Media

Halalnet

Sinds kort weten we dat er ook in Rusland en Iran hard gewerkt wordt aan een eigen internet. Eerder gebeurde dat al in China dat met ruim vijfhonderd miljoen gebruikers het grootste aantal digitale servers ter wereld heeft en sinds enkele jaren al het mogelijke doet die mensen een beetje binnen de eigen perken te houden.

Dat schijnt redelijk te lukken. Want wat wij op Twitter en Facebook doen, zeg maar microblogging, doen zij op Weibo. Deze site werd slechts een jaar geleden geregistreerd en heeft nu al meer dan driehonderd miljoen gebruikers. Andere Chinese sites: Renren voor Facebook, Youku voor YouTube, Taobao voor eBay en ga zo maar door.

Wat in China deels al geslaagd is, staat in de komende maanden in Rusland en Iran op stapel. Volgens sommige berichten wil Iran zelfs zo ver gaan dat heel het internet afgesloten wordt en alleen ‘eigen’, gecontroleerde sites nog toegankelijk zijn. Halalnet in plaats van internet dus. Weliswaar wordt dit door de Iraanse minister van Telecommunicatie ontkend en her en der als broodje aap omschreven, maar de meest recente berichten lijken over de plannen toch geen misverstand te laten bestaan. Zo lekte onlangs een op 11 april verstuurd document uit waarin van overheidswege om voorstellen voor de zuivering van het internet wordt gevraagd. Dat internet, aldus het document, zou schade toebrengen aan 'de geestelijke, mentale, morele en zelfs fysieke gezondheid van zijn gebruikers, in bijzonder kinderen’.

De pasta van geruchten, ontkenningen en plannen heeft in afgelopen dagen tot veel speculatie geleid. Een van de suggesties is dat de Iraanse regering begrepen heeft dat alle gedoe met filters en fysieke verboden zinloos is en dat meer radicale ingrepen nodig zijn. Een andere suggestie is dat de Iraanse regering bewust streeft naar tweesporeninternet: zuiver en snel voor het binnenlands verkeer en onzuiver maar zo langzaam mogelijk voor het buitenlandse.

Zo cynisch of realistisch zijn de Russen niet. Met Poetin binnen enkele weken opnieuw op de presidentszetel is de verwachting dat de Federale Veiligheidsdienst met vergaande plannen zal komen. 'De samenleving moet zich verdedigen’, vertelde FSB-directeur Sergei Smirnov onlangs in gezelschap. 'Als onze vijanden “smerige” technologieën gebruiken, hebben wij de plicht de ruimte daarvan te ontdoen.’

De gevolgen van de Chinese, Iraanse en Russische plannen zouden wel eens groter kunnen zijn dan voorstelbaar: niets minder dan het einde van het wereldwijde web. Dat einde betekent een radicale omkeer in een van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar: de globalisering, oftewel het ontstaan van een middenklasse die internationaal verbonden is de spil vormt van de moderne markteconomie en, belangrijkste van al, min of meer dezelfde normen en waarden heeft. Over die middenklasse had Fukuyama het in zijn spraakmakende artikel en boek over het einde van de geschiedenis. Voor die middenklasse produceren duizenden fabrieken in China en andere Aziatische landen de hebbedingen van de consumptiemarkt. Voor haar werkt ook de internationale vermaaksindustrie, op haar richten zich McDonald’s, Coca-Cola, Pizza Hut en talloze andere iconen van de voedingsmarkt.

Na de val van de Muur, zo was de gedachte, zou de tweedeling tussen de burgerlijke cultuur van het Westen en de arbeiders- en boerencultuur van het Oosten voorgoed voorbij zijn en plaatsmaken voor één cultuur met daarin een klein aantal rijken, een enorm aantal armen en een groeiend aantal mensen daartussen. Uiteindelijk draaide de wereld om die laatsten; de armen hadden tot taak op te klimmen en de rijken vormden een wereld apart. Zo bezien ligt de alomtegenwoordigheid van het internet niet alleen in het verlengde van de globalisering, maar is het er ook een instrument van. Het verbindt alle burgers waar ook ter wereld. Met zijn uitvoerige gebruik van plaatjes, (steenkolen-)Engels en vertaalmachines zorgt het voor een lingua franca zoals die nog nooit bestaan heeft. Maar bovenal confronteert het alle gebruikers met dezelfde normen, dezelfde beelden, dezelfde idealen.

Dat deed de televisie tot op zekere hoogte ook, McDonald’s eveneens maar juist door zijn totale vrijheid voor de gebruiker, 24/7-aanwezigheid en enormiteit is de kracht van het internet oneindig veel groter. Hier ligt ook, denk ik, de achtergrond voor de opstanden die we in afgelopen jaren in Iran, de Arabische wereld en de landen uit het voormalig Oostblok hebben gezien - opstanden die niet toevallig in belangrijke mate vormgegeven werden op datzelfde internet. De opstandelingen wilden er niet alleen virtueel maar ook fysiek bij horen. De machthebbers in Rusland, China, Iran en elders zagen de bezwaren aanvankelijk niet, wel de economische en bestuurlijke voordelen. Onvoldoende realiseerden zij zich dat deze vanuit hun perspectief - beheersing van een stukje aarde en van een segment van de wereldbevolking - ook een keerzijde hadden. Dat doen ze nu wel. Te laat wellicht. Maar ik wed erom dat zij in komende jaren alles op alles zullen zetten het tij te keren.