OPERA

Halsema in battle dress

Iphigénie

Pierre Audi geldt niet als een bij uitstek politieke regisseur. Zijn operavoorstellingen zijn vooral esthetisch, gestileerd en humanistisch, zeker geen politieke pamfletten. Maar hij schept veel ruimte voor interpretatie en ik zie steeds meer maatschappelijke betrokkenheid in zijn regies. Zeker bij het democratisch ontwaken van het Midden-Oosten lijken er elementen in binnen te sluipen die direct of indirect te maken hebben met de politieke werkelijkheid van een verscheurd land als Libanon, waar Audi in 1957 is geboren en zeventien jaar later uit weg moest vluchten vanwege de burgeroorlog.
Hij is nu bij uitstek een regisseur die het op elkaar inwerken van esthetische, psychologische, mythische en politieke factoren laat zien. Dat doet hij ook in zijn regie van twee opera’s die op een avond worden gespeeld van Christoph Williband Gluck (1714-1787), de grote, vroege hervormer van de opera. Deze coproductie met de Muntschouwburg in Brussel biedt vijf uur prachtige muziek, nog vrij statig in het eerste, en veel dramatischer in het tweede deel van de avond. Audi is er weer in geslaagd van de grote zaal van de Stopera een intieme ruimte te maken. Dat doet hij door achter op het toneel tribunes te plaatsen waarop publiek zit en het koor, dat feestelijk gekleed is als operagangers. Zo worden ook de toeschouwers medeplichtig.
De eerste opera, Iphigénie en Aulide uit 1774, is een bij uitstek politiek verhaal. Koning Agamemnon wordt gedwongen zijn eigen dochter te offeren, zodat de Griekse vloot naar Troje kan uitvaren. Voor Audi is de priester Calchas, die met zijn profetieën de dood van het meisje afdwingt, in het geheel geen heilige man, maar een geslepen politicus die het volk manipuleert en Agamemnon daarmee onder druk zet. Iedereen is in deze opera in camouflagekleren gekleed, iedereen moet voldoen aan de eisen van het militaire bedrijf, ook Iphigeneia en haar moeder Klytemnestra. Zeg maar, in Haagse termen: Femke Halsema in battle dress die Jolande Sap ongewild naar het schavot brengt. Het volk kijkt toe en grijpt soms in, maar het koor is volstrekt wispelturig en eist nu eens de redding van de jonge Iphigeneia en dan weer haar dood, al naar gelang hoe de politici en media hen bespelen.
De tweede opera, Iphigénie en Tauride (1779), laat zien hoe het verder gaat met het meisje dat door de godin Diana van de dood is gered. Zij moet dan op haar beurt in het verre Tauris (nu de Krim) op bevel van de wrede koning Thoas vreemdelingen die daar aanspoelen offeren, zelfs als het gaat om haar eigen broer Orestes en diens vriend Pylades. Thoas (de prachtig zingende en acterende bariton Laurent Alvaro) is ook als militair gekleed. Mij doet hij denken aan Bashar al-Assad, de dictator van Syrië. Anderen zagen er een Libanese politicus in. Ook hier is het publiek ongemakkelijk getuige van de bloedbaden die er worden aangericht, zoals we ook in werkelijkheid medeplichtig zijn aan zoveel mensenrechtenschendingen in de wereld.
Misschien interpreteer ik deze voorstelling erg politiek. Maar dat geeft een laag extra aan deze opera’s, waarvan de muziek bijzonder mooi wordt gespeeld op authentieke instrumenten door Les Musiciens du Louvre uit Grenoble onder leiding van Marc Minkowski en fraai wordt gezongen (door onder anderen Anne Sofie von Otter als Klytemnestra en Véronique Gens als de jonge Iphigeneia). Er wordt hier en daar wat stijfjes, maar toch heel adequaat geacteerd. Het eenvoudige toneelbeeld met twee metalen trappen aan weerszijden van Michael Simon wordt ongeëvenaard expressief belicht door Audi’s vaste belichter, de Fransman Jean Kalman. Een voorstelling die veel te genieten en te interpreteren geeft.

Iphigénie en Aulide/Iphigénie en Tauride van Christoph Williband Gluck: t/m 22 september in Het Muziektheater, Amsterdam. www.dno.nl