Halve huiskat

‘Langdurig houdbaar bij droge en donkere opslag.’ Stel je voor dat er een linzenstop komt. Heb jij nog een half pond in je opklapbed.

Opmaken die linzen. Zolang alle linzenspirit er nog niet uitgedonkerd en gedroogd is. Bijna bozere bui. Als het dofwitte reliëf van de nerven op het blad van de Chinese kool (ijle stralen van de geheime Venusiaanse G-fontein) niet tijdig andere gedachten brengt. Weg daarmee, weg met die weinig vooruitziende halve Chinese kool.
Weg met het bijna halve, bijna ontroerende geitenbokje met zijn kleine bokkenpootjes. Dat zo bijna op een halve huiskat lijkt.
De olijfolie wordt verhit in de pan. De stukken jonge geit aan alle kanten dichtgeschroeid. Twee bladen laurier, één kruidnagel? Of omgekeerd? Drie kleine, niet van die olifantstenen, knoflook. Met schil. De fles, natuurlijk weer de fles. Vol van wijn wordt hij iets leger van wijn. Zuidafrikaanse wijn, wat denken we dan? Consumentenvoorlichting: neem de Montestell, van een ongeparafraseerde Chenin blanc, ligt klaar op de plank.
Na 45 minuten vlees van het been snijden. En nog kleiner. Drie gemillimeterde bos(ch)uitjes erbij. Twee koppen van de gekookte linzen. Genoeg spiralen van de Chinese kool zoals gebruikelijk. Overtollige takken van kruidige koriander omdat de groene draad die diafaan door alles heenloopt niet onderbroken mag worden. Zo ontstaat het recept. Van verse ragouêt van kleine geit met Chinese kool en koriander, met linzen. Een waarschuwing. Wanneer je er niet zelf voor zorgt, krijg je het nergens anders. Zelfs niet in een restaurant waar korte, natte en zeer lichte afslag in ere wordt gehouden. Maar wel omdat de zwijnenboer voor de levering van de zwijnenpoot een week uitstel vroeg.
Denk ook niet dat ik iets vergeten ben. Daar gaat het alleen nu niet over, nu ik net het Amsterdams kookboek Van de Zoutsteeg naar de Peperstraat aan het schrijven ben.