in deze kokende vuurzee, zie ik het gekrioel veranderen in een massadans waarbij heel snel zeer kleine pasjes worden genomen, de heupen als stilstaand scharnierpunt, terwijl het bovenlichaam ietwat voorovergebogen blijft. 'De dans van de ongestelde flamingo’, noemt de Amsterdamse hardcore deejay Dano het.
Het clubje van meestgevraagde hardcore deejays heeft Engelse namen die je ook in de metro van de digitale stad of in een science fictionboek zou kunnen tegenkomen: Dano, The Prophet, Buzz Fuzz, Darkraver, Weirdo, Franky Jones, Lady Dana en Gizmo. Zij zijn de vertegenwoordigers van de underground gabber. De platen die ze draaien, en die ze voor een gedeelte zelf geproduceerd hebben, bestaan uit kale beats (gemiddeld tweehonderd beats per minuut), vermengd met industriële computergeluiden en samples uit de populaire massacultuur, uit series als The X Files, Star Trek, tekenfilms, Formule 1, horror, voetbal, pophits en Hollywoodfilms van de gewelddadige soort. De muziek is net als de hele gabbercultuur bewust anti-esthetisch, volks en anti-intellectualistisch.
Gabber is de proletarische variant binnen de housestroming die vanaf het eind van de jaren tachtig uit Amerika en Engeland is komen overwaaien. De term 'gabber’ is eind 1989 geïntroduceerd door de Amsterdamse deejay K.C. the Funkaholic, die in een platenzaak werkte waar het hem was opgevallen dat een bepaalde publieksgroep gek was op harde house. Hij merkte dat veel jongens die de snellere platen kochten elkaar 'gabber’ noemden. De term werd overgenomen door deejays die zelf ook snellere platen draaiden en produceerden, en al snel ontstond een subcultuur binnen de house met volstrekt andere codes, andere party’s, een andere kledingstijl, een ander drugsgebruik.
WAT IN DE jaren vijftig de nozems waren de vitelloni in Italië, de teddyboys in Engeland, de blousons noir in Frankrijk, is in de jaren negentig in Nederland de gabber. Nozems waren opstandige arbeidersjongeren met leren jacks en vetkuiven die veel aandacht besteedden aan hun wilde uiterlijk. Die hun brommers in de straten luid lieten knetteren en die voor cafetaria’s, bioscopen en automatieken bijeenkwamen en rondhingen. Het gedrag van de nozems kenmerkte zich door luidruchtigheid en een extreme, geposeerde nonchalance.
Net als de term gabber kwam ook de term nozem uit het bargoens (plat Jordaans voor 'onwetende snotneus’, 'groentje’, 'domme vent’ oftewel 'nausimpie’). De nozems formeerden hun levensstijl rondom een moderne vorm van popmuziek (rock 'n’ roll) die vele malen luider en heftiger was dan bebop, swing of jazz, waarop de burgerjeugd danste in haar vrije tijd. De gabbers deden hetzelfde met de house.
Tot aan het najaar van 1989 was de housecultuur voorbehouden gebleven aan een kleine avantgardistische, artistieke en homoseksuele elite van de hoofdstad - premièrepubliek. Daarna begon ook de arbeidersjeugd de feesten te bezoeken.
Gabbers bezorgden veel deejays de schrik van hun leven doordat ze met malende kaken dreigend op de plek afstapten waar de draaitafels stonden en provocerend vroegen: 'Hé, sufkop, kèn je nie harder?’ Op diverse feesten kwam het tot een handgemeen tussen wachtende partybezoekers en jeugdigen (door organisatoren en pers vaak omschreven als 'Leidsepleiners’, 'voetbalsupporters’, 'matjes’ en 'zuurkoolnekken’) die door portiers niet werden binnengelaten.
De house-adepten van het eerste uur moesten niets hebben van de gabber. In 1991 schreef Ardy Beesemer, een discjockey van de chique Amsterdamse extravaganza-discotheek de Roxy, in het Nederlandse muziekblad Oor: 'Hij is de schrik van mondain Amsterdam en kan een avondje van deze chique stappers goed vergallen. Hij is alomaanwezig en gek op bier met wat pilletjes. Hij kleedt zich slecht, is fout gekapt en danst zo stijf als een Ninja Turtle. Zijn smaak is allesbehalve verfijnd en misschien is hij daarom wel zo gek op house (net als mondain clubland). Het is de GABBER!’
GABBER KREEG vooral in Rotterdam, de stad met zijn haven en vele industriewijken, vaste voet aan de grond. Deejays en deejayteams als Paul Elstak, D-Shake en de Euromasters voldeden in beruchte gabberclubs als Parkzicht en Pompeï, en met een hardcore houselabel als Ruffneck, aan de smaak van de jeugd die na een week hard werken in het weekend even helemaal van de wereld wilde zijn. Toch is gabber, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, allerminst tot de Maasstad en haar agglomeraties beperkt gebleven. De term 'hakkuêh’ (hakken, beuken, knallen, lol trappen, uit je dak gaan), die onlosmakelijk met de gabbercultuur verbonden is, is afkomstig van de Haagse deejay Darkraver. En ook in Amsterdam ontstond vanaf 1991 een bloeiende gabbercultuur, met deejays als Jeroen Flamman, Buzz Fuzz, Dano en The Prophet, met een Amsterdams gabber-label (Mokum) en met grote raves achter het Olympisch Stadion in de Sporthallen Zuid en in het havengebied, aan de Hemkade.
Inmiddels is de gabbercultuur (welbeschouwd de enige oorspronkelijke jeugdcultuur die Nederland heeft voortgebracht) ook overgewaaid naar het buitenland. De keiharde 'gabba-house’ slaat aan in Zwitserland, Duitsland, België en Australië. Maar ook in de Verenigde Staten wordt er massaal gedanst op de dreunende Hollandse bastonen.
HET GABBERPUBLIEK in Amerika verschilt niet veel van dat in Nederland. Het is zeer jong, overwegend blank, en het kleedt zich in sportkleding. De kale kop als groepskenmerk ontbreekt, maar de gabberdans is ook daar ingeburgerd. Amerikaanse gabber-deejays trachten hun Hollandse collega’s af te troeven in hardheid door hun platen niet 'hardcore’ maar 'terrorcore’ te noemen. De typische gabbersymboliek, die een mengeling is van futurisme, horror en middeleeuwse gotiek (ruimteschepen, monsters, bloed en donkere kastelen), is ook in Amerika op flyers en posters te vinden.
Net als in Nederland worden de party’s gehouden aan de randen van de grotere steden, in loodsen of in sporthallen. De meeste raves zijn illegaal, en locaties blijven geheim tot het laatste moment. Om te weten waar je moet zijn, dienen vaak verschillende telefoonnummers achter elkaar te worden gebeld. Hoewel de politie meedogenloos optreedt tegen illegale party’s en tegen het drugsgebruik in de Amerikaanse house-scene, verlustigt het gabberpubliek in de voorsteden van San Francisco, Chicago en Los Angeles zich net zozeer aan ecstasy, paddestoelen en lachgas als de hardcore-scene in Spijkenisse (Spike City) of Zaandam.
In 1994 maakte gabber in Nederland een crisis door vanwege een aantal slachtoffers dat op en om party’s viel als gevolg van geweld en drugsgebruik. Dieptepunt was een feest in de Sporthallen Zuid in september van dat jaar, waar een dealer uit Weesp met een pil die een levensgevaarlijke dosis MDEA bevatte, tweehonderd mensen zwaar in de problemen bracht. Een achttal bezoekers moest in comateuze toestand worden opgenomen op de intensive care van een nabijgelegen ziekenhuis. Vergunningen voor gabberraves werden hierna in de grote steden een jaar lang niet meer verstrekt, en in het Nederlandse parlement klonk de roep om een algeheel verbod op de grote gabberfeesten.
Na een moeizaam jaar van overwintering in kleine clubs, toen Nederlandse gabbers het van ellende in Duitsland en België gingen zoeken, lijkt de gabbercultuur zich weer in volle glorie te hebben hersteld. Een gabberfestijn als Mysteryland in Eindhoven (de hardcore-tegenhanger van het mellowhouse-festival Dance Vally) trok afgelopen zomer drieëntwintigduizend gabbers uit heel West-Europa en benadert wat grootte betreft een mega-popfestival als Lowlands Paradise. De Sporthallen Zuid barstten afgelopen augustus haast uit hun voegen door de dringende lichamen van zo'n twaalfduizend extatische gabbers.
De jaren van publiek afgrijzen van de gabbers hebben plaatsgemaakt voor een zuiver Hollandse vorm van repressieve tolerantie. Toen er tijdens Mysteryland in Eindhoven aan het eind van de nacht een 26-jarige jongen overleed als gevolg van drugsgebruik, vreesde organisator Sander Groet van ID&T dat de hele hetze tegen de gabberwereld nu weer in alle hevigheid zou losbarsten. 'Verschrikkelijk’, zei hij, terwijl hij verslagen uit zijn port-o-cabin stapte na een telefoontje uit het ziekenhuis. 'Ik zie de koppen van De Telegraaf morgen al voor me!’ Maar van koppen in De Telegraaf was geen sprake. Het nieuws van deze nieuwe xtc-dode wekte nauwelijks opschudding, in de meeste media werd er zelfs helemaal geen melding van gemaakt. Ook bij de gabbers kon het nieuws weinig emoties losmaken. 'Zelf gedaan toch!’ was het bitse commentaar van een drietal dat zich in het ochtendlicht naar de uitgang van het Eindhovense vliegveld begaf.
Gabbers mogen ze heten, uiteindelijk is het op een rave toch ieder voor zich. Binnen de afrasteringen wordt gedanst op een dunne richel. Wie eraf valt heeft pech. Het hoort bij het risico, het hoort bij de kick. Voor een echt goed feest neem je een dode op de koop toe.
'Ben jij binnen geweest?’ vraagt een vermoeid uitziende middelbare man van Naar House. Hij biedt me een stuk appel aan, dat hij met een mesje heeft geschild. Boven ons hoofd worden de laatste gabbers met de bungy-lanceerkraan de hoogte in gecatapulteerd. Op de tafel met het fruit liggen folders. 'De dood ligt op de loer’, waarschuwt de tekst. 'Speel geen spelletje. Je bent zo uitgespeeld. Het houten kruis van Jezus is keiharde realiteit. Daar kun je niet omheen!’