28 februari 1943 - 9 mei 2010

Hans Dijkstal

Hans Dijkstal gebruikte liever geen grote woorden. Maar hij kon niet anders toen hij zag wat er gebeurde in zijn eigen VVD, de partij die voor hem moest staan voor vrijheid én sociale verbondenheid.

Twee maanden na de dood van die andere man die zestien jaar geleden het eerste paarse kabinet mede mogelijk maakte, Hans van Mierlo van d66, overleed zondag ook de vvd'er Hans Dijkstal, na al enige tijd ziek te zijn geweest. De liberaal Dijkstal was destijds een voorstander van samenwerking met de pvda en zo hielp hij eraan mee dat in 1994 voor het eerst sinds 1918 een kabinet aantrad zonder dat een confessionele partij deel uitmaakte van de regering.
Na de acht woelige politieke jaren sinds 2002 maakt dit historische gegeven misschien niet zo veel indruk meer, maar het was destijds bijzonder. En een klap voor het cda. Dat had erop gegokt dat een dergelijke samenwerking tussen liberalen en sociaal-democraten nooit tot stand zou komen, ook al adviseerde het cda de koningin toen wel eerst maar eens een coalitie van pvda, vvd en d66 uit te proberen.
Het leek er ook even op dat zo'n paarse samenwerking niks zou worden, omdat de partijleiders Wim Kok (pvda) en Frits Bolkestein (vvd) tijdens die formatie flink botsten. Maar mede dankzij het oliemannetje, zoals Dijkstals bijnaam luidde, kon het toch. Waarop het cda zich voor het eerst in zijn bestaan terug moest trekken in de oppositiebankjes om daar zijn wonden te likken en van de schrik te bekomen. Als het de christen-democraten nu, na de verkiezingen van 9 juni, weer zou overkomen, komt de klap niet meer zo hard aan, herinnerde een cda'er onlangs nog eens aan die tijd.
Maar diezelfde Dijkstal die toen door zijn inzet voor de paarse samenwerking en zijn gave om mensen voor zich in te nemen de juiste man was voor het vice-premierschap, werd acht jaar later door zijn partij eruit gedonderd. Althans, zo heeft hij dat zelf ervaren, toen hij in 2002 als partijleider moest opstappen. Bij de verkiezingen in dat jaar had hij als lijsttrekker van de vvd een verlies van veertien Kamerzetels moeten incasseren. Hem werd verweten dat hij onvoldoende de opkomst van de lpf van de in dat jaar doodgeschoten Pim Fortuyn had weten te pareren. Misschien dat het voor Dijkstal een schrale troost is geweest dat toen ook de pvda'er Ad Melkert het veld moest ruimen. Zij waren de twee mannen die als boegbeelden van hun partijen verantwoordelijk werden gehouden voor de ‘Puinhoop van Paars’, zoals Fortuyn hun nalatenschap omschreef.
Dat einde van zijn politieke loopbaan ligt echter nog ver in het verschiet als Dijkstal op 1 december 2000 te gast is bij het televisieprogramma Barend en Van Dorp. Dat blijkt uit het spelletje dat de twee presentatoren met hem spelen. Wat is de vraag bij het volgende antwoord: 'Als we in 2002 de grootste partij zijn, lijkt me dat niet meer dan logisch.’ Het zou Dijkstals eigen antwoord hebben moeten zijn op de vraag of hij vindt dat hij in 2002 premier moet worden.
In die uitzending zit veel van wat kenmerkend is voor de vvd-politicus. Op een omschrijving van zijn persoonlijkheid reageert hij laconiek: 'Een ontzettend leuke man, hij speelt prachtig saxofoon, hij is vriendelijk, hij is een graag geziene gast op party’s, hij geeft schouderklopjes, maar meer is het niet.’ Ze krijgen hem er niet mee op de kast: 'Dan ben ik al een heel eind.’ Maar daar voegt Dijkstal wel aan toe dat hij hoopt dat als mensen hem horen praten over sociale verbondenheid, ze zullen zeggen: dat is interessant. Dat hij uitgerekend het onderwerp sociale verbondenheid noemt is geen toeval.
Maar wat Dijkstal vooral typeert, is wat daarna komt, als Barend en Van Dorp hem voorleggen dat SP-Kamerlid Agnes Kant kwaad op hem is, omdat hij heeft gezegd dat we in Nederland het begrip armoede niet kennen. Rustig legt Dijkstal uit dat hij voor armoede het internationale criterium hanteert, het moeten leven van twee dollar per dag of minder. Hij geeft toe dat het sociale minimum in Nederland geen vetpot is, je mag het van hem zelfs armoede noemen, maar dan wel graag met de door hem gemaakte relativering. 'Ik weiger alles maar onder grote noemers te zetten en elkaar daarmee gek te maken.’
Wat er daarna in de Nederlandse politiek gebeurde, was hem dan ook een gruwel. Tijdens de verkiezingscampagne van 2002 noemde Dijkstal in een interview de boze burgers die achter Fortuyn aanliepen verwende diva’s: 'Ze vinden dat de overheid zich niet met hen mag bemoeien, maar geven de overheid wel de schuld van alles wat fout gaat.’
Maar toen na die verkiezingen politieke partijen, ook zijn eigen vvd, volgens hem hun oren lieten hangen naar die boze burgers werd het hem echt te gortig. De man die zo wars was van grote noemers ging ze ineens zelf gebruiken.
Toen Rita Verdonk als vvd-minister voor Integratie in het kabinet-Balkenende II vignetten wilde gaan uitdelen voor de mate van integratie van allochtonen zei Dijkstal dat dit verdacht veel op jodensterren begon te lijken. Hij noemde vvd-fractievoorzitter Jozias van Aartsen 'il capo’. Hij verweet partijgenoot Geert Wilders diens houding tegenover buitenlanders, en zijn partij dat ze meeging in de toon die Wilders zette. Het was alsof Dijkstal, toen het hek eenmaal van de dam was en het een trend was geworden om te zeggen wat je denkt, wilde laten zien waar burgers én politici mee bezig waren, welke gevaren er dreigen als je een loopje neemt met de grondwet en de vrijheid van godsdienst en meningsuiting, en je mensen wegzet omdat ze in het buitenland zijn geboren. Maar zijn grote woorden waren ook groot omdat hij tot in het diepst van zijn overtuiging gekrenkt was door wat er gebeurde in zijn eigen vvd, de partij die voor hem moest staan voor vrijheid én sociale verbondenheid.