Halewijn in bloedrode tinten

Het koningskind heeft iets met hoofden. Ze ontkroont haar vader, ontpruikt haar moeder, dus als ze even later Halewijn onthoofdt, ligt dat in de lijn der verwachtingen. Overigens is de dood een betrekkelijk begrip in Halewijn: op het moment dat deze Nederlandse uitgave van Blauwbaard de geest geeft, komen zijn vermoorde minaressen weer tot leven en blijft de afgehakte kop doodgemoedereerd doorzingen. De overwinning van het koningskind op Halewijn is dan ook een metafoor: de rede versus het irrationele instinct.

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Willem Pijper werd dit ‘symfonisch drama’ weer eens op de planken gezet, met het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Ed Spanjaard in de bak en geregisseerd door Dominik Neuner, met wie Ed Spanjaard in het verleden al een Aida heeft gedaan. Zoals toen al bleek is Neuner een aanhanger van de psychoanalyse en houdt hij niet van misverstanden. Bloed is rood en rood is bloed. Rood bloed is kortom overal: op de jurk van het koningskind dat op het punt staat vrouw te worden, in de rode pumps die haar moeder voor zich uit priemt, in de rode strik die haar zuster om het middel draagt, in de felrode onderbroek die het kind aantrekt, in de door bloed gekleurde rivier, en in de belichting, die nog eens ten overvloede duidelijk maakt dat hier wordt gemoord en gemenstrueerd.
Toch is het een aangrijpend verhaal dat Neuner neerzet. Mede door de voortreffelijk zang- en acteerprestaties van Liduin Stumpel (als koningskind) wordt heel aannemelijk gemaakt hoe het meisje ontdekt dat er buiten haar poppen een heel andere wereld bestaat. Een wereld van gevaar, aantrekkingskracht en vrijheid. In die boze buitenwereld ontdekt ze haar innerlijke kracht, die ze zich na alle doorstane avonturen niet meer af laat pakken. Suggereert het libretto dat het koningskind de kop van Halewijn als een trofee het paleis binnendraagt, in Neuners enscenering klemt ze het hoofd onder haar jurkje tegen haar buik en beschermt het zo tegen haar vraatzuchtige gezinsleden.
Geplaatst in een eenvoudig en doeltreffend decor (Floris Guntenaar) ontrolt zich zo een even sober als intens drama. Ondanks het feit dat Neuner denkt in symbolen en karikaturen (de gezinsleden van het koningskind zijn groteske marionetten), zijn de emoties helder. Dat kan bepaald niet worden gezegd van de muziek van Pijper. Pijper is beroemd geworden om zijn kiemceltechniek, die hij als het ei van Columbus beschouwde: een klein motief vormt de kern waaruit al het muzikaal materiaal voortvloeit. Niet alleen werkte Beethoven al volgens dat principe, het effect bij Pijper is minimaal. Zijn zware symfonische muziek maakt juist vaak een stuurloze, wat rondzwalkende indruk.
In Halewijn komen prachtige momenten voor. Een hartverscheurende melodie als het koningskind spreekt over alle tranen die het 'schreien zal’. Een theatraal ritme (dat sterk op Wagners Walkure is geent) wanneer ze haar paard zadelt om Halewijn op te zoeken. En een indrukwekkende dramatische uitbarsting op het moment dat Halewijns hoofd wordt afgehakt. Maar in aanmerking genomen dat Pijper dit werk een 'symfonisch drama’ noemde en niet een opera, omdat het drama zich in het orkest zou afspelen, is de muziek zwakjes. De vele exotische ritmes die nooit werkelijk vurig worden, een onhandige instrumentatie die stroef en log overkomt, nogal fantasieloze vocale partijen, en de vele blazerssoli die weliswaar fraai klinken maar - als je iets beter luistert - doelloos rondcirkelen. Het is muziek met zo weinig impact dat je haar bij het verlaten van de zaal alweer vergeten bent. Of, zoals mijn gezelschap het tevreden uitdrukte: 'goede filmmuziek’. Daar is veel mee gezegd.
In dit herdenkingsjaar zal het oeuvre van deze componist, die ooit als Neerlands hoop en glorie werd beschouwd, ongetwijfeld zorgvuldig gewikt en gewogen worden. Het zou me niet verbazen als Pijper alsnog te licht wordt bevonden.