Imi Knoebel, Standing Painting J, 2020. Acryl op aluminium, 303,6 x 199,5 x 4,5 cm © Galerie Bärbel Grässlin, Frankfurt/Main

Het groene schilderij hier, een uit een serie, is een Standing Painting. De buigzame contour, bochtig als een plant, staat stil op de vloer tegen de muur. De onbeschrijflijke vorm is eigenaardig gefantaseerd, slank gesneden uit aluminium. Het oppervlak was buitengewoon strak. Daardoor lijkt de lijn van de omtrek des te scherper. Voordat de strakke vorm een grote versie in aluminium werd, had Imi Knoebel op hard papier, met de hand, eerst een model getekend. Dat papier was één vijfde van het aluminium. Dat was een maatverhouding waarbij de kunstenaar zich op z’n gemak voelde. Het groene schilderij is iets meer dan drie meter hoog. Het model werd dus op papier van zestig centimeter getekend. Dat was een overzichtelijk genoeg blad. Wat hij voor ogen had, was een ruim gesneden vorm van aluminium dat een ongekleurd schilderij zou worden. De contour van het aluminium, de expressie daarvan, moest strak en ook buigzaam zijn. Het was een enkele lijn die op dat vel papier in een handbeweging werd neergezet. Het mocht geen vlotte, loslopende, geschetste lijn zijn. De enkele lijn moest er vooral kantig uitzien. Zij moest strak onder spanning staan. Zo werd de contour een bondige samenvatting van een compacte vorm die overeind staat. Toen hij de lijn tekende op het vel papier, de beweging van zijn hand beheerst, had Knoebel tegelijkertijd zicht op hoe de vergroting van de figuur er in aluminium uit zou zien.

Normaal zijn schilderijen vormen die hangen. Gewoonlijk waren het figuratieve rechthoeken die evenwichtig in een omlijsting bijeen werden gehouden. Maar bij een staande vorm als dit StandingPainting werken spanning van lijn en vormgewicht op een eigenaardige manier. Eigenlijk moeten we, als we kijken, de volle vorm al voelen. We zien dan ook hoe de kantlijn van de vorm geleidelijk groeit. Er moet spanning bijeen gehouden worden. Als ik het schilderij bekijk, volg ik die spanning ook op de voet. Zo tekende Knoebel ook – langs het richtingverloop waarlangs ik kijk. Ik volg de figuur die door de contour wordt aangeduid.

Er zat gewiebel in het schilderij. Er omheen leek het te waaien

Het schilderij is iets meer dan drie meter hoog. Daarom kijk ik omhoog om de volledige gestalte te zien: gestalte van vorm, gestalte van kleur. Ik begin vanaf de basis waar, naar boven toe, het staan begint.

Omhoog kijk ik ook als ik lengte en hoogte wil volgen van een hoge boom tussen andere bomen in het bos. Knoebel, denk ik, begon die omtrek, die later roerig groen werd, helemaal links te tekenen aan de horizontale onderkant. Met een hoek begon daar de lijn omhoog te gaan. Het begon hem toen ook te dagen hoe breed de vorm zou worden. Wat ook kan is dat hij de breedte van de basis al eerder had vastgelegd. Op die manier begon de volle vorm met een vastgelegd stuk rechte lijn. Bijna was dan StandingPainting eerst als een gewoon rechthoekig schilderij begonnen. Optisch leek het zo. De basislijn was echter niet helemaal recht. Er zaten oneffenheden in. Van begin af aan zat er gewiebel in het schilderij. Er omheen leek het te waaien. Het was alsof de vorm groeide terwijl er nog aan getekend werd. De contour van de lijn kwam nergens echt tot rust. De spanning in de figuur was tegelijk bijzondere visuele energie. Alle lijnen waren tegelijkertijd strak en onbestemd en buigzaam en compact.

Ik bedoel dit: terwijl de kunstenaar voortging met tekenen, zag hij de vorm van een staand schilderij tegelijk ontstaan en vol worden. Dat ging geleidelijk. De vorm was pas compleet als heel de lijn, van begin tot eind, klaar was. Dat had Knoebel met zichzelf zo afgesproken. De enkele lijn begon dus vanuit de hoek helemaal links. Eerst kroop ze omhoog. Het ging langzaam maar trefzeker. Eerst glooide ze wat naar buiten. Toen, terwijl ze verder liep, boog de lijn ook iets naar binnen. Ze bleef met lichte verbuigingen zo verder naar boven bewegen. Toen kwam ze aan het eind van de gestage beweging omhoog. Daar maakte ze een scherpe, droge hoek. De lijn glijdt naar beneden en naar rechts. Iets voorbij het midden maakt ze een bocht naar boven, dan gaat ze naar rechts en komt bij de hoek waar de lijn naar beneden begint te lopen, geleidelijk en geruisloos als water. De lijn naar beneden lijkt eerst wat te bollen, wordt dan neerwaartser en stopt dan abrupt. De omtrek was nu klaar. Ik zie dat de lijn nergens helemaal strak is. Er zitten tastende bewegingen in van een voorzichtig handschrift. De vorm werd nu met kleur gevuld. Dat was de opzet. Het groen was soepel en vol vocht. De kwast met verf streek makkelijk heen en weer over het gladde aluminium. De streken groen lijken licht verweven zodat er ook nog veel licht in hangt. Wat ik zie is een staande vorm, van lijn, die volledig kleur wordt. De vorm vult zich met kleur – en gaat lijken op een gestalte, bijvoorbeeld, die wat met de heupen staat te wiegen. In de vorm zweeft het groen, maar met zijn gewicht lijkt het vooral te zakken. Naar beneden toe wordt het groen compact, de vorm wordt dikker, het schilderij staat.

PS: Werk was te zien in Frankfurt bijBärbelGrässlin,galerie-graesslin.de