A.C. Grayling, Among the Dead Cities

Hamburg, Dresden…

A.C. Grayling

Among the Dead Cities: Was the Allied Bombing of Civilians in WWII a Necessity or a Crime?

Bloomsbury, 361 blz., e 35,–

(Import Penguin)

«Achteraf kijk je een koe in haar kont.» Mijn vader was geen groot denker, zelfs geen filosoof, maar enkele van zijn adagia zijn mij niettemin nog altijd tot steun. Om te weten dat je altijd huiverig moet zijn voor «wijsheid achteraf», hoef je geen geschiedenis te studeren.

Aan de populaire Britse filosoof A.C. Grayling is dit inzicht niet besteed. Hij heeft het nodig geacht om nog eens de vraag op te werpen of de geallieerde bombardementen op Duitse en Japanse steden wel noodzakelijk waren, of dat zij daarentegen misdadig waren.

Het probleem met deze vraagstelling is dat zij onzinnig is omdat zij noodzakelijkheid tegenover misdadigheid stelt. Of iets noodzakelijk is kun je meestal pas achteraf bepalen. Als dan blijkt dat dit niet het geval was, dan is er sprake van een misdaad. Hierdoor kun je van tevoren niet weten of iets misdadig is. Als richtsnoer voor ethisch handelen heb je hier dus helemaal niets aan.

Desalniettemin gaat onze wijsgeer met dit krakkemikkige instrumentarium de geschiedenis te lijf. Hij komt dan tot de voor de hand liggende conclusie dat het platgooien van Hamburg, Dresden, Berlijn en al die andere Duitse steden misdadig was. In militair opzicht bleek het bombarderen van steden niet effectief. Bovendien werd ook het moreel van de Duitse bevolking er niet door gebroken en leek de vastberadenheid om door te vechten juist groter te zijn geworden.

De geallieerde bevelhebbers konden dit echter onmogelijk van tevoren weten. Daarbij werden ze geconfronteerd met een vijand die zichzelf geen enkele beperking oplegde. Het was een totale oorlog, het was erop of eronder, en wanneer de Britten en Amerikanen een «nette» oorlog hadden gevoerd, hadden ze die vermoedelijk verloren. Bovendien kreeg Hitler de grootste klappen van de Russen, die zich ook niet lieten ophouden door humanitaire overwegingen.

Overigens zou Graylings uitgangspunt eigenlijk moeten leiden tot de conclusie dat de atoombommen op Japan wel noodzakelijk waren, omdat die leidden tot de capitulatie. Met behulp van enkele dubieuze opmerkingen over vermeende «alternatieven» probeert hij zich hier ook onderuit te wurmen.

Eigenlijk blijkt de historische onbetrouwbaarheid van dit boek al uit de opmerking dat de afgebeelde bommenwerpers op het omslag Britse Lancasters zijn. In werkelijkheid zijn het Amerikaanse B-24 Liberators. De uitgever had dit kunnen weten, aangezien de Britten ’s nachts vlogen en de Amerikanen overdag.