Handschrift

Wie het ‘handschrift’ van Jean Brusselmans vergelijkt met dat van Robert Zandvliet ziet dat de eerste figuratief is en de laatste vooral abstract.

Altijd is er, bij het maken van dingen, sprake van een handschrift: het onverwisselbare, korte gekrabbel, bijvoorbeeld, waarmee we Rembrandt op papier zien denken en proberen, of anders het bijna driftige maar buigzame krassen van Van Gogh in zijn tekeningen. Maar ook fotografen hebben een handschrift dat in hun werk te zien is. Onder meer is het handschrift de manier waarop kunstenaars met de middelen van hun métier omgaan zodra ze die ter hand nemen, vrijwel instinctief – omdat die typische manier van doen te maken heeft met hun karakter. Maar behalve dat speelt bij het maken en vormgeven nog iets een rol. Honderd jaar geleden, toen zo ongeveer het expressionisme bezig was, hadden ze het in Duitsland over Formwollen – waarmee kort samengevat de grote vorm bedoeld werd die de kunstenaar aan zijn werkstukken wilde meegeven, die hij wilde uitdrukken. Dat Formwollen is dus zoiets als de geheimzinnige sturing van het handschrift.

Kortgeleden was ik in het oude atelier, in Güstrow bij Rostock, van de beeldhouwer Ernst Barlach en daar zag ik in wat daar nog was aan tekeningen en modellen hoe alles wat hij maakte begon met gebogen, zachte lijnen (houtskool, potlood). Met dat handschrift ontwierp hij vormen die altijd, net als de Aardappeleters van Van Gogh, donker en plomp waren en zonder opsmuk. Dat was ook zijn Formwollen geworden. Ons is dat nu te sentimenteel. In een schilderij van zijn iets jongere tijdgenoot Jean Brusselmans bijvoorbeeld, Le bain des vagabonds, zien we (wat Formwollen aangaat) hoe de schilder alle vormen nadrukkelijk compact heeft samengevat – elke vorm met een eigen, frêle omtreklijntje. De voorstelling is een imaginaire scène in Brussel, maar alle figuurlijke elementen zijn, zoals in al zulke werken van Brusselmans, zeker ergens waargenomen. Het kanaal waarin de jonge mannen zwemmen en duiken, van de smalle voetgangersbrug met de stijve gestalten. Verder is de ruimte als in een collage volgezet met Brusselse beeldfragmenten: huizen, de Sint Goedele, de toren van het stadhuis, de koepel van het Justitiepaleis. Uit de schoorsteen komt rook waarvan de bobbelige contour er zo bloemrijk uitziet als de voorbij drijvende wolken die daar in de lucht met elkaar rijmen. De schilder hield instinctief van zulke vormen. Hij maakte die vormen, zoals hier de rook en de wolken, dan plat als ornamenten. Brusselmans schilderde zijn ingehouden figuratieve schilderijen in de tijd dat de abstractie de kunst beroerde en bezighield. Door vormen zo strak in hun omtrek te klemmen (ook de baders) kon hij ze beter in elkaar plakken. Zo ontstond een beeld dat formeel lijkt op een tapijt.

Zonder titel van Robert Zandvliet wordt in het gewone gebruik ook wel aangeduid als duingezicht. De opbouw ervan, met die brede, hoekige streken van de kwast, is horizontaal. De enkele kleuren zijn ongemeen helder – vooral omdat ze her en der omgeven zijn door wit waardoor ze nog lichter lijken. Het stralende midden in deze heldere scène is de lichtblauwe driehoek van water, of anders is het een plotselinge opening van stralend blauw in witte wolken. Een soort duingezicht dus. Elke keer als ik iets over Zandvliet schrijf, aarzel ik hoe figuratief zijn schilderijen zijn. Bij het kijken raak ik in de war. Brusselmans is figuratief, maar de abstractie die in zijn kop ook rondspookt maakt dat de vormgeving van zijn waarnemingen een eigenaardige, stugge vormelijkheid heeft. Intussen is Zandvliet in zijn methode een voornamelijk abstracte schilder. Wat hij verwerkt is natuur. Uit die artistieke praktijk is ook zijn kloeke en soepele handschrift gegroeid dat vaak de ruimtelijke breedvoerigheid heeft van de landschapsschilder. Het zit vol abstracte dubbelzinnigheden die meeslepend zijn als een spektakel. Omdat bij Zandvliet zijn Formwollen dus de kant van het landschap op ging, kreeg ook zijn handschrift de breedte en de weidsheid die daarbij hoort – omdat de dynamiek van dat breed aangelegde handschrift van nature ruimte zoekt om zich te vertonen. Van de gemoedelijke verteller Brusselmans, die in een compositie figuren onder controle moest houden, is het handschrift stevig en parmantig.


PS. Nieuwe werken van Zandvliet zijn nu te zien in het Haags Gemeentemuseum