Emeritus hoogleraar wijsbegeerte, Universiteit Twente

Hans Achterhuis

De Wereld als markt en strijd

Als ik er het goede woord voor zou kunnen vinden, als ik over een passend en herkenbaar concept zonder al te veel ongewenste connotaties zou kunnen beschikken om een probleemdiagnose te ontwikkelen, zou het vraagstuk al deels zijn opgelost. Zowel het meest dringende als het meest onderschatte maatschappelijke probleem zou dan duidelijk omschreven kunnen worden.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw toen ik in de omgeving van de radicale derde wereldfilosoof Ivan Illich vertoefde, dacht ik het wel te weten. Ik maakte een onderscheid tussen autonome en heteronome productiewijzen, tussen de dingen die mensen gezamenlijk vanuit eigen macht deden en ontwikkelden en de zaken die hun als consumenten, cliënten en patiënten werden aangeboden. Wanneer het evenwicht tussen deze twee productiewijzen doorbroken werd ten gunste van de heteronomie, doemden de problemen op: onderontwikkeling in de derde wereld, passiviteit en afhankelijkheid van professionele bureaucratische organisaties in de rijke landen. Ik was ervan overtuigd dat de strijd voor autonomie, die op verschillende wijzen wereldwijd gevoerd werd, uitzicht bood op een andere, betere toekomst.

Die overtuiging ben ik kwijt geraakt. Op een herdenkingsbijeenkomst van Illich (hij overleed in 2002) bekende Wolfgang Sachs, een Duitse vriend en medestander, dat het Illicheaanse model niet meer op de wereldsituatie paste. Het grootste deel van de bevolking uit de derde wereld, met China voorop, streeft er vooral naar om ons westerse consumptiepatroon zo snel mogelijk te bereiken. Van een breed gedragen verzet ertegen is nauwelijks meer sprake.

Wat mij betreft is het probleem er daarom niet minder op geworden en is de aard ervan ook niet beslissend veranderd. Integendeel. Maar hoe het op een aansprekende en herkenbare manier te benoemen, zodat je er greep op krijgt? Consumentisme en vermarkting zijn de grote begrippen die er nog het meest dichtbij komen. Maar beide hebben zoveel cultuurpessimistische connotaties dat ik aarzel ze te gebruiken. Ik schaar mij liever niet bij de talrijke ondergangsprofeten.

Toch worden wij wereldwijd meer en meer consumenten in plaats van politiek betrokken burgers, toch gaan marktrelaties onze hele levenssfeer steeds dwingender bepalen, toch krijgen onze onderlinge relaties veel van concurrentieverhoudingen. De ongetwijfeld cynische Michel Houellebecq overdrijft nauwelijks als hij ons hedendaagse bestaan schildert als ‘De wereld als markt en strijd’.

Van deze algemene probleemdiagnose zijn gemakkelijk de harde en concrete grote maatschappelijke vraagstukken af te leiden. De geopolitieke consequenties zijn bijvoorbeeld al redelijk duidelijk zichtbaar. De strijd om schaarse grondstoffen waar wij als consumenten niet buiten kunnen, laat ons al deels naar de pijpen dansen van de landen en bedrijven die hierover beschikken: China, Rusland, de energiemultinationals. De gevolgen voor natuur en milieu tekenen zich ook al af. We lijken bijvoorbeeld de natuur alleen nog te kunnen redden door er een product op de markt van te maken.

Zo is de mode van het duurzaam toerisme één van de innerlijk tegenstrijdige pogingen om de kwetsbare natuur in derde wereldlanden tegen onze overdadige levensstijl te beschermen.

Nu al loopt de behoefte voor grote groepen mensen om in onze eindige wereld steeds meer te consumeren, vast. Voor het afreageren van hun gefrustreerde verwachtingen zoeken en vinden zij zondebokken. In ons land zijn dat vooral de moslims. Maar het lijkt mij onjuist om het maatschappelijke probleem dat zich hier aftekent als een integratie-, laat staan een godsdienstvraagstuk te benoemen. De maatschappelijke onvrede erachter lijkt mij reëel, maar ze heeft niet allereerst met religie te maken. Op deze manier geformuleerd, hebben we hier met een zwaar overschat probleem te maken.

Benoem ik het als filosoof beter met mijn stamelende concepten? Misschien is de taal van de romanschrijver -ik noemde Houellebecq al - overtuigender. In 'Vrijheid’ van Jonathan Franzen is het titelbegrip voor de hoofdpersonen versmald tot de consumptievrijheid van losse individuen. Het huwelijk en relaties, de binnenlandse en buitenlandse politiek, de strijd voor natuurbehoud, de muziek en het onderwijs zijn alle doordrongen van het soort keuzevrijheid dat bij een consument op de markt past. De wereld wordt zo uiteindelijk onleefbaar. Want de onverwachte happy ending voor de Amerikaanse familie uit de roman lijkt er voor de wereldbevolking niet in te zitten.


Bekijk ook de website van Hans Achterhuis of lees de artikelen die hij eerder publiceerde inDe Groene Amsterdammer