H.J.A. Hofland

Half Europa in de hoek

Wat staat de Fransen de komende weken en maanden te wachten? Zal er een delegatie naar Washington worden ontboden om een als vredesverdrag aangekleed dictaat te ondertekenen, met clausules over herstelbetalingen en het inleveren van de nucleaire Force de frappe? De gedachte gaat je door het hoofd, nu de Amerikaanse regering heeft besloten Frankrijk te «straffen» voor zijn gebrek aan medewerking aan de oorlog tegen Irak. Minister Powell heeft het vonnis geveld. Zal Frankrijk de consequenties van zijn weerspannigheid moeten dragen? vroeg Charlie Rose, de zachtmoedigste van alle interviewers op de Amerikaanse televisie. Ja, de Fransen zullen de consequenties van hun weerspannigheid moeten dragen. Parijs wordt gestraft, Parijs moet honderd keer schrijven dat het nooit meer zo lastig zal worden, Parijs moet in de hoek staan tot het beterschap heeft beloofd. Zijn ze gek geworden? Of beleven we hier een moment waarop politiek, opvoedkunde, moraal, recht, economie en misschien nog het een en ander elkaar kruisen? Of is «ja» het antwoord op beide vragen?

In het historische jaar 2003 — nu vier maanden oud — moeten we onderscheid maken tussen de hoofdoorlog en de bij-oorlogen. De eerste is gewonnen. Het ligt dus voor de hand dat de overwinnaar van het momentum gebruik maakt om de zege zo veel mogelijk uit te buiten. In Irak volgt Washington de klassieke weg door te proberen het veroverde land tot bondgenoot te hervormen. Zo is het na 1945 met Duitsland gebeurd, en na 1990 min of meer met het voormalige sovjetrijk. Terwijl Irak in het voorstadium van wederopbouw is, beginnen de bij-oorlogen nu pas goed op gang te komen. Frankrijk is het eerst aan de beurt.

Laten we geen argument in het voordeel van president Bush c.s. wegmoffelen en alles in het nadeel van president Chirac c.s. even zorgvuldig opsommen. Na de openbaring van de Bush Doctrine, waarbij Amerika zichzelf het recht toekende de preventieve oorlog te voeren, was de aanval op Irak onvermijdelijk. Even onvermijdelijk was het dat de Amerikanen, met of zonder bijverschijnselen in de regio, de militaire strijd betrekkelijk snel zouden winnen. De enige kans op uitstel lag in het verlengen van de inspecties waardoor het door Bush en Blair beloofde verschrikkelijke arsenaal van MVW’s zou worden opgegraven.

Zelfs als dat was gebeurd, hadden de Fransen geen kans gehad. Het is de moeite waard na te gaan wat er zou zijn gebeurd als er wél iets van formaat was opgedolven. Zou Irak dan niet zijn veroverd? Ik heb er geen schijn van bewijs voor, maar het zou me niets verbazen als te zijner tijd een pak Pentagon Papers wordt ontdekt met alternatieve plannen, voor het geval Saddam door Hans Blix en zijn mannetjes een maand of vijf geleden was ontmaskerd.

Hoe dan ook, formeel waren in Washington de hinderlijke regels van het internationaal recht al zonder veel poespas terzijde geschoven. Het verlangen naar de oorlog in Washington was groter dan het geduld met de wapeninspecteurs. Iedere natie, iedere instelling, iedere partij die de regering voor de voeten liep, was niet simpelweg legale oppositie maar vijand, en werd beschouwd als vriend van Saddam. Deze kwalificatie deelt Chirac met Michael Moore, Dixie Chicks, Tom Daschle, The New York Times, Hans Blix, de Veiligheidsraad en Madonna.

Chirac en Villepin hadden kunnen zien aankomen dat ze de politiek-diplomatieke nederlaag tegemoet gingen. Ze hadden natuurlijk een overtuigend antwoord, een stevig verweer moeten hebben. Maar nadat Powell had aangekondigd dat ze een pak voor hun broek zullen krijgen, is het stil gebleven in Parijs. Na de hoofdoorlog hebben in de onvermijdelijk volgende bij-oorlog Chirac en Villepin zich moeten gedragen als een zelfmoordcommando, omdat er geen keus was. Voor zich staatslieden noemende aanvoerders van een trotse, grote mogendheid is dat pire qu’une crime, c’est une faute.

Of nog ernstiger. Dat Bush en de Europese unwilling na de oorlog niet de beste vrienden zouden zijn, viel te verwachten. Dat de overwinnaar straf zou gaan uitdelen is iets anders. «Straf» is een hiërarchisch en een moreel begrip. Wie straf geeft, is daartoe in staat door zijn volstrekte macht over de bestrafte, gaat ertoe over omdat hij ervan overtuigd is dat hij moreel een onaantastbaar gelijk heeft, in de hoop of verwachting dat de gestrafte er lering uit zal trekken, het «nooit meer zal doen». Dat is het begin van de reclassering. Straf kan dus een nobel doel dienen. Maar het is ook mogelijk dat gestraft wordt om te vergelden. Met eigen leed wordt betaald voor het leed dat anderen is aangedaan. In iedere straf zit ook vernedering.

In de filosofie waardoor deze Amerikaanse regering zich laat leiden, is de straf een gewichtige plaats toebedeeld, waarbij vergelding een belangrijker doel is dan een of andere vorm van reclassering. Door het woord straf te gebruiken, hebben Powell en de president doelbewust Frankrijk willen vernederen. Dat is iets anders dan een boycot van kaas of het omdopen van French fries tot Liberty fries. Door openbare, offi ciële vernedering tot politieke categorie te bevorderen, komen we op een principieel ander terrein van de buitenlandse politiek. Heel in de verte, maar toch, komt de spoorwagon van Compiegne in zicht.

Vernedering kweekt wrok, en wrok leidt tot revanche. De manieren waarop de Amerikaanse regering haar wereldmacht gebruikt — militair, politiek en diplomatiek, economisch, juridisch — veroorzaken een groeiende behoefte aan revanche. Of Bush en de zijnen «gelijk» hebben of niet doet langzamerhand minder ter zake dan de combinatie van militaire macht en morele hybris waarmee ze proberen de hele wereld les te geven. Als ergens in de klas een coalition of the unwilling samenklontert, dan wordt die collectief in de hoek gezet. Half continentaal Europa staat zich daar op het ogenblik te verbijten. Het tragische voor al deze deugnieten is dat ze geen middelen tot verzet hebben, dat ze daar nu pas aan beginnen te denken. Maar, zoals de Duitse minister Joschka Fisher zei: «Der Schock des Irak-Kriegs könnte auch eine Chance bieten.»

Voorlopig moeten ze daar in Washington minzaam om lachen. Ze rekenen erop dat de bij-oorlogen met Kofi Annan, Chirac, Schröder, Poetin en Verhofstadt ook gewonnen worden. We hebben het ernaar gemaakt.