Handtekening

Het zesde Internationaal Theaterschool Festival, nog tot eind deze week in de Amsterdamse Nes, wordt opvallend goed bezocht en heeft aan levendigheid gewonnen door de discussies over de voorstellingen.

De openingsproduktie, Things as They Stand Now door de Academy of Dramatic Art uit Zagreb, maakte meteen veel tongen los. De zes Kroatische acteurs zijn op basis van improvisaties gaan zoeken naar verbeeldingen van een volk in oorlog. Mede op grond van een televisiedocumentaire over het maken van de produktie waren de verwachtingen hooggespannen. Maar de voorstelling viel tegen. Loodzware symboliek, geen spoor van relativering, er had best een vondstje of tien mogen sneven. Met die vuile oorlog in de buik van Europa werd eerder gekoketteerd dan dat er iets over werd verteld.
De discussies over afstudeerprodukties van toneelscholen gaan ook dit jaar meestal over de ambivalente verhouding tussen de mate waarin voorstellingen ambachtelijk goed in elkaar zitten en de graad van brutaliteit en eigenzinnigheid, zeg maar deftig: de handtekening van een kunstenaar.
De produkties van de relatief nieuwe spelersopleiding in Utrecht en die van de Toneelschool in Arnhem boden een scherp zicht op dit dilemma.
Uit Utrecht kwamen Izaira Kersten en Carolien Zimmermann De meiden van Jean Genet spelen, in een produktie die Les Girls heet. Genets stuk over twee dienstmeiden en hun ‘mevrouw’ is ongeveer de meest platgespeelde toneeltekst van deze eeuw, zowel in de beroepspraktijk als op toneelscholen. Je moet wel van goeden huize komen om er iets verrassends van te bakken.
De twee meiden schrapten de rol van de mevrouw - en nog veel meer - kozen Titus Muizelaar als coach, beul en geweten en lieten zich door hem even ongenadig fileren als zij de tekst van Genet hadden gefileerd. Kersten en Zimmermann zijn zeker geen briljante speelsters. Het eerste deel van het stuk, waarin de spelletjes binnen het spel over elkaar heen tuimelen, hebben ze erg veel buitenkant nodig. Maar als het gedaan is met het spel, als het menens wordt en de dood nadert, wordt hun vertoning keelsnoerend mooi.
Enerverend was ook Zeven koningen van de Toneelschool Arnhem, waarin de zeven afstudeerstudenten de zeven koningsdrama’s van Shakespeare doorkruisen onder leiding van de Vlaamse regisseurs Waas Gramser en Kris van Trier. Dat moet een meeslepende maar ook uitputtende klus zijn geweest: in totaal tien toneelteksten op 340 dichtbedrukte pagina’s over negentig jaar Engelse geschiedenis, goed voor een slordige veertig uur toneel.
De kids hebben zich er manmoedig doorheen geslagen. In de eerste helft veel strategie en gekonkel, dus veel scenes uit Richard III. In het midden slagvelden, burgeroorlog. Daarna deuren open en allemaal een glaasje wijn. En dan de inkeer: wat heeft het ons opgeleverd? Dus veel scenes uit het tweede deel van Richard II, de troonsafstand, het doodsverlangen, het spel dat de afgezette monarch met zichzelf speelt, en natuurlijk de beroemde monoloog over de 'holle kroon’.
De spetterende collage zette mij wel aan het denken: is de graad van brutaliteit hier niet de eigenheid van deze jonge acteurs aan het verdringen? Feit is dat ik van deze Zeven koningen enorm heb genoten. Misschien een ideetje voor het festival (On)terecht (on)opgemerkt dat in september in de Nes is te zien?