FILM: Only God Forgives

Handgemeen

Overal in de films van Robert Bresson zijn beelden van handen, in Pickpocket (1959), maar ook al drie jaar eerder in A Man Escaped, vooral in een adembenemende scène waarin een ter dood veroordeelde Franse verzetsstrijder een begin maakt met zijn ontsnappingspoging uit een nazi-gevangenis.

Medium images

De hand, bleek en slank, zoekt naar een opening tussen de panelen van de houten deur, strelend, bijna erotisch. Het beeld wijst vooruit naar de pickpocket die in Bressons beroemdste film de lichamelijke grenzen van zijn slachtoffers binnendringt om met slanke vingers persoonlijke bezittingen te ontvreemden.

Handen. Instrumenten van bevrijding, liefkozing en seksueel plezier, maar ook van gevangenschap, geweld en dood. In de films van de Deens-Amerikaanse regisseur Nicolas Winding Refn zijn handen eveneens opvallend aanwezig in de visuele vertelling: die van de bokser in Bronson (2008), de naamloze strijder in Valhalla Rising (2009), Driver in Drive (2011) of Julian in het nieuwe Only God Forgives. In deze laatste film staan handen symbool voor inertie, machteloosheid of impotentie. Julian (Ryan Gosling) is geen vechter, maar de eigenaar van een Thaise boksschool. Sterker, vechten kan hij helemaal niet, zoals blijkt wanneer hij oog in oog komt te staan met een bizarre politieagent gespeeld door Vithaya Pansringarm. De agent, die slechts zijdelings bij zijn naam wordt genoemd – hij is ‘Wraakengel’ of ‘Chang’ –, verslaat hem met de minst mogelijke moeite. Aan zijn handen of vuisten heeft Julian niets. En de vraag hoe dat komt raakt de kern.

Julian staat onder druk van zijn moeder Jenna (Kristin Scott Thomas). Zij eist dat hij wraak neemt op de moordenaar van zijn broer Billy die na een ontmoeting met een prostituee in Bangkok op gruwelijke wijze om het leven is gebracht. De moord op Billy volgt na een onderzoek door Wraakengel/Chang. Een man met dode ogen, een man met een kind. En een gerechtsdienaar die naast zijn voorliefde voor snelrecht door ledematen af te hakken met een samoeraizwaard vooral ook graag mierzoete liefdesliederen in een karaokebar zingt terwijl collega’s glazig toekijken. Chang is meer een mythe dan een personage. Hij is het die de vader van het vermoorde meisje aanspreekt als die twijfelt om ‘zijn’ recht op wraak op te eisen. Sterker, Chang stelt dat wraaknemen een plicht is. En dat vindt moeder Jenna ook. Zo komen Jenna en Chang tegenover Julian te staan; de oedipale driehoek is een feit. De monstrueuze vader wijst de zoon de weg: wraak als levensles.

De metaforiek van handen beeldt de brutaliteit van wraak uit. Maar er is meer: in een waas van in roodkleurig neonlicht gehulde scènes lijken de handen van Julian vanuit het ik-perspectief naar voren te reiken, als het ware het verhaal in, mogelijk in dezelfde transcendentale stijl als die van Bresson. Net als bij Bresson die ooit zei: ‘Ik ben meer begaan met de speciale taal van cinema dan met het onderwerp van mijn films’, is stijl ook bij Refn alles. Waar Drive een elektronische jaren-tachtig_-feel_ heeft, ademt Only God Forgives de melancholie en de existentialistische sfeer van hard geweld die eigen zijn aan de Aziatische film.

Refns film laat je achter met de vraag: is het mogelijk om de strijd met God aan te binden? En: zoekt Julian juist naar iets om in te geloven, naar de mogelijkheid van verlossing (Bresson) en vindt hij deze dingen in vechten, in geweld, met andere woorden in het lichamelijke? Only God Forgives is een film om herhaaldelijk te zien, zoals alles eigenlijk in het ontluikende oeuvre van Nicolas Winding Refn.

Te zien vanaf 13 juni