Homo in Iran

Halszaak

Eerst kondigde minister Verdonk aan homoseksuele asielzoekers terug te sturen naar Iran. Vervolgens ging ze zichzelf nuanceren. Is daarmee het gevaar geweken? Nee. De minister baseert haar beleid op naïeve ambtsberichten en krantenknipsels. Intussen blijft homoseksualiteit in Iran een dodelijk taboe.

Medium iran mahtab

Vorige week besloot minister Verdonk van Vreemdelingenbeleid & Integratie om het moratorium op het terugsturen van uitgeprocedeerde homoseksuele Iraanse asielzoekers op te heffen. Zij baseerde zich op een nieuw ambtsbericht van het departement van Buitenlandse Zaken. Toen er commotie ontstond, zei de minister een paar dagen later in een homobar in Amsterdam niet iedere uitgeprocedeerde asielzoeker zonder meer terug te zullen sturen. Elke zaak zal individueel worden bekeken.

«Onzin», zegt Saba Rawi, vertegenwoordiger van de Persian Gay and Lesbian Organization in Nederland: «Zolang het ambtsbericht niet deugt, blijven Iraanse homoseksuelen groot gevaar lopen.» Ook een ingewijde van Buitenlandse Zaken (BZ) ziet ernstige gebreken in het rapport: «Het ambtsbericht neemt nota’s van de Iraanse regering klakkeloos over.»

Na de wereldwijde protesten tegen de executie van twee minderjarige vermeend homoseksuele jongens deze zomer in Mashad, een stad in het noordoosten van Iran, besloot minister Verdonk de uitzetting van uitgeprocedeerde homoseksuele Iraanse asielzoekers op te schorten. Vorige week kwam de minister hierop terug. Op basis van een nieuw ambtsbericht van februari 2006 schreef Verdonk in een brief aan de Kamer «dat er geen sprake is van executie/een doodstrafvonnis op grond van het enkele feit dat iemand homoseksueel is».

Verdonk heeft gelijk. In alle drie de zaken van het afgelopen half jaar waarin homoseksuelen ter dood veroordeeld werden, zijn naast de aanklacht van homoseksualiteit ook andere misdrijven ten laste gelegd.

Maar dat betekent niet dat homoseksuelen niet om hun seksuele geaardheid zijn vervolgd. Het toevoegen van fictieve misdrijven aan de aanklacht is in Iran een bekend verschijnsel. In het geval van de jongens in Mashad, die op 19 juli 2005 werden geëxecuteerd, hoorde BZ van de Iraanse autoriteiten dat de twee tienerjongens niet waren opgehangen vanwege hun homoseksualiteit: «De Iraanse autoriteiten ontkenden ook dat betrokkenen zijn geëxecuteerd omdat zij homoseksueel waren. Volgens een door de minister van Buitenlandse Zaken ontvangen Iraanse diplomatieke nota betrof het executie van twee meerderjarige mannen die zich zouden hebben schuldig gemaakt aan beroving, kidnapping en verkrachting van een minderjarige», schrijft het ambtsbericht op pagina 66.

«De stelligheid waarmee Verdonk verkondigt dat het veilig is voor homoseksuelen in Iran is onbegrijpelijk», zegt een ingewijde van BZ niettemin. Het ambtsbericht vertoont ernstige gebreken. Het grootste bezwaar is het gebruik van onbetrouwbare bronnen: «Het ambtsbericht is deels gebaseerd op nota’s van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Iran. Dat is ongelooflijk», aldus de ingewijde van BZ. «Daarvan is bekend dat ze vaak vol staan met pure leugens.»

Saba Rawi van de Persian Gay and Lesbian Organization in Nederland kan er niet bij dat het ministerie beweringen van de Iraanse regering klakkeloos overneemt: «Sinds wanneer gelooft de Nederlandse regering alles wat de Iraanse autoriteiten te zeggen hebben? Als Nederland vraagt of er homoseksuelen worden opgehangen en Iran zegt nee, dat zijn misdadigers, dan geloven we dat? In het ambtsbericht staat zelfs dat de minister van Buitenlandse Zaken stelt dat het moeilijk te zeggen is wat de exacte reden van executie is geweest. Maar bij twijfel ga je toch niet iemand terugsturen?»

Een ambtsbericht moet feilloos zijn als op grond daarvan asielzoekers teruggestuurd kunnen worden, stelt Rawi: «Je kunt toch niet zeggen: misschien lopen ze gevaar, misschien ook niet, laten we het er gewoon op wagen.»

Buitenlandse Zaken zou beter moeten weten en een nota van de Iraanse regering niet zomaar klakkeloos moeten aannemen, vindt ook de bron bij BZ: «Het kan best waar zijn dat de veroordeelden zich schuldig hebben gemaakt aan deze misdrijven, maar de zaak is met te veel twijfel omgegeven om met zulke stelligheid te zeggen dat zij niet om hun homoseksualiteit zijn geëxecuteerd.»

Het ambtsbericht baseert zich ook op de rapporten van mensenrechtenorganisaties waarin gesteld wordt dat de executie van de twee jongens met speculaties is omgeven. Scott Long, woordvoerder van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, heeft dan ook woedend gereageerd op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag dat hem in het ambtsbericht noemt. Volgens hem zijn homoseksuelen in Iran wel degelijk om hun seksuele geaardheid ter dood gebracht. Dat de zaak in Mashad omgeven is door speculaties over de misdrijven doet daar niets aan af. Mensenrechtenorganisaties melden na nieuw onderzoek inmiddels dat de aanklachten van verkrachting en ontvoering waarschijnlijk verzonnen zijn.

In augustus verscheen opnieuw een bericht dat twee homoseksuelen ter dood zouden worden gebracht. Het ambtsbericht schrijft: «Het zou volgens de Iraanse autoriteiten echter wederom niet gaan om homoseksualiteit, maar om een 25-jarige man die veroordeeld werd voor ontvoering, verkrachting en drugsbezit.» De doodstraf is nog niet voltrokken en er bestaat veel onduidelijkheid over deze zaak.

Terwijl de zaak in Mashad met veel speculaties is omgeven en er over het tweede bericht van deze zomer veel onduidelijkheid is, bestaat er over de laatste executie van twee jongens in Iran geen enkele twijfel dat zij om hun seksuele geaardheid zijn opgehangen. Op 13 november 2005 berichtte de aartsconservatieve krant Keyhan dat Mohktar N. (24) en Ali A. (25) in Gorgan geëxecuteerd zijn op grond van «lavat»: sodomie.

Deze bron wordt in het ambtsbericht echter niet genoemd. Het ambtsbericht stelt: «Ook hier claimden diverse organisaties dat het om homoseksualiteit zou gaan. Volgens de Iraanse autoriteiten echter zijn de twee mannen niet beschuldigd van het hebben van een homoseksuele relatie, maar is hun doodstraf gebaseerd op de beschuldigingen van ontvoering, verkrachting en afpersing.»

Saba Rawi is verbijsterd: «Bij deze veroordeling wordt heel duidelijk sodomie genoemd, maar het ambtsbericht zegt er niets over.» Ook de ingewijde van Buitenlandse Zaken snapt niet dat er in het ambtsbericht geen melding wordt gemaakt van sodomie: «Dit is een heel duidelijk geval van een veroordeling op grond van seksuele geaardheid, maar daar is in het rapport niets over te vinden.»

Weer wordt de Iraanse regering in het ambtsbericht niettemin als betrouwbare bron opgevoerd, waarmee de kous af lijkt te zijn: «De weerlegging door de Iraanse autoriteiten in alle drie de zaken dat het om homoseksualiteit zou gaan, bevestigt de bevinding van waarnemers ter plaatse dat de laatste jaren de beschuldiging van sodomie op zichzelf nooit de primaire aanklacht is geweest voor een doodstrafvonnis in Iran.»

De bevindingen van de Iraanse autoriteiten wegen kennelijk zwaar mee in het ambtsbericht, hoewel Iran niet bekend staat om haar betrouwbare en transparante rechtssysteem. Dat de misdrijven die de veroordeelden ten laste worden gelegd ook vals zouden kunnen zijn, wordt door Buitenlandse Zaken niet eens als optie gezien.

Dat is vreemd, want dat gebeurt in Iran maar al te vaak. «Politieke activisten die vervolgd worden om hun kritiek op het regime wordt ook altijd immoreel gedrag ten laste gelegd. Misdrijven als promiscuïteit, alcoholconsumptie en drugsbezit worden steevast aan hun dossier toegevoegd», zegt de ingewijde van BZ. De misdrijven die de Iraanse autoriteiten noemen kunnen dan ook net zo goed uit de duim gezogen zijn. «Om tot een veroordeling voor homoseksualiteit te komen zijn er vier getuigen nodig die op het moment suprème aanwezig waren. Dat is een haast onmogelijke eis», aldus de ingewijde van BZ. «Als ze een homoseksueel willen pakken, zullen ze ook andere misdrijven ten laste leggen.»

Ook Saba Rawi benadrukt dat er altijd zo veel mogelijk aanklachten worden geformuleerd: «De autoriteiten willen de straf zo zwaar mogelijk maken; een aangeklaagde wordt altijd een hele reeks verzonnen misdrijven ten laste gelegd.»

Afshin, een mensenrechtenactivist in Iran, zegt hetzelfde: «Als kan worden bewezen dat een man homoseksuele relaties heeft (gehad) word hij overgedragen aan de rechtbank. De wet is over de straf eenduidig: executie.» Als dat bewijs niet geleverd kan worden, worden homoseksuelen opgepakt voor andere vergrijpen, zegt hij: «Er zijn legio zaken van homoseksuelen die zijn gearresteerd om andere redenen die makkelijker te bewijzen zijn, bijvoorbeeld voor het drinken van alcohol. Eenmaal in handen van de politie of Basij worden ze gemarteld. Of ze leren hun lesje wel in de gevangenis.»

Dat in alle drie de zaken de rij aanklachten tegen de ter dood veroordeelden hetzelfde is, zou genoeg moeten zijn voor grote twijfels bij de bewering van de regering. «In alle drie de zaken van de afgelopen zes maanden zijn de aanklachten hetzelfde: beroving, verkrachting en ontvoering», stelt de ingewijde van BZ. «Dat is op z’n minst eigenaardig.»

Behalve dat Buitenlandse Zaken de Iraanse uitleg over de executies overneemt, bagatelliseert het ambtsbericht ook een ander gevaar voor homoseksuelen in Iran: «Hoewel homoseksualiteit in het openbare leven een taboe is, is het voor homoseksuele mannen en vrouwen niet totaal onmogelijk om op maatschappelijk en sociaal niveau te functioneren. Het is daarbij wel zaak, hoe vervelend ook, niet al te openlijk voor de seksuele geaardheid uit te komen», aldus BZ.

«Het lijkt wel een rapport over Nederland en Spanje», zegt Saba Rawi: «Het ambtsbericht doet homoseksualiteit af als een taboe. Maar in Iran is het een taboe waar de doodstraf op staat. Minister Verdonk stelt dat je in Iran best homoseksueel kunt zijn, maar dat je het alleen niet moet praktiseren», gaat Saba verder. «Wat bedoelt ze daarmee? Je kunt toch ook niet zeggen dat een heteroseksueel wel hetero mag zijn maar niet mag praktiseren?» Hij begrijpt niet dat de minister een dergelijk onderscheid kan maken: «Als je als homo praktiseert, loop je gevaar, dat zegt de minister zelf. Dus als je wordt opgepakt en gemarteld is dat je eigen schuld?» Volgens Rawi is arrestatie, intimidatie en marteling van homo’s in Iran aan de orde van de dag: «De executies komen in de media, maar over foltering door de politie en paramilitaire groepen hoor je weinig. Dat betekent echter niet dat het niet op grote schaal gebeurt.»

Als een van de bewijzen dat homoseksuelen in Iran kunnen «functioneren» noemt het ambtsbericht het feit dat er «parken, websites en digitale nieuwsbrieven» zijn «waar homo’s vrij met elkaar in contact komen». Het ambtsbericht baseert zich daarbij onder meer op een artikel uit NRC Handelsblad. «Natuurlijk zijn er homo’s in Iran die elkaar ontmoeten», zegt Saba, «maar dat betekent niet dat zij geen gevaar lopen. Sommige Nederlanders die in Iran wonen zeggen dat ze homo’s kennen die vriendjes hebben, samenwonen et cetera. Dat ontken ik niet, zo heb ik zelf ook jarenlang geleefd, maar je kunt altijd gearresteerd worden en dan loop je de kans dat je ter dood veroordeeld wordt, dat is de wet. Dat feit hangt altijd als een zwaard van Damocles boven je hoofd.»

Ook het nieuws over de tolerantie jegens transseksuelen heeft tot een beeld geleid dat het in Iran allemaal wel meevalt. In Iran zijn geslachtsveranderingsoperaties bij een fatwa, een religieus decreet, van Khomeini toegestaan omdat transseksualiteit een medische aandoening is. Bovendien wordt het gezien als een middel om homoseksualiteit te genezen: twee mannen kunnen geen relatie hebben, een omgebouwde man en een man wel. Maar volgens Rawi is transseksualiteit ondanks de officiële erkenning absoluut niet geaccepteerd en zijn er talloze voorbeelden van mishandeling van transseksuelen door paramilitaire groepen en de politie.

Uit verschillende bronnen blijkt dat de ontmoetingsplaatsen waar het ambtsbericht naar verwijst juist levensgevaarlijk zijn. Homoseksuelen en mensenrechtenactivisten in Iran berichtten de afgelopen maanden over toenemende infiltratie van undercoveragenten die bezoekers van gaychatrooms in de val lokken, arresteren en martelen. Ook de parken die het ambtsbericht noemt zijn vaak een doelwit van undercoveragenten.

«Een vriend van mij maakte via een chatroom een afspraakje. Bij de ontmoeting bleek het een lid van de Basij – de zedenpolitie – te zijn», vertelde Reza. «Hij is meegenomen, gemarteld en gedwongen om toe te geven dat hij homoseksueel is. Daarna heeft hij drie maanden gevangen gezeten. Iedereen wist dat hij homo was en hij is meermalen verkracht.» Dergelijke groepsverkrachtingen door leden van paramilitaire organisaties of tijdens gevangenisstraf komen volgens Afshin veelvuldig voor. Ook Afshin ziet de situatie voor homoseksuelen in Iran juist verslechteren: «In het eerste half jaar onder president Ahmadinejad zijn er al vier jongens vanwege homoseksualiteit geëxecuteerd. De zedenpolitie houdt het internetverkeer nauwlettend in de gaten, en doet veel politie-invallen op gayparty’s. Homoseksuelen worden in het nauw gedreven.»

Homorechtenactivist Doug Ireland houdt de vervolging van homoseksuele Iraniërs het laatste half jaar nauwlettend in de gaten. Volgens Ireland is het een «fantasie» van de Nederlandse regering dat homoseksuelen zonder gevaar in Iran kunnen wonen. Hij spreekt van een gerichte campagne tegen homoseksuelen: «Sinds de executie van de jongens in Mashad is de terreur tegen homoseksuelen in Iran toegenomen. De Iraanse autoriteiten houden scherp in de gaten wie homoseksueel is en houden over iedereen een dossier bij.» Volgens Ireland worden gearresteerde homoseksuelen ook onder druk gezet om anderen te verlinken: «De Iraanse regering werkt met een netwerk van homoseksuele informanten. Die werken mee omdat zij anders zelf zware gevangenisstraffen krijgen of gevaar lopen ter dood veroordeeld te worden.» Dat er zo weinig over deze zaken bekend is verklaart Ireland uit het feit dat ook mensenrechtenactivisten in Iran als de dood zijn het onderwerp aan te kaarten: «Iedereen is doodsbang om zich hierover uit te laten, ze lopen immers zelf ook gevaar op arrestatie.»

Afshin bevestigt dit: «Homoseksualiteit is volstrekt onbespreekbaar. De regering straft ook de activisten die de mishandeling van homoseksuelen aankaarten. Bovendien staat het grootste deel van de Iraanse bevolking achter de vervolging en executie van homoseksuelen. De wet zoals gedicteerd door de koran moet gehoorzaamd worden, is de opvatting. Je kunt niet overschatten hoeveel mensen het hiermee eens zijn.» Dat Buitenlandse Zaken dergelijke berichten in haar rapport niet noemt is op z’n zachtst gezegd vreemd.

Verdonk baseert zich op een gevaarlijk rooskleurig ambtsbericht en brengt daarmee de levens van uitgeprocedeerde homoseksuele asielzoekers in gevaar.

Homoseksuele asielzoekers terugsturen is onverantwoord, stelt Human Rights Watch. Juist zij lopen grote kans om opgepakt te worden. Dat zegt ook de ingewijde van BZ: «Wat er hier gebeurt in het debat omtrent homoseksuele Iraanse asielzoekers ontgaat de Iraanse ambassade echt niet. Als uitgeprocedeerde asielzoekers op Mehrabad Airport aankomen kunnen zij worden ondervraagd. Zij worden in de gaten gehouden en lopen kans opgepakt te worden.»

Saba Rawi is er eveneens zeker van dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte zijn van de dossiers van terugkerende asielzoekers: «De Nederlandse regering hoeft niet openbaar te maken waarom je in Nederland was, maar denk je dat de Iraanse regering nadat je vijf jaar weg bent geweest je zomaar welkom heet? Ze geloven heus niet dat je al die tijd op vakantie was! Als je wordt uitgezet, moet je langs de Iraanse ambassade voor je papieren. Die zullen je zeker ondervragen en je dossier in Iran opzoeken.» Met alle gevolgen van dien. «Ik ben bekend bij de politie, net als veel van de andere homoseksuele asielzoekers. Ze hebben mijn dossier compleet met foto en vingerafdrukken. Ze laten me nooit met rust.»