Menno Hurenkamp

Hallo daar in Taiwan, wie bent u?

Kamerleden maken snoepreisjes. Een schande, maar belangrijker is de kwestie wie deze snoepers zijn. Wie o wie is Maarten Haverkamp, die vorige week probeerde zijn partner op kosten van de illegale Taiwanese regering te laten reizen? Een CDA-kamerlid dat zijn brood verdiende als deeltijd-sporthalbeheerder, volgens de website van het CDA. Zelf zal hij zijn onbekendheid ongetwijfeld wijten aan de media. Flauwekul. Haverkamp werkt niet hard genoeg. Hij beunt rond. Reisje, werkbezoekje, vraagje aan de minister en klaar is Haverkamp. Zoals hij zitten er in de cda- en PvdA-fractie enkele tientallen volksvertegenwoordigers. Beide partijen hadden er bij de samenstelling van hun kandidatenlijsten niet serieus rekening mee gehouden zo veel zetels te winnen (het CDA heeft er 44, de PvdA 42). Ze selecteerden zo’n 25 serieuze mensen en vulden de lege ruimte met pur-lijm. Nu dolen allerlei brave zielen door de Kamer van wie we nooit iets oorspronkelijks vernemen. Wie zijn Eski, Tjon-A-Ten, Van Oerle, Binkel, Koomen, Eijsink, Smeets, Smilde, Van Winsen, Stuurman? We weten het niet. Ze hebben vast prettig contact met hun achterban, maar de essentie van moderne politiek gaat aan ze voorbij.

Die essentie is: hardop belangen afwegen. Meer dan consensus bouwen of mensen vertegenwoordigen, moeten politici kwesties tegen elkaar af kunnen zetten. De meeste grote vraagstukken zijn opgelost, veel kleine problemen blijven over. Niet het standpunt, maar de weg naar het standpunt telt. Het VPRO-programma Tegenlicht liet afgelopen zondag zien hoe directe democratie de Amerikaanse staat Californië lamlegt. In het ene referendum eisen de burgers minder belasting en in het andere referendum eisen ze meer voorzieningen. De opkomst van Fortuyn maakte ook in Nederland weer duidelijk dat moderne burgers democratie graag zien als voertuig voor eigen verlangens. Dat is niet nieuw en ook niet erg, maar het maakt het belangenconflict meer dan ooit tot hart van de politiek. Wil je belasting heffen op AOW om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden of zie je liever blije rijke bejaarden? Wil je dat iedereen het recht heeft een hoed te dragen of wil je de zekerheid dat geen meisje tegen haar zin een hoofddoek draagt? Om dat soort behoeften met elkaar te vergelijken, moet je een eigen idee als vertrekpunt hebben. Dat is vast niet makkelijk omdat ideologische kaders steeds minder dwingend zijn — christenen staan met marxisten op de barricaden voor de homorechten, liberalen en socialisten pleiten samen voor vrije markten — maar juist daarom nodig. Dat eenmaal in het bezit van een idee de aandacht volgt, laten de wél succesvolle kamerleden zien.

Het argument dat al die grijze muizen nuttige backbenchers zijn, klinkt niet overtuigend vanuit een Tweede Kamer die de regering graag volgt en slechts moeizaam controleert. De verleiding is te groot om niet minister Donner in zijn recente tirade tegen de pers te citeren: «Bij iedere tak van bedrijvigheid waarvan de productie zo belangrijk is voor de samenleving en verlies van kwaliteit zo groot zou zijn, zou de wetgever allang hebben ingegrepen.» Kan die wetgever niet bij zichzelf ingrijpen? Al was het een subtiel verzoek aan de partijbonzen die de kandidaten selecteren — «Zonder tenminste één frisse opvatting onnodig te solliciteren».