kunst: Hand Made

Handgemaakt

In 2011 toonde Museum Boijmans werk van Johan Thorn Prikker (1868- 1932) en Hella Jongerius (1963) naast elkaar in twee presentaties; Jongerius ging daar door voor ‘designer’ en Thorn voor ‘kunstenaar’, maar dan wel als kunstenaar die zich met ongeveer precies hetzelfde had beziggehouden als Jongerius.

Onbeantwoord bleef toen de vraag of dat onderscheid nog wel ergens op sloeg; in de tentoonstelling Hand Made pakt Boijmans het verschil nog eens bij de kop, nu met zo’n zeshonderd handgemaakte voorwerpen die ‘de complexiteit van het begrip ambacht’ illustreren. Een heel fijne tentoonstelling, aanstekelijk zelfs, omdat in de niet chronologische schikking van voorwerpen met vergelijkbare techniek een goed zicht op de continuïteit in die techniek mogelijk wordt, en op hoe verschillende makers door de eeuwen heen tot vergelijkbare uitwerkingen kwamen. Het materiaal stelt nu eenmaal zijn eisen; het prachtige serene theeservies van Hilde de Decker, van zilver en berkenbast, past in de klassieke zilvertraditie van Bennewitz (19de eeuw) of Eisenloeffel (20ste). De Tichelaar-potten van Jongerius staan familiair naast het kleurige majolica van het ‘Moriaanshooft’ uit de zeventiende eeuw en het plateel van Rozenburg. Er is natuurlijk tegenwoordig méér techniek dan vroeger – de gekleurde epoxy waarmee Sebastiaan Straatsma krankzinnige Chinese vazen fabriceert, of de techniek van het zandstralen, waarmee Benjamin Planitzer geweldige houten vazen maakt, daar is geen vergelijk voor. Toch is juist de continuïteit in benadering van materiaal aardig. De glamourboys van nu worden er een stuk gewoner van, en het biedt heel wat vergeten makers een mooie comeback. Jan Kriege (1884-1944), bijvoorbeeld, maker van een indrukwekkende vaas uit één plaat tombak, een legering van koper en zink, of de zeventiende-eeuwse bronsgieters Jan en zoon Dirk Ouderogge, makers van een elegant versierd kanonnetje op affuit.

Overbodig dat Boijmans dat alles giet in een groot verhaal over ‘hernieuwde interesse voor ambachten’ passend in de tijdgeest waarin ‘duurzaamheid en authenticiteit steeds meer aandacht krijgen’. ‘Zelf ambachtelijk bezig zijn’ zou samenhangen met een verlangen naar zingeving. ‘Vallen we niet te gemakkelijk terug in de bekende stereotypen?’ vraagt de tentoonstelling daarbij voorzichtig. Wel, dat is zo. Hand Made etaleert een roze visie op een soort kwaliteits-economie, terwijl juist de goedkope massaproducten van Blokker, H, Ikea en Hema de dienst uit­maken. Ambachtelijke authenticiteit een trend? In NRC Lux misschien, maar wie waren ook alweer de afnemers van Rana Plaza, die textielfabriek in Dhaka die vorig week instortte? Mango? C? ­Primark? Spijkerbroeken van 9,95 euro en driehonderd dode Bengalen, is de echte trend.

De waarde van ‘handgemaakt’ wordt al bijna tweehonderd jaar gekleurd door het wantrouwen jegens industriële productie, die aanvankelijk producten van matige kwaliteit opleverde en traditionele productiewijzen wegconcurreerde. De productie is verdwenen naar lage-lonenlanden, en dat vinden wij fijn, want daardoor zijn de producten van Nike, Apple, C en Ikea zo betaalbaar. Een ambachtelijke, kleine creatieve maakindustrie in eigen land met dure producten, daar is een niche-markt voor, en het is aardig dat die maakindustrie nu, nét voor ze uitsterven, de traditionele ambachten onderzoekt. Voor de designprofessie is dat interessant en het levert fraaie, interessante dingen op. De kapitaalkrachtige elite mag die vervolgens even hip en modern gaan vinden als hun welgestelde voorgangers, die hun salons lieten betimmeren door mannen als Berlage, De Bazel en Lauweriks – maar ’t blijft een niche.


Hand Made, Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, t/m 20 mei. boijmans.nl