Hamlet schuift met het meubilair

Carel Alphenaar, die Shakespeares Hamlet vertaalde en bewerkte voor iedereen vanaf negen jaar, noemt het stuk der stukken in zijn voorwoord bij de nieuwe vertaling ‘een kasteel waar je als toneelmaker even in mag wonen. En als je het gebouw verlaat, hoef je het niet op te ruimen. Het staat altijd klaar voor nieuwe bewoners.’

Die nieuwe bewoners zullen - na herhuisvesting in deze Hamlet - nogal verbaasd om zich heen kijken. Alphenaar heeft ruimschoots met het meubilair geschoven. Hij bekortte niet alleen de tekst (wat voor de hand ligt), hij kortwiekte ook de verzen. Kleine vergelijking tussen een ‘oude’ en deze nieuwe hertaling. Hamlet beraamt het plan een toneelstuk te laten opvoeren waarin een reconstructie te zien is van de moord op de koning, zijn vader. Hamlet vertrouwt de geest van zijn gestorven vader niet, hij wil een harde getuigenis tegen zijn stiefvader Claudius, de vermeende koningsmoordenaar. Hamlet: 'Ik wil bewijs dat sterker is dan geesten/ Dus voor de koning wordt toneel een val/ Waarin ik zijn geweten strikken zal’ (vertaling: Willy Courteaux). 'Zekerheid wil ik - en niet de droom/ Ik rammel aan ’t geweten van mijn oom’ (vertaling: Carel Alphenaar).
In deze bewerking is Hamlets vriend Horatio getuige, verteller en verslaggever tege lijk. Hij opent en sluit de voorstelling: 'Ik vertel van/ dood door schuld en toeval, dood door/ list en twist, de dood van broeders/ moeders, zusters, vaders, ooms. Hoe,/ als een boemerang het plan de/ plannenmaker doodt. 'k Vertel het/ allemaal.’
De geest van de vermoorde koning treedt in de bewerking ook vaker op dan we in deze tekst gewend zijn. Hij roept om wraak - dat kennen we van hem. Verder dwaalt hij door deze voorstelling als een lief spook. Dodelijke slachtoffers neemt hij bij de hand. Hij nodigt ze uit de handeling kalm vanaf gene zijde te bekijken. Wanneer zijn broer, de vermeende moordenaar, berouw toont, raakt de geest hem teder aan - een prachtig moment. In het optreden van de geest zitten ook enkele inconsequenties. Wanneer ziet Hamlet zijn dode vader nu wel en wanneer niet, en waarom precies - het wordt niet duidelijk. Ook worden er mooie kansen gemist. Bijvoorbeeld als Hamlet op het punt staat (midden in het toneelstuk) zijn biddende stiefvader dood te steken. De geest van Hamlets vader is hier de aangewezen kracht om Hamlet tegen te houden: de oude koning mocht niet bidden voor hij stierf, zijn moordenaar mag dus zeker niet biddend sterven. De geest wordt in deze scène node gemist. Hij is net weggewandeld.
In een brief aan de kinderen die naar deze Hamlet komen kijken schrijft prins Hamlet (op koninklijk Deens briefpapier): 'Ik weet niet meer wat goed is en wat niet. Ik kan niet meer helder denken. Het liefst zou ik er helemaal niet meer zijn.’ Zo wordt deze Hamlet gespeeld: als een eenzaam joch dat is opgezadeld met iets wat hij niet kent (bloedwraak) en waarvan je hem toewenst dat hij het ook nooit zal leren kennen. Een solitaire puber die de greep op zijn omgeving beslissend is kwijtgeraakt. Dat is een mooie ingang tot dit stuk, maar ze is niet zonder gevaar. Hamlet is immers geen monodrama, geen monologue-intérieur. Het stuk is in ieder geval óók een thriller volgens het Columbo-recept: de speurder Hamlet is de dader Claudius steeds één stap voor. Dat vereist een intensieve interactie tussen de titelfiguur en zijn tegenspelers: stiefvader, moeder, vriendin en ambtenaar.
In de stroeve voorstelling van deze Hamlet, die ik de avond voor de première zag, bleef het titelpersonage de gevangene van zijn eigen dampkring: hij speelde de eenzaamheid, maar kwam niet toe aan het drama. De tegenspelers leken evenzeer opgesloten in een karikatuur van hun personages. De stiefvader: dandy. De moeder: vamp. De vriendin: aandoenlijk dwaallicht. De topambtenaar: variétékomiek. Op zichzelf werden die karikaturen kundig uitgevoerd. Maar ze bleven een anekdote.
Dat is het probleem van deze Hamlet: er valt veel te genieten, maar vaak op het niveau van de geslaagde toneelanekdote. Het optreden van de toneelspelers bijvoorbeeld, die in het toneelstuk een toneelstukje komen opvoeren, is een inventief en op de rand van vettigheid geacteerd circusnummer, hilarisch en erg om te lachen. Er wordt in het slot fraai geschermd en gestileerd gestorven. Op de vierkante millimeter klopt het allemaal prachtig, maar er zit geen fundament onder, deze Hamlet is een flatgebouw op drijfijs. Het overkomt me zelden dat ik tegen een voorstelling van Liesbeth Coltof aan zit te kijken. Nu was dat zo. Ik zag de geweldige façade van een reeds lang bewoond kasteel. Maar ik mocht niet naar binnen. Jammer.