Hans dagelet vader van tatum dagelet

‘Ik wilde priester worden, want ik hou van rituelen… Of het leger in, vanwege schieten, lawaai, macht… Of piloot, want dat zijn hoogvliegers.

Mijn vader was leraar. Op school hielden de paters me vreselijk in de gaten. Ik koos voor toneelspeler, een zondig beroep, uit pure recalcitrantie.
De roem kwam vrij snel. Ik speelde Kees de Jongen, een artistieke voorstelling en toch te begrijpen. Het werd een hype. Daarna werd Stille kracht een kraker op tv. Dankzij maar twee netten en weinig keus, werd ik wereldberoemd in Nederland.
Roem heeft een prettige kant: je wordt in winkels als eerste geholpen, je hebt genoeg geld om af te rekenen en iedereen is vriendelijk tegen je. Het nadeel is dat je niet meer weet wie je vrienden zijn. Soms wordt roem bedreigend: dan zitten bladen als Weekend en Story achter je aan. Gelukkig heb ik daar geen last van. Maar ik ben ook niet écht bekend, geen nationaal bezit, zoals mijn dochter dat is.
Tatum is nu al bekender dan ik ooit ben geweest. Maar jaloers ben ik niet. Nee. Ik ben trots. Ze is zelf naar een omroep gestapt, heeft het allemaal zelf bedacht, zelf gedaan. Dat het gelukt is, is heel knap. Ik hou niet van haar programma, de items zeggen mij niks, maar een enkele keer dat ik kijk zit er altijd iets in waar ik om moet lachen.
Doorgaans vind ik televisie misselijkmakend. Seks, sensatie, geweld, clichés. Voor spiritualiteit is geen plek. Mijn dochter doet hieraan mee. Maar ze schopt er ook tegenaan. Als ze een soap zou doen, zou ik dat veel erger vinden. Ik ben laatst voor Goudkust gevraagd. Het script: geld, ruzie, afgunst, vreemdgaan. Ik wil acteren voor een lach én voor een traan. In stukken die uitzicht bieden, hoop geven, het leven recht doen. Zoals in het stuk dat ik nu speel, De Dresser. Op televisie zie je zelden de aangename kant van de mens, het lieve, het zachte. Alsof we de rottige kant niet vanzelf kennen.
Laatst werd Tatums auto ondergekrast met “kutwijf” en “bitch”. Fans kwamen onuitgenodigd in haar huis! Heel eng vind ik dat. Maar ik zie hoe ze omgaat met succes en maak me dan minder zorgen. Geef hooguit kleine adviezen zoals: neem een geheim nummer, dat ze je niet bellen van: kus me, lekker wijf.
Soms is ze down. Iedereen wil wat van haar, ze moet maar presteren. Dan zeg ik: meisje, gooi niet al je geld over de boeg. Als het ophoudt, heb je tenminste nog wat voor later.’