Half leeg

Het onderzoek naar de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak en het debat daarover laten zien hoe onze democratie nu écht werkt.

EEN DEMOCRATISCH GEKOZEN parlement kan geheel volgens de regels van de democratie instemmen met een besluit dat het wezen van de westerse democratie aantast. Is dat schokkend?
Ja. Tenminste toen CDA-minister Piet Hein Donner dit in september 2006 illustreerde met zijn uitspraak dat de islamitische wetgeving, de sharia, met instemming van de Tweede Kamer in Nederland kan worden ingevoerd. Hoon was zijn deel. Maar zoals Donner destijds zei: ‘De meerderheid telt. Dat is nu juist de essentie van democratie.’
Dat mag klinken als een ongelooflijke open deur, maar vorige week tijdens het debat over het onafhankelijke onderzoek naar de politieke steunverlening van Nederland aan de inval in Irak, dat minister-president Jan Peter Balkenende plotseling had voorgesteld, bleek weer dat het ook klopt als het besluit tegen het wezen van de democratie indruist. Zoals al jarenlang op dit dossier gebeurt, zette ook nu weer een democratische meerderheid in de Tweede Kamer zichzelf buitenspel. Willens en wetens, alle indringende, waarschuwende, gefrustreerde en principiële woorden aan het adres van de democratie ten spijt.
Is dat schokkend? Dat vonden de oppositiepartijen wel. Er vielen woorden als ontmanteling van een grondrecht, onzedelijke afspraak en verkoop van een onvervreemdbaar recht. Maar de regeringspartijen CDA, PVDA en ChristenUnie dachten daar, uiteraard, heel anders over. De twee grootste regeringspartijen vonden zelfs dat ze te prijzen waren. Interessant spinwerk was het, zoals de beeldvorming zo veel mogelijk naar de eigen hand werd gezet.
CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel ging zelfs zo ver partijgenoot Balkenende uitgebreid een compliment te maken voor zijn ‘zowel verbaal als non-verbaal open houding’. En dat nadat de minister-president bijna zes jaar lang een parlementair of onafhankelijk onderzoek had tegengehouden. Balkenende kon zich al die tijd overigens formeel beroepen op het ontbreken van een Kamermeerderheid daarvoor. Daar was geen woord van gelogen, het was democratisch besloten tenslotte.
De laatste jaren ging dat met hulp van de PVDA-fractie. Die zag er op haar beurt geen bezwaar in het resultaat van het debat van vorige week toch als een overwinning te claimen. Als de uitkomst van het onafhankelijke onderzoek dit najaar onbevredigend is, ligt de weg naar een parlementaire enquête open, kraaide de PVDA opgetogen.
Zo doe je dat dus. Eerst geef je als fractie het democratische recht op het doen van onderzoek weg, omdat je wilt gaan regeren. Dan blokkeer je twee jaar later nogmaals dat recht voor een periode van minimaal negen maanden door in te stemmen met een onafhankelijke commissie, omdat je voorlopig wilt blijven regeren en geen gedonder wilt in de coalitie. En dan prijs je jezelf omdat je eraan meewerkt dat na ongeveer drie jaar blokkade de Kamer op dit dossier haar controlerende taak weer zelf kan gaan uitvoeren. Dat is toch alsof iemand voor je ogen jouw melkfles bewust leeggiet, die twee jaar later weer half vult en tegen je roept: fijn toch, dat die fles half vol is. Maar die fles is half leeg.
Kan dat in een democratie? Ja. Er is geen toezichthoudende instantie die een fractie of Kamer daarvoor op de vingers tikt. Alleen de kiezer kan die tik uitdelen. Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren, hangt af van de uitkomst van het onderzoek en de tijd die er tussen die uitkomst en nieuwe verkiezingen zit.
Wie nu denkt dat Balkenende – als laatst overgebleven bewindspersoon uit de tijd van de inval in Irak – na afloop van het onderzoek wel zal hangen, maakt formeel geredeneerd een denkfout. Het was immers een democratisch besluit toen het CDA, samen met de VVD en de alweer verdwenen LPF, in 2003 de inval in Irak politiek steunde. Ook wie tegen de inval is en was, zou zich daar eigenlijk bij neer moeten leggen, als tenminste uit het onderzoek geen feiten naar buiten komen waarvan de Kamer toen niet op de hoogte was, maar wel had moeten zijn. Dat is per slot van rekening democratie.
Maar wat zijn nieuwe feiten? Dat Nederland politieke steun verleende, was gunstig voor de kandidatuur van de CDA’er Jaap de Hoop Scheffer voor de functie van secretaris-generaal van de Navo, maar wanneer is er sprake van een bewuste ruil? Ook de precieze status van de Amerikaanse navraag naar de beschikbaarheid van Nederlandse schepen, helikopters en manschappen zal onder een vergrootglas worden gelegd. En hoe zat het met de rechtmatigheid van de Nederlandse grond voor de steunverlening: is de uitleg dat deze onrechtmatig was bewust weggehouden van de Kamer of na zorgvuldige afweging terzijde geschoven, omdat juristen het er niet over eens waren, zoals wel vaker gebeurt?
Ook al komt er dit najaar niets schokkends en niets nieuws meer naar boven, zoals het CDA denkt, oude feiten zouden aan het einde van het onderzoek door delen van de Kamer toch als nieuwe feiten gezien kunnen worden, of in het licht van wat dan bekend is als foute feiten. Want ook daar gaat de Kamer zelf over. Ook dat is democratie.
Natuurlijk weet het CDA dat. Dat is meteen de reden waarom de grootste regeringspartij geen parlementaire enquête wil: omdat de uitkomst daarvan sterk politiek bepalend kan zijn en het klimaat er inmiddels naar is dat Barbertje moet hangen. Dat heeft het CDA overigens vooral aan zichzelf te danken. Wie jarenlang roept niets te verbergen te hebben en desondanks tegen openheid is, is als een politicus die zichzelf democraat noemt, maar een besluit steunt dat het wezen van de democratie ondermijnt.