Handschrift

Doordat Asger Jorn de lenigheid van de hand zijn gang liet gaan, kwam een landschappelijke fantasie tot stand van golvende en buigzame bewegingen - een statige wals van kleuren.

Altijd is er, als je naar een schilderij begint te kijken, iets wat het eerst opvalt. In Paysage au ciel sombre van Robert Zandvliet was dat een sliert oranje licht die met zachte warmte van achter donkere wolken te voorschijn komt. Soms zie je zo'n kleur in de lucht, bijvoorbeeld als in de late namiddag de zon begint onder te gaan en na een kort onweer de wolken weer openbreken en, vlak boven de horizon, dat licht onthullen. Eerder hadden de zwarte wolken zich samengepakt, door de wind beginnen ze weer uit elkaar te drijven. Omdat ook de lucht door de regen is schoongeveegd, is het licht helderder dan daarvoor. Voor een schilder die naar de natuur kijkt, kan het roerige spektakel van de lucht een meeslepend motief opleveren - zoals de loodgrijze lucht en de zwerm kraaien boven het goudgele korenveld in het beroemde late schilderij van Van Gogh uit juli 1890. Maar Zandvliet is een heel andere schilder. Natuurlijk kijkt ook hij, zoals elke schilder, om zich heen - en dus ook naar wolken in beweging en licht op drift. Dat blijkt uit de luchtige beweeglijkheid van vorm en kleur in zijn Paysage. Maar die verbeelding kwam op gang terwijl hij bezig was met het schilderen ervan en daarbij onafgebroken naar het schilderij bleef kijken.
Het idee voor dit landschap kwam (net als de titel) van een klein schilderij uit 1955 van Georges Braque. Daarin zien we een horizontale tweedeling tussen donkergrijze lucht en een donkergeel korenveld en over hoe de ongrijpbare straling van die twee warme kleuren daartussen op en neer deint. In het schilderij van Zandvliet is dat gegeven echter volledig opgelost in veel bredere ruimte - ook letterlijk: 450 cm breed terwijl de Braque, 65 cm breed, eerder een miniatuur is. Het ruime uitspansel wordt bij Zandvliet aangegeven door de beweging van dat oranje licht maar meer nog door, daaronder, een grijze zandkleurige baan (met donkere bovenrand) die over bijna de hele breedte van het doek zwaait. Die is ook dun en droog geschilderd, in mat tempera, met een brede kwast en in één gerekte beweging. Tussen het oranje en de zandkleurige baan ligt nog een passage met korte hoekige streken in wit gemengd met lichtblauw. Alles, kun je zien, is met de brede kwast geschilderd. Ook de strakke strook baksteenrode toetsen onderin, die lijkt op een aaneengeschakelde reeks driehoekjes. Die zijn daar neergezet over een baan dunner rood en geven een soort ritme in de vormbeweging. In de zwarte wolken (bovenin en dan rechts wegzakkend) zien we dezelfde manufactuur van korte, rechthoekige toetsen - maar dan verwarder in hun ritmiek en slingerend als een kartelige guirlande.
Het doek is met uiterste bedachtzaamheid geschilderd. De streken zijn, de ene na de andere, zo neergezet dat ze elkaar overal ruimte laten, bewegingsruimte. Ze zetten elkaar nergens vast. Omdat de verf zo dun is opgebracht (mat en droog als poeder) blijven de streken wonderbaarlijk transparant, ook waar de kleur het donkerst is. Tussen, bij wijze van spreken, de steenrode aarde en de kruiende, zwarte wolken wordt door de uitgestrekte banen lichtere kleur de ruimte letterlijk opengetrokken. De ruimte wordt een zacht, deinend licht. Dat komt doordat de korte verfstreken doorheen het hele schildergebeuren zo luchtig blijven. Net als dunne nevel lijken de verfstreken op drift - en op drift is daarom ook het kleurige licht.
Dit zijn allemaal effecten van zachte, strelende bewegingen van de kwast, met de hand uit de pols. De toon wordt gezet door de eigenzinnigheid van het handschrift: daarmee begint eigenlijk elk schilderij. Zoals bijvoorbeeld Asger Jorn in Im Flügelschlag der Schwäne dat landschap liet groeien uit een handschrift van trage, slepende penseelstreken van vloeiende olieverf. Omdat hij zo begon te schilderen, en de lenigheid van de hand zijn gang liet gaan, kwam deze landschappelijke fantasie tot stand van golvende en buigzame bewegingen - een statige wals van kleuren. Toch gaat het in dit schilderij van Jorn om ongeveer hetzelfde als waarom het Zandvliet te doen is: om het meeslepend ruimte geven aan kleuren van licht. Met zijn handschrift deint het licht, bijna roerloos. In het schilderij van Jorn lekt het druipend tussen de arabesken kleur als in de zomer, in een bos na een regenbui.

PS Het schilderij van Zandvliet hing op de Kunst-Rai en zal vanaf zaterdag 4 juni te zien zijn in Galerie Onrust in Amsterdam. Uiteindelijk zal de Asger Jorn, een meesterwerk, ook weer hangen in het Stedelijk Museum