Almost the smoking gun

Hangen bij Saddam (II)

In The Guardian schreef kunstcriticus Jonathan Jones op verontwaardigde toon over de in de paleizen van Saddam Hoessein aangetroffen magisch-realistische schilderijen. Hij noemt ze: «Almost the smoking gun». Ze vormen hét bewijs van de verdorvenheid en het geestelijk defect van de dictator. «Hysterische esthetiek en geërotiseerd geweld, waarvoor we geen beter woord hebben dan fascisme», aldus Jones.

De schilderijen waren wereldnieuws. In bijna alle kranten werden ze getoond. Maar zelden met uitgebreid commentaar. De beelden zeiden genoeg, net als de gouden kranen en kratten whisky. Waar die twee laatste voor staan is helder, maar wat vertellen die schilderijen eigenlijk over hun eigenaar, anders dan dat ze getuigen van slechte smaak?

Hij is niet alleen een schurk, maar een kitscherige schurk. Het werd niet uitgesproken, maar de brede aandacht voor deze vondst toonde aan dat de vraag wel degelijk leefde: waar zijn de tijden gebleven dat alleenheersers na een dag van regeren met ijzeren hand troost en verklaring zochten bij Bach, Shakespeare of Nietzsche? Die schijnbare verkniptheid heeft de afgelopen zestig jaar onder psychologen zo veel discussie opgeroepen dat zij van de weeromstuit archetypisch is geworden. Nu echter wordt de menskunde geconfronteerd met een zo mogelijk nog groter en gruwelijker raadsel: de volstrekt eendimensionale persoonlijkheid van de hedendaagse dictator. Een cultuurloze sadist die zich na een lange dag van gewetenloze machtsuitoefening niet ontspant met Wagner, maar computerspelletjes speelt of zich vergaapt aan kitsch.

Hoewel deze vondst, anders dan Jones suggereert, in principe niets bewijst over de geestes gesteldheid van Saddam Hoessein, roept hij sterke associaties op. De schilderijen verbeelden een wereld van krachten en vooral De Kracht, maar zonder duidelijke wetten. Deze niet zelden postapocalyptische wereld wordt bevolkt door eenzame strijders die door het lot veroordeeld zijn tot hun gewelddadige rol in dit theater. Wat heeft Hoessein herkend in deze noodlotskunst? Met welke krachten binnen de magisch-realistische perceptie zou hij zich hebben geïdentificeerd? Herkende hij, bedenker van de Moeder aller Leuzen, zichzelf in de krachten van het Kwaad? Was zijn paranoia zo compleet dat hij voor zichzelf een bepalende rol in de vorming van de toekomst zag?

In de ontwikkeling van deze gedachte is hij door de buitenwereld in ieder geval niet geremd. Want ook Hoesseins tegenstrevers maken graag gebruik van magisch-apocalyptische symboliek. De veelbesproken «As van het Kwaad» verwijst weliswaar officieel naar de Tweede Wereldoorlog, maar lijkt toch eerder geleend uit een scenario van Star Wars of The Lord of the Rings.

Schurkenstaten, Heilige Oorlog, Evil Empire, New World Order — de schilderijen van Hoessein zijn slechts een detail. Het buitenlands beleid van alle hoofdrolspelers lijkt stevig in de greep van een magische Realpolitik. Een politiek die de wereld niet verdeelt in verschillende systemen maar in sferen van goed en kwaad. Een politiek die niet gemotiveerd wordt door idealen en beginsels, maar door als zodanig opgedirkte fantasy en sciencefiction. De hedendaagse politiek analist is derhalve nergens zonder ten minste enige kennis van beide genres.