Paul van Dorst was een paar dagen op vakantie toen hij werd gebeld door de politie. Er was met een brandbom een bomaanslag op zijn sportschool gepleegd, vertelde de agent. ‘De wereld stort dan even in, je staat echt te trillen op je benen. Je steekt je ziel en zaligheid in je bedrijf en iemand probeert dat te vernietigen.’

Een paar weken later zijn de brandplekken op de schuifdeuren van sportschool CrossFit Gold Pact in Rotterdam-Zuid nog steeds te zien. Binnen in een hoge loods staan fietsen en crossfit-apparaten in een kring opgesteld. Ringen hangen aan een oranje installatie, gewichten staan langs de muur. ‘Natuurlijk hebben we alle klanten direct op de hoogte gebracht’, vertelt Van Dorst, ‘en we vertelden ook wat waarschijnlijk de achtergrond van het geweld was. Gelukkig is iedereen gebleven en wenste ons sterkte.’

Van Dorst – twee meter lang, enkel spier – is oprichter van de Roze Kameraden, de lhbti-supportersvereniging van Feyenoord. ‘Als je naar landen als Duitsland en Engeland kijkt, heb je al veel meer roze fanclubs, in Nederland zijn we na ADO Den Haag de tweede van het land, en dus de enige in de Eredivisie’, vertelt hij. Het begon toen hij in een interview met de Gaykrant opperde dat Feyenoord best wel een roze fanclub zou mogen hebben. ‘Maron Pots van de Roze Règâhs (de lhbti-fanclub van ADO Den Haag) benaderde mij en vertelde hoe ze daar in het stadion echt de sfeer veranderd hebben.’

Al bijna heel zijn leven komt Van Dorst in De Kuip, eerst met zijn vader, later had hij zijn eigen seizoenkaart. ‘Al snel merk je dat het stadion niet een fijne plek is om voor je homoseksualiteit uit te komen. De scheidsrechter is vaak een kankerhomo en de tegenstanders zijn mietjes. Ik heb me daar heel lang niets van aangetrokken, maar op een gegeven moment besef je dat dit niet normaal is.’

Samen met twee vrienden besloot hij de Roze Kameraden op te zetten als een aparte vereniging, niet als onderdeel van de officiële supportersvereniging FSV De Feijenoorder. ‘Wij geloven er heilig in dat we onze boodschap beter kunnen uitdragen als een onafhankelijke en autonome groep binnen Feyenoord, anders word je al gauw ondergesneeuwd.’

Op 19 augustus was het dan zo ver. In een café aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam werd de oprichting van de vereniging feestelijk gevierd, met als aanwezigen onder anderen de Rotterdamse wethouder van Integratie en Samenleven Bert Wijbenga en d66-Kamerlid Jeanet van der Laan. De grote afwezige was Feyenoord zelf.

De volgende ochtend werd Paul van Dorst geattendeerd op de eerste homofobe graffiti-tag die was geplaatst op de deur van zijn sportschool, later zouden er meer leuzen volgen. In de tags worden de drie bestuursleden van de Roze Kameraden dood gewenst. En dan is er de aanslag met de brandbom, met de letters rjk als afzender op de muur gekalkt.

Dit staat voor Rotterdam Jongeren Kern, volgens ingewijden een groep jonge Feyenoord-hooligans die veelvuldig met geweld in verband zijn gebracht. Een paar dagen na de aanslag verschijnt er een foto online van enkele tientallen jongeren in zwarte hoodies voor een vertrapte en deels verbrande regenboogvlag. Op het spandoek staat met doorgestreepte symbolen aangegeven waar ze allemaal een hekel aan hebben: homo’s, joden en antifascisten. De gezichten zijn onherkenbaar gemaakt. Een week later wordt het kantoor van het coc in Rotterdam beklad, weer met als afzender rjk.

‘De hooligans van Feyenoord worden gevreesd, en dat willen ze zo houden’, geeft Van Dorst als verklaring. ‘Ze zien ons daarin als een bedreiging. Want een voetbalclub met homo’s is niet intimiderend. Dat is het gedachtegoed van die lui.’ Hij krijgt van Feyenoord het advies om voorlopig niet meer in De Kuip te komen, en in ieder geval niet in zijn eigen vak. Hooguit elders, in ieder geval dicht bij de uitgang. Zodat hij hard kan wegrennen als hij belaagd wordt. ‘Al twintig jaar zing ik uit volle borst mee in De Kuip’, zegt hij, ‘en ineens voel ik me niet meer welkom, dat is ronduit kut.’

Beelden van Twitter

In Feyenoord-sjaals en -mutsen staan de meeste supporters al ruim een uur in de steenkoude Kuip te wachten als de poort van de catacomben langzaam opengaat. De tunnels van de catacomben liggen lager dan het voetbalveld en dus moeten de voetballers via een trap het veld op, naar de hemel voor de Feyenoorders, voor tegenstanders voelt het als de hel.

Het is uitverkocht bij deze wedstrijd voor de Conference League. Vijftigduizend mensen zingen staand het ‘Hand-in-hand-kameraden’ als de spelers het veld op komen. Keiharde knallen klinken, het illegale vuurwerk ontploft boven het stadion. In de vakken S en X gaan rode en groene fakkels in de hens, de rook is zo dik als stroop, minutenlang ziet niemand een hand voor ogen. De club heeft voor dit ritueel dit jaar al honderdduizenden euro’s aan boetes aan de Uefa moeten overmaken.

In deze vakken huist de harde kern, ook wel liefkozend het ‘ruwe randje’ genoemd. Fanatieke supporters die het elftal door dik en dun steunen, thuis én uit. Als het even stil is in het stadion starten zij weer een nieuwe yell. Ze zijn de ‘twaalfde man’ die het elftal over een drempel kan helpen. Als de spelers na afloop het publiek willen bedanken, lopen ze naar deze vakken. ‘Komen wij uit Rotterdam’, klinkt het dan. Waarna de spelers en de rest van het publiek antwoorden: ‘Ken je dat niet horen dan?!’

De harde kern is een divers gezelschap met gewone fanatieke supporters naast groepen jongeren die geweld en terreur niet schuwen om hun doel te bereiken. Ze opereren onder de namen rjk, De Noordzijde en fiiir en hebben verbinding met tal van plekken in de club. Ze voelen zich sterk omdat ze ervan uitgaan dat hun standpunten – tegen een nieuw stadion (Feyenoord City) en tegen de Roze Kameraden – op brede steun in het legioen kunnen rekenen.

Of dit het geval is hebben we in samenwerking met de Utrecht Data School (Universiteit Utrecht) in meer dan tachtigduizend tweets over Feyenoord in het najaar van 2021 geanalyseerd. Want supporters van Feyenoord – van de incidentele bezoekers tot de harde kern – komen niet alleen samen in De Kuip, maar bewegen zich in toenemende mate ook in de digitale arena. Wanneer je bekijkt wie elkaar retweet, tekenen zich verschillende groepen af. De harde kern onderscheidt zich hier duidelijk. Een van de belangrijkste kanalen in deze groep is het account FRFC1908, dat zichzelf beschrijft als een ‘verbond van semi-hooligans’. Hier wordt bijvoorbeeld sterk geageerd tegen het bestuur, directeur Mark Koevermans, de politie en Feyenoord City.

Opvallend is dat deze groep van harde kern en sympathisanten ook veel verbintenis vertoont met conservatief-rechtse twitteraars. Sleutelfiguur – en vrij populair onder de fanatieke aanhang – hierbij is Maurice Meeuwissen, fractievoorzitter van de pvv in Rotterdam, die óók na de geweldsincidenten rond Paul van Dorst elke suggestie van homohaat rond Feyenoord als ‘ongefundeerd’ bestempelt, en in plaats daarvan wijst naar de islam. Ook de rechtse opiniemaker Wierd Duk duikt hier op.

Ruim 4400 tweets gaan over de Roze Kameraden en homo-acceptatie in de voetballerij. Opvallend is dat de harde kern en de conservatief-rechtse groep op Twitter hierover sterk afwijken van de andere groepen rond Feyenoord. Er is daar in de tweets veel steun voor lhbti-initiatieven en veel afkeuring van het gepleegde geweld. Zo is 62 procent van de Feyenoord-fans ondersteunend in de tweets over de Roze Kameraden/lhbti.

Hoe fanatieker de supporter, hoe minder steun voor de Roze Kameraden. Zo wordt in de harde kern veelvuldig de suggestie gewekt dat homofobie geen probleem is bij Feyenoord, dat er geen behoefte is aan ‘aparte’ supportersverenigingen of wordt er gesproken over ‘regenbooggedram’. De Roze Kameraden worden hierbij spottend de roze ‘maatjes’, ‘makkers’ of ‘flikkers’ genoemd.

De homohaat is bij de harde kern ook het heftigst. Maar liefst 43 procent van alle homohatende tweets in onze dataset is afkomstig uit deze groep, terwijl de groep slechts 7,7 procent van het totale netwerk omvat. Homofobie en weerstand tegen homo-acceptatie in het voetbal komen dus online van een luide minderheid.

‘Clubbelang gaat boven eigenbelang’

‘Het grote probleem van Feyenoord is de kwaliteit van de bestuurders’, zegt Alwin van den Hoven. Hij is gloednieuw bestuurslid van FSV De Feijenoorder, maar reageert op persoonlijke titel. ‘Dat komt doordat profvoetbal nog altijd als een amateurorganisatie ingericht is. Ons kent ons. Commissarissen die getuigen zijn op bruiloften van directeuren. Er is geen open en eerlijke procedure voor de aanstelling van “de juiste kandidaat” maar vaak worden vriendjes uit het netwerk aangeboord. Objectiviteit en een kritische houding, daar hebben ze nog nooit van gehoord, en gecombineerd met gebrek aan visie én binding met de club levert het een dodelijke mix op van “eigenbelang boven clubbelang”.

Dit zou opgelost kunnen worden door supporters niet meer als extern probleem te zien maar als interne motor. Niemand heeft méér passie en gedrevenheid dan een creatieve kundige supporter. De onvrede verdampt vrijwel direct op het moment dat je supporters eigenaar maakt van de probleemstellingen. Onder supporters vind je mensen die op hun eigen vakgebied enorm excelleren. Waarom zouden deze mensen ongeschikt zijn voor een functie binnen de club?

Het betrekken van supporters bij het beleid gebeurt bij Feyenoord momenteel helemaal niet. De club zou veel kunnen leren van hoe het is geregeld bij sommige clubs in Engeland en Duitsland, waar supporters onderdeel zijn van de club en waar nooit problemen zijn.

Bij Feyenoord is er helaas sprake van enorm veel woede door alle problematiek. Dit splijt de club in twee delen, het bestuur met een handjevol sympathisanten en de rest van de supporters. Onder supporters leeft al jaren het idee “dat praten geen zin heeft”. Dit leidt tot grote ontevredenheid en woede, en dit zorgt inderdaad voor zeer ernstige interne problematiek. Dit is zéér eenvoudig op te
lossen: zorgen dat praten wél zin heeft.

Dit kan bijvoorbeeld door de Stichting Continuïteit Feyenoord (een van de hoogste organen binnen de club) volledig te bemannen met supporters en oud-spelers die in functie gekozen zijn. Ook het volledige bestuur van die stichting die de aandelen van Feyenoord beheert zal democratisch gekozen moeten worden.

‘Het stadion is een afspiegeling van de maatschappij, ook als het gaat om homo-acceptatie’, reageert socioloog Ramón Spaaij, die jarenlang onderzoek deed onder de Feyenoord-hooligans. ‘Het is nu het moment dat ook de clubleiding zich daarover sterker uitspreekt. De homofobie van een deel van de harde kern wordt in de achterban afgewezen.’ Het is niet voor niets dat een twitteraar jongeren die in het stadion een ‘anti roze kameraden-spandoek’ toonden voor ‘taliban’ uitmaakte.

Spaaij is inmiddels verbonden aan Victoria University in Melbourne en geeft adviezen aan sportclubs over heel de wereld over hoe ze met hun fanatieke aanhang moeten omgaan. Er zijn in Rotterdam drie generaties te onderscheiden, weet hij. ‘Elke generatie gebruikt z’n eigen tag, die vaak bestaat uit een drietal letters. De eerste generatie Feyenoord-hooligans gebruikt scf, wat staat voor Sportclub Feyenoord.’

Deze groep werd bekend door het gevecht met Ajax-supporters in 1997 in een weiland in Beverwijk, waarbij Ajax-supporter Carlo Picornie om het leven kwam.

De tweede generatie hooligans manifesteert zich onder de tag rjk, de derde gebruikt fiiir, waarbij de III moet worden gelezen als het Romeinse cijfer drie. De F en de R staan voor Feyenoord Rotterdam. ‘Je ziet wel dat de laatste twee tags door elkaar heen worden gebruikt’, zegt Spaaij. ‘Op dit moment is een palet van hooligans bij Feyenoord actief.’

De nieuwe harde kern is kleiner – ‘dat komt door het hardere optreden van de politie en hogere straffen’ – en gebruikt meer gericht geweld. Iets wat ook bij andere clubs te zien is. ‘Elke nieuwe generatie wil aantonen dat zij nog extremer zijn dan de vorige.’ Er zitten ook getrainde vechtsporters onder.

‘Voor mij betekent Feyenoord leven. Zonder is het saai. Je gaat er niet heen om in elkaar geslagen te worden, je gaat ervan uit dat je die ander in elkaar slaat’

Er wordt ook meer gepland; zo zijn er bij verschillende clubs gevechten op afspraak. ‘Ik ben bij bepaalde clubs weleens mee geweest’, vertelt Spaaij, ‘soms voor een wedstrijd, soms totaal buiten een wedstrijd om. Dus: dertig tegen dertig, geen wapens. Maar die afspraken worden makkelijk geschonden en zijn met een korreltje zout te nemen.’

Wat alle hooligans bij clubs door heel de wereld met elkaar gemeen hebben is dat identiteit de drijvende kracht is. ‘De club is het “wij” en dat moet je verdedigen. Dat is erg territoriaal. Sensatiezucht, bewijsdrang en “mannelijkheid” vormen een cocktail voor grensoverschrijdend gedrag. Veel jongens praten ook wel over een soort familie als ze het over hun mede-hooligans hebben, ze zijn heel close. Kameraadschap, je thuis voelen. Dit kan voor jongeren die het bijvoorbeeld thuis of op school moeilijk hebben een extra aantrekkingskracht bieden. Als mensen op school weten dat je bij de rjk zit, dan laten ze je wel met rust. De status zorgt voor een superioriteitsgevoel: niemand maakt ons wat. Dat geeft een gevoel van macht.’ Een associatie met homoseksualiteit vormt dan een bedreiging voor dat machtsgevoel.

De harde kern voelt zich ook vaak het authentieke onderdeel van de club, en ongelijk hebben ze niet helemaal. Bestuursleden en spelers zijn toch vaak passanten, terwijl supporters al generaties bij de club komen. Er zijn rationele argumenten voor Feyenoord City, maar zeker ook rationele argumenten tegen het geldverslindende project. Maar bij Feyenoord lijkt het erop dat argumenten er niet toe doen. Het geweld is naar binnen geslagen en endemisch geworden. Het gaat om de macht in de club.

Want de aanslag op de Kameraden staat niet op zichzelf. Voorstanders van Feyenoord City kregen huisbezoek, bestuursleden en potentiële investeerders werden bedreigd, hun huizen beklad, directeur Mark Koevermans kreeg bij zijn huis een steen door de ruit.

Het bestuur van tegenstander Union Berlin werd in een Rotterdams restaurant aangevallen. Ook het COC Rotterdam werd beklad. Bij de rellen op de Coolsingel na de 2G-corona-demonstratie poseerden jongeren met de zwarte rjk-vlag bij een brandende politiewagen. De Rotterdamse politie constateerde later dat ze bij de op zich kleine demonstratie door een bende doelbewust werd aangevallen.

Beelden van Twitter

Een fenomeen dat zich volgens Spaaij voordoet bij verschillende voetbalclubs is dat georganiseerde supportersgroepen invloed willen uitoefenen op de club en het bestuur. Zij steunen daarbij onder meer op oud-hooligans in de diverse geledingen van de club. Er ontstaat een strijd om de macht.

Bij Feyenoord wordt dit verpersoonlijkt door Gijs van Delft, op dit moment bestuurslid van de officiële supportersvereniging FSV De Feijenoorder. De eerste-generatie-hooligan legde in de jaren negentig de rellen met supporters van de tegenstanders al vast met een camera en heeft nu warme banden met de derde generatie. Op een foto bij het standbeeld van Pim Fortuyn staat hij trots tussen een vijftigtal jongeren bij twee zwarte vlaggen met de logo’s van rjk en fiiir, met in het midden het spandoek ‘Rotterdam stand your ground’. De groep wil het beeld verdedigen tegen linkse activisten die het al twee keer hadden beklad.

‘Voor mij betekent Feyenoord leven’, zegt hij in een filmpje uit 1999 op YouTube. ‘Zonder is het saai.’ Geweld betekent jezelf verdedigen, vertelt hij aan de Engelstalige interviewster. ‘Het heeft ook een beetje met een kick te maken. Je gaat er niet heen om in elkaar geslagen te worden, je gaat ervan uit dat je die ander in elkaar slaat. Spelers hebben die adrenaline op het veld, wij hebben dat erbuiten. Iedereen heeft behoefte aan een kick.’ Toch is er wel een grens, vertelt hij. ‘Bij mij ligt die bij messen en stokken.’

Van Delft, die lange tijd een stadionverbod had, is ook het langst zittende bestuurslid in de officiële supportersvereniging, die ook een eigen kantoor heeft in het directiegebouw van de voetbalclub. Volgens insiders zijn er onlangs nog meer leden van de harde kern in het bestuur gekozen, zoals de man die de illegale fakkels levert en iemand die bij de ‘huisbezoeken’ aan de voorstanders van Feyenoord City aanwezig was.

Op Twitter steekt Van Delft zijn maatschappelijke voorkeuren niet onder stoelen of banken. Hij steunt demonstraties tegen het coronabeleid, retweet FvD-politici en Wilders, plaatst een foto van zichzelf en andere Feyenoord-supporters als Zwarte Piet met de toevoeging: ‘Jullie hebben de slag verloren antifa’. Hij noemt agenten die in de media vertellen over het geweld dat ze op de Coolsingel hebben meegemaakt ‘beroepsjankers’. Over de Roze Kameraden post hij foto’s van de vernielingen aan de sportschool en de leus ‘KKR Flikkers niet welkom bij FR’ met de toevoeging ‘Heb je nou je zin???’ In een langere tweet schrijft hij: ‘Heb in de 45 jaar dat ik bij de harde kern zit nog nooit meegemaakt dat homo’s aangesproken werden. En daarbij komt nog dat het mij totaal niet boeit wat je wel of niet ben. Je ben Feyenoorder. Je apart opstellen maakt je een doelwit.’

‘Probleem tackelen’

‘Bij Feyenoord is iedereen welkom en moet iedereen zich thuis en veilig voelen’, reageert de club. ‘We wijzen iedere vorm van discriminatie, uitsluiting, bedreiging en intimidatie nadrukkelijk af. Met Paul van Dorst van de Roze Kameraden hebben we veelvuldig contact gehad voor en zeker ook na de bedreigingen. Gesprekken waren ook al opgestart over hoe we samen met hem, via de weg der geleidelijkheid, het probleem kunnen tackelen van een gebrek aan acceptatie en tolerantie door een deel van de achterban. Door het vertrek van directeur Koevermans staat vervolgoverleg hierover nu eventjes “on hold” tot begin volgend jaar zijn opvolger is begonnen.

Uiteraard spelen de supporters bij Feyenoord een zeer belangrijke rol. De club kent dan ook een aantal vaste overleggen met supporters die meerdere keren per jaar plaatsvinden. Feyenoord gebruikt die overleggen om naar de meningen, ideeën en wensen van supporters te luisteren. Het balanceren en verbinden van de sportieve en bedrijfseconomische belangen op de korte en lange termijn zorgt bij een club van deze omvang uiteraard voor discussies, en gaat gepaard met tegengestelde meningen en bij tijd en wijle spanningen. Wanneer alle betrokkenen bereid zijn met respect, gezond fatsoen en oog voor het grotere clubbelang aan de toekomst van de club te werken, kunnen we de ambities binnen en buiten het veld samen verder gestalte geven.’

Er heerst angst bij Feyenoord, merken we tijdens ons onderzoek. Talloze mensen willen niet praten of alleen anoniem. Ook aan de top van de club heerst angst, merkte Paul van Dorst tijdens een gesprek met Feyenoord-directeur Mark Koevermans waarvoor de Rotterdamse vvd-wethouder Vincent Karremans, de opvolger van Bert Wijbenga, bemiddeld had. ‘Ik stelde voor om tijdens de Rotterdam Pride een filmpje te maken waarin supporters en oud-spelers zich uitspraken tegen homofobie. Want ik had wel op een steviger statement van Feyenoord gehoopt over het geweld tegen ons. De club achtte dit uit veiligheidsoverwegingen echter zeer onverstandig.’

Een paar weken later kondigde Koevermans zijn vertrek aan. ‘Hoofdreden van zijn vertrek is dat hij na een reeks van incidenten niet langer het gevoel heeft goed te kunnen functioneren en beslissingen te kunnen nemen, zonder zich af te vragen of dit impact zal hebben op de veiligheidssituatie van hem en zijn gezin’, staat er op de Feyenoord-site te lezen.

De rest van de directie en de raad van commissarissen blijven gewoon zitten. ‘Onbegrijpelijk’, vindt Marjan Olfers, bijzonder hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit. ‘Als protest hadden ook bijvoorbeeld de commissarissen moeten aftreden. Koevermans moet wijken voor terreur en dat is onacceptabel.’ Sportbestuurders zijn echter plucheklevers, weet ze uit eigen ervaring: ‘Het zijn vaak mannen die het zelf als voetballer niet zo ver konden schoppen, en nu zitten ze toch maar in de top van een bvo, een betaald-voetbalorganisatie. Ze gaan om met de sterspelers, maken de reisjes. Het is allemaal heel plat.’

De directeur afgetreden, de bouw van het nieuwe stadion afgeblazen, een nieuwe directeur treedt binnenkort aan. In een gezamenlijke verklaring dringen na het vertrek van Koevermans zeventien supportersclubs en -clubjes, waaronder rjk, fiiir en De Noordzijde en ondersteund door FSV De Feijenoorder, aan op een open gesprek en daadwerkelijke invloed van supporters in het beleid. In de lange brief wordt echter geen afstand genomen van het geweld. ‘Een levensgevaarlijke ontwikkeling’, vindt Olfers. ‘Deze lieden hebben gezien dat ze met terreur en geweld hun doel kunnen bereiken. Je moet nooit met ze in een onderhandelingspositie terechtkomen, want voor hen is het nooit genoeg, ze willen altijd méér, en kennen geen grenzen bij het behalen van hun doelen.’

Waar dat uiteindelijk toe kan leiden, is volgens Olfers te zien in Oost-Europa. Bij sommige clubs daar bieden hooligans tegen betaling ‘bescherming’ aan spelers aan, ze transfereren zelfs spelers naar andere clubs. ‘Totale anarchie.’

Tegen geweld en crimineel gedrag moet keihard worden opgetreden, vindt Olfers: ‘De politie heeft gezegd dat ze de daders van de aanslag op de Roze Kameraden in het vizier hebben. Ik zou zeggen: pak ze een weekje op, om te beginnen. Dan hebben ze wat uit te leggen aan hun baas. Leg stadionverboden op bij wangedrag en handhaaf ze ook. Dat kan ook strafrechtelijk.’

Een groot probleem is echter dat de besturen van bvo’s vaak vrij zwak zijn, weet Olfers: ‘Er worden vrij weinig eisen aan bestuurders gesteld, als ze wat geld aan de club geven zitten ze erin. Vaak vinden ze het belangrijk om goede maatjes met de harde kern te blijven. De governance in het betaald voetbal moet echt veel beter.’

Ook socioloog Ramon Spaaij is voor zero tolerance als het om geweld en terreur gaat. Tegelijkertijd ziet hij het ‘duivelse dilemma’ waarin voetbalbestuurders verkeren. ‘Je hebt als club de relaties en de dialoog met de fanatieke supporters nodig. Daar geloof ik heilig in. Als je alleen maar met gematigde supporters praat, dan weet je niet wat er speelt in de meer extreme kringen. Dat heb je ook nodig om een goede risico-inschatting te kunnen maken en te kunnen anticiperen. Maar het probleem is: afspraken met zo’n harde kern zijn erg fragiel en worden na jarenlang opbouwen van wederzijds vertrouwen en respect met een vingerknip verbroken.’

Nu wordt de club gegijzeld door de hooligans, vindt Van Dorst van de Roze Kameraden. ‘Ze vinden telkens weer een weg om aan tafel te zitten bij het bestuur van de club. De club heeft een structureel probleem met het criminele randje van de supportersschare.’

Maron Pots kijkt de ontwikkelingen in Rotterdam hoofdschuddend aan. Hij behoorde jarenlang tot de hooligangroep Midden-Noord, de beruchte harde kern van ADO Den Haag. Een vechtpartijtje schuwde hij zeker niet. Nu is hij bestuurslid van de Roze Règâhs, de ado-lhbti-supportersvereniging en de eerste ‘roze’ supportersvereniging in Nederland.

Het omslagpunt kwam voor veel fans toen Pots met een regenboogsjaal het stadion binnenkwam. ‘In eerste instantie kreeg ik nog wat kritiek’, vertelt hij. ‘Maar ik ben blijven praten met mensen, ze konden naar me toe komen als ze ergens moeite mee hadden.’ Toen hij ook een regenboogvlag ophing in het vak waarin hij zit, was de kritiek verstomd. ‘Je moet voor jezelf opkomen en staan waar je voor staat, ook al ga je er gezeik mee krijgen’, zegt hij.

Er is inmiddels veel bereikt, vindt Pots. De Roze Règâhs vormen een volwaardig onderdeel van de club. Hun regenboog ado-sjaal prijkt trots in het supportershome van de club. De homofobie in het stadion is een stuk afgenomen. ‘Er wordt minder met homo en kanker gescholden, daar ben ik erg blij mee. En we trekken het ook breder. Zo spreken we ons ook uit tegen discriminatie op kleur en op het gebruik van het scheldwoord kanker.’ Elke thuiswedstrijd staat hij nu tussen de Roze Règâhs. ‘Maar als m’n vrienden van de harde kern in een knokpartij belanden, vecht ik natuurlijk nog steeds met ze mee.’

Paul van Dorst heeft de hoop zeker nog niet opgegeven dat zijn Roze Kameraden een vergelijkbare ontwikkeling op gang kunnen brengen, vertelt hij eind november. ‘Maar ik had niet verwacht dat het verzet zo heftig zou zijn.’ De politie houdt hem goed op de hoogte van het onderzoek naar de aanslag op de sportschool. ‘Ze verwachten nog dit jaar mensen op te pakken.’

De angst is langzaam maar zeker gezakt. ‘Ik kijk op straat niet meer voortdurend om me heen, de hartkloppingen zijn weg als ik naar de sportschool fiets.’

Toch zijn de gezamenlijke activiteiten van de Roze Kameraden voorlopig even in de ijskast gezet. ‘Zelfs als we samen in een café naar een wedstrijd gaan kijken, kan onze veiligheid niet gegarandeerd worden, waarschuwde de politie.’ Wel heeft hij weer een wedstrijd in het stadion bezocht. ‘Niet in mijn eigen vak en met voortdurend drie of vier vrienden om me heen. We waren constant aan het opletten, op die manier is er geen lol aan. De praktijk is nu toch wel dat ik na twintig jaar mijn vaste vertrouwde plek in het stadion kwijt ben.’

Voor dit artikel werkten we samen met Joris Veerbeek, onderzoeker bij de Utrecht Data School (Universiteit Utrecht). Daarnaast is met diverse mensen binnen en buiten Feyenoord gesproken, vaak op basis van anonimiteit. Twee van de drie auteurs zijn van jongs af aan supporter van Feyenoord.