De berechting van IS-strijders

Handen schudden op Koerdische grond

De Koerden zijn bereid om buitenlandse IS-strijders zelf te berechten. Dat zou hun statuur in de wereld vergroten, een van hun vurigste wensen. Alleen hebben de Koerden geen erkende staat en dus ook geen erkende rechtbanken.

Zelfgemaakte bomgordels gevonden bij IS-strijders een dag na de overname van Baghouz, Syrië door de SDF. 24 maart 2019 © Giuseppe Cacace / AFP / ANP

De Groene Live #24: IS-strijders na de val

24 februari 20:00, Pakhuis de Zwijger, Piet Heinkade 179

Het kalifaat is verslagen, maar wat moet er gebeuren met Europese IS-strijders? Hoe verhouden burgerschap, de rechtsstaat en mensenrechten zich tot elkaar in hun terugkeer?

Aanmelden

Details over de plannen van de Koerden in Syrië om gevangen genomen buitenlandse IS-strijders lokaal te berechten, zijn er nog niet. Behalve juridische vragen roept het ook politieke dilemma’s op. Waar zijn de Koerden eigenlijk echt op uit? Berechting of erkenning van hun autonomie? Wie erin duikt, kan niet anders concluderen dan: dat laatste.

Het is volgende maand een jaar geleden dat de Syrische Democratische Strijdkrachten (sdf) met hulp van de internationale coalitie bij het dorp Baghouz het laatste IS-bolwerk(je) in Syrië innamen. De jihadistische groep is allerminst verslagen, maar grondgebied hebben ze niet meer. Sindsdien houden de Koerden honderden buitenlandse mannen vast die tot de laatste snik vochten voor het kalifaat. Onder die mannen zijn volgens de aivdvijftien Nederlanders.

De berechting van de mannen – en een enkele vrouw die wordt verdacht van ernstige misdrijven – is een juridisch en politiek mijnenveld. Het liefst zouden de Koerden zien dat de strijders teruggaan naar huis en daar voor een rechter verschijnen. Nederland, en veel andere Europese landen, piekert er niet over. Een internationaal tribunaal lijkt ook geen haalbare kaart: te duur, te traag, te ingewikkeld. Dan maar lokaal, opperden de Koerden begin deze maand bij monde van Abdulkarim Omar, co-voorzitter van het bureau voor buitenlandse betrekkingen.

‘Het is een goeie mogelijkheid’, zegt Harmen van der Wilt, professor internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam. ‘De rechtsorde is immers dáár aangetast.’ Er moeten wel juridische problemen worden opgelost. Die hangen vooral samen met het feit dat de autonome regio die de Koerden al sinds 2012 uitbouwen geen erkende staat is, in juridische termen een ‘niet-statelijke actor’. Dat kan ertoe leiden dat een veroordeling niet internationaal wordt erkend, waardoor de veroordeelden elders nogmaals voor dezelfde feiten kunnen worden vervolgd.

‘Je zult dus een verdrag moeten sluiten’, zegt Van der Wilt, ‘maar dat is moeilijk met een niet-statelijke actor.’ Hij noemt artikel 68, lid 3 van het Wetboek van strafrecht, dat hernieuwde vervolging voor eenzelfde feit uitsluit, en zegt: ‘Je zou zo’n soort artikel aan het wetboek kunnen toevoegen, toegesneden op deze situatie. Maar ook dan geldt: wie zijn je gesprekspartners daar?’

Het is niet helemaal duidelijk wat de Koerdische autoriteiten in Noordoost-Syrië verwachten van de herkomstlanden van de buitenlandse IS-strijders, die in overbevolkte gevangenissen verblijven. Zonder specifiek te worden liet Omar weten: ‘Deze landen moeten ons assisteren in de logistiek, bij het bepalen van het van toepassing zijnde recht en bij het opzetten van de rechtbanken. We zullen dit in samenwerking doen.’

Het Rojava Information Centre, het communicatiebureau van de regio, laat weten dat Omar het plan voor lokale berechting te vroeg bekend heeft gemaakt. Dat de rechtbanken begin maart beginnen, zoals aangekondigd, is sowieso niet haalbaar, zegt het centrum. Waarschijnlijk komt er later in maart een officiële bekendmaking. Een woordvoerder van minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken laat weten dat gesprekken met de Koerdische autoriteiten ‘geen kwaad kunnen’, maar dat er ook ‘bezwaren zijn waar we geen compromissen op kunnen sluiten’.

Een cruciale vraag is welk recht van toepassing zal zijn, zegt Katharine Fortin, docent aan de Universiteit Utrecht gespecialiseerd in internationaal recht en niet-statelijke actoren. ‘Gewapende niet-statelijke groepen hebben wel vaker rechtbanken. Volgens internationale bepalingen kunnen de uitspraken van zo’n rechtbank alleen bindend zijn als de rechtspraak onafhankelijk en onpartijdig is en er wordt voldaan wordt aan “juridische garanties”. Het gaat dan bijvoorbeeld om het recht van de verdachte zich terdege voor te bereiden op het proces en om de aanname van onschuld.’

‘Ik zag processen van een kwartier, met dossiers van drie, vier kantjes’

Ook de Koerdische autoriteiten buigen zich over de vraag welk recht van toepassing is. Er bestaat immers geen misdaad zonder wet: ook een IS-strijder kan alleen worden vervolgd voor misdaden die expliciet strafbaar waren op het moment dat hij ze beging. Dat is bij rechtspraak van niet-statelijke organisaties nogal eens een probleem omdat zij de wetten van het land waarin ze opereren vaak niet erkennen. Bij de Koerden in Noordoost-Syrië, die altijd benadrukken zich niet te willen afscheiden van Syrië, is dat anders: in principe geldt de Syrische wet.

Het Rojava Information Centre laat weten: ‘Lokale IS-strijders worden vervolgd op basis van het Syrische recht, dat tot het beste van de regio behoort. Het is wel door ons aangepast, zodat het meer in lijn is met internationale mensenrechtenstandaarden. De doodstraf werd bijvoorbeeld afgeschaft zodra in 2012 de autonomie werd uitgeroepen en er is vrijheid van meningsuiting. We zijn die wetten nu aan het updaten en uitbreiden.’

Advocaat André Seebregts was vorig jaar juli in de autonome regio. Hij vertegenwoordigt een aantal Nederlandse strijders die er gevangen zitten en noemt het ‘ondenkbaar’ dat processen op korte termijn zouden kunnen beginnen. Tenminste, als het processen moeten zijn die eerlijk verlopen en die erkend worden. Seebregts: ‘Ik zag processen die niet langer duurden dan een kwartiertje, met dossiers van drie, vier kantjes. Er zijn geen rechters die beslissingen nemen over het voorarrest. Dat ging om lokale strijders, maar het geeft wel een indicatie van hoe ver ze zijn.’

De lijst vragen die Seebregts heeft is eindeloos. Zou hij daar zijn cliënten kunnen vertegenwoordigen? Komt er een mogelijkheid om onderzoekswensen in te dienen, zoals getuigenverhoren en dna-onderzoek? Wie zijn de rechters en hoe onafhankelijk zijn ze?

Daarbij zijn er ook zorgen over de voortrazende Syrische oorlog. De autonome regio mag dan al functioneren sinds 2012, de situatie is er allesbehalve stabiel. In oktober vorig jaar bezette Turkije een deel van het gebied. De Koerden riepen de hulp in van de Syrische president Assad om de grens met Turkije te verdedigen en de Turkse opmars te stoppen. Succesvol, vooralsnog, maar Assad maakt er geen geheim van héél Syrië weer onder zijn controle te willen brengen. Uit dikke rapporten van mensenrechtenorganisaties en de VN weten we wat zijn politie en geheime dienst in petto hebben voor gevangenen: verhoren en martelingen tot de dood erop volgt.

Een gunstiger scenario zal de politiek ongetwijfeld hoofdbrekens bezorgen. Nederlandse IS-strijders die hun straf in autonoom Noordoost-Syrië uitzitten en vrijkomen, hoe hou je die vervolgens in de gaten? Niet. Dat pleit voor berechting in Nederland, de optie die de voorkeur van Seebregts heeft. Politiek onhaalbaar: Nederland weigert zelfs de vrouwen en kinderen die in erbarmelijke omstandigheden in Koerdische kampen zitten terug te halen, laat staan de mannen die mogelijk zware misdrijven op hun geweten hebben en allicht plannen hebben om daar in Europa nog wat aan toe te voegen.

Ook de Koerden zelf staan berechting in Nederland in de weg. Zij willen per se dat buitenlandse onderdanen worden opgehaald door een vertegenwoordiger van de Nederlandse staat. Praktisch gezien hoeft dat niet. De Koerden kunnen Nederlandse IS-leden makkelijk begeleiden naar de grens met de Koerdische Autonome Regio in Irak, vanwaar ze begeleid kunnen doorreizen naar het Nederlands consulaat in Erbil, dat reispapieren en een vliegticket naar Nederland kan regelen. Dat de Koerden dat weigeren, is (ook) politiek. Toen Nederland in juni vorig jaar wél afreisde naar de regio in Noordoost-Syrië, om twee Nederlandse weeskinderen op te halen, lieten de Koerdische autoriteiten de overdracht vastleggen door hun eigen fotografen, waarna de beelden van officiële handdrukken via sociale media de wereld over gingen. Een vast ritueel bij officieel buitenlands bezoek. Het draagt bij aan de statuur van hun bestuur.

En daar is het de Koerden uiteindelijk óók om te doen. Als je wie dan ook in het gebied vraagt wat ze het hardst nodig hebben van de internationale gemeenschap, is het antwoord: erkenning. De ultieme vorm daarvan zou gebeiteld staan in een nieuwe Syrische grondwet. Punt is dat het Koerdische bestuur onder druk van Turkije geen plek aan tafel heeft bij welke onderhandelingen over de toekomst van Syrië dan ook.

Directe gesprekken tussen de Koerden en de Syrische regering in Damascus zijn er wel, al jaren. Die gaan over uiteenlopende zaken, van het op orde brengen van publieke diensten en infrastructuur tot het samenwerken op militair gebied, maar een echte deal blijft uit omdat Assad niet bereid is het autonome bestuur en de bijbehorende gewapende krachten te erkennen.

Daarom zetten de Koerden in op erkenning door de internationale gemeenschap, in welke vorm dan ook. Een internationaal IS-tribunaal op hun grondgebied zou wat dat betreft erg welkom zijn, maar het blijkt dat daar te veel juridische, organisatorische en politieke haken en ogen aan zitten om het op korte termijn van de grond te krijgen. Lokaal berechten, met juridisch dichtgetimmerde overeenkomsten met gevestigde staten en verankerd in officiële rechtssystemen elders op de wereld, is een mooi alternatief.

Hoewel nog onduidelijk is wat voor soort hulp de Koerdische autoriteiten precies willen van de herkomstlanden van IS-leden, is het voorstelbaar dat er op enig moment een Nederlandse vertegenwoordiging naar het gebied afreist, bijvoorbeeld voor het delen van expertise of het monitoren van de rechtsgang. Advocaat Seebregts is daar cynisch over: ‘Als je daar dan toch bent, kun je de verdachten net zo goed meenemen naar Nederland. Hét argument dat Nederland nu inzet is dat het niet veilig is om daar naartoe te gaan, en dat argument vervalt natuurlijk zodra je ter plaatse de lokale rechtsgang komt ondersteunen.’

En dan is er nog de blinde woede van de Turkse president Erdogan die Europese landen over zich zullen afroepen mochten ze overgaan tot wat voor erkenning dan ook van de Koerdische autonomie. Waar Europa dan traditiegetrouw weer voor buigt.

De wens van de Koerden om IS-strijders te straffen voor hun daden, is oprecht. Juridisch valt het best te organiseren, daarvoor biedt het internationale recht genoeg ruimte. Maar er is ook politieke wil voor nodig, en het is niet ondenkbaar dat het daaraan bij de herkomstlanden van de buitenlandse IS-leden ontbreekt. Waarmee de uitkomst weer hetzelfde zal zijn als bij alle andere oplossingen die tot nu toe werden afgeserveerd: vroeger of later komen die strijders vrij en heeft niemand er nog zicht op.