Hans hoogervorst

‘ER IS IN dit land haast geen politicus die van zichzelf durft te zeggen dat hij rechts is. Ik dus wel’, zei Hans Hoogervorst toen hij nog niet zo lang voor de VVD in de Tweede Kamer zat. Als staatssecretaris van Sociale Zaken, belast met de sociale zekerheid, had het ‘rechtse keffertje’, zoals PvdA-politici hem de afgelopen jaren plachten te noemen, vorige week zijn eerste belangrijke optreden. Hij lanceerde een Plan van Aanpak voor de WAO die, nu het na een paar voorspoedige jaren economisch even iets minder voor de wind gaat, tot ieders grote verbazing opeens weer vol blijkt te zijn. Om mensen uit de arbeidsongeschiktheidswet te krijgen moeten er niet alleen méér maar ook betere medische keuringen komen, vooral voor mensen met psychische klachten, verkondigde de staatssecretaris afgelopen vrijdag. Ook zal een groot aantal ‘Arbo-convenanten’ moeten worden afgesloten in bedrijfstakken met een verhoogd risico op arbeidsongeschiktheid; er komen afspraken voor het verminderen van de werkdruk, regeltjes voor het tillen van zware spullen, geluidsnormen en preventiemaatregelen voor RSI.

Het Plan van Aanpak van de staatssecretaris wordt in de Kamer breed gedragen, maar zijn eigen partij, in een poging het onder Bolkestein zo succesvolle dualisme nieuw leven in te blazen, heeft er moeite mee. Hoogervorsts voorstellen zijn ‘niet ambitieus genoeg’, heet het. 16.000 WAO'ers minder in het jaar 2002 is veel te weinig. Snoeien! zegt kamerlid Wilders van Hoogervorsts eigen VVD. Ook fractievoorzitter Dijkstal heeft zijn ongezouten kritiek op het plan al openbaar gemaakt. Zit Hoogervorst misschien in de mangel van het PvdA-ministerie van Sociale Zaken? HANS HOOGERVORST (1956) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en Internationale Betrekkingen in Washington. Na een dienstverband bij de National Bank of Washington keerde hij in 1986 terug in Nederland. Kennelijk gehard door de financiële wereld of door de Amerikaanse samenleving in het algemeen, sloot hij zich aan bij de VVD. Voor zijn vertrek naar het buitenland, in 1977, was hij uit medelijden met de zogeheten 'overwinningsnederlaag’ van Den Uyl nog lid geworden van de Partij van de Arbeid. In Nederland werd Hoogervorst op het ministerie van Financiën beleidsmedewerker. In de economenwereld die hij daar aantrof, was het voor de historicus moeilijk zich staande te houden, en twee jaar later vertrok hij alweer. Hij begon zijn snelle carrière binnen de VVD. Hoogervorst werd medewerker van de Tweede-Kamerfractie en redacteur van Liberaal Reveil, het blad van de Teldersstichting, het wetenschappelijk instituut van de VVD. Onder eigen naam publiceerde hij niet veel. Wél onder pseudoniem. Mr. drs. F. Bolkestein heette hij dan. Want Hoogervorst was inmiddels een van de belangrijkste vertrouwelingen en ghostwriters van de VVD-leider geworden. Vrij Nederland beschreef de selfmade econoom al eens fijntjes als Bolkesteins 'voornaamste praatpaal’ wanneer het ging om teksten 'over laag-bij-de-grondse zaken als het financieringstekort, de belastingdruk en de koopkrachtplaatjes’. Met gevoel voor politieke retoriek en niet vies van een paar stevige, weinig genuanceerde oneliners kon Hoogervorst zich onder het pseudoniem van zijn invloedrijke leermeester eens flink uitleven. Over het kabinet-Lubbers/Kok verkondigde Frits Bolkestein als oppositieleider: ze regeren nu negen maanden en het geld is op. Hoogervorst over deze krasse uitspraak in Vrij Nederland: 'Voor zulke bon mots heb ik gezorgd. Frits heeft daar veel gebruik van gemaakt. Frits neemt mijn suggesties niet klakkeloos over. Maar ik weet nu hoe ik in zijn geest moet schrijven. Ik kan zijn stijl dromen. Hij houdt van korte zinnen. Zonder overbodige opmerkingen. Soms wordt het daardoor onbehouwen. Maar dat ligt me wel.’ Het waren niet alleen financieel-economische onderwerpen waarbij Hoogervorst de partijleider souffleerde. Het mislukte VVD-leiderschap van Ed Nijpels, dat in het teken stond van de slagzin 'Gewoon jezelf kunnen zijn’, kreeg van Bolkestein bij diens aantreden als partijleider een trap na: 'Niemand heeft het recht gewoon zichzelf te zijn: iedereen heeft de plicht het buitengewone uit zichzelf te halen.’ Tekst: Hans Hoogervorst. HET RECHT 'gewoon zichzelf’ te zijn had Hoogervorst als schildknaap van de grote leider in ieder geval niet. Tot 1994 althans. Toen beloonde Bolkestein Hoogervorst voor de verrichte diensten met een verkiesbare plaats op de lijst voor de Tweede Kamer. Na krap een jaar, toen de weinig paarsgezinde Rudolf de Korte Den Haag liet voor wat het was en naar 'Europa’ verkaste, werd Hoogervorst geacht 'het buitengewone uit zichzelf te halen’. In het parlement werd hij De Korte’s opvolger als woordvoerder voor financiën en hij moest in die positie debatteren met de wél volleerde econoom, PvdA-collega Rick van der Ploeg. Intussen bleef Hoogervorst een van Bolkesteins belangrijkste vertrouwelingen en parttime leverancier van oneliners. De technische financieel-economische discussies tussen Van der Ploeg en Hoogervorst gingen ondertussen op zaterdagavond door bij het anarchistische Amsterdamse televisiestation Hoeksteen Live. Vrijwel iedere nachtelijke uitzending waren de twee, temidden van vele liters bier en donkergrijze hasjwolken, present. Tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen, nu een jaar geleden, arrangeerde Hoogervorst hoogstpersoonlijk in het achenebbisj studiootje aan het Rembrandtplein voor Hoeksteen een interview met partijleider Bolkestein. Iets wat concurrent Van der Ploeg met zíjn partijleider Kok ondanks diverse pogingen niet gedaan kreeg. Met het vertrek naar het kabinet van zowel Van der Ploeg als Hoogervorst is Hoeksteen Live overigens een trieste dood gestorven. Het programma moest het hebben van de provocerende uitspraken van Hoogervorst en Van der Ploeg. Staatssecretarissen zijn minder makkelijk te bewegen naar een dergelijk programma te komen dan kamerleden, zo bleek. Bovendien: staatssecretarissen kiezen meestal de nuance en daar is geen kijker in geïnteresseerd. IN EEN VAN de weinige artikelen die Hoogervorst op persoonlijke titel in Liberaal Reveil schreef, pleit hij voor het inperken van steun van de overheid aan belangengroeperingen. Het is toch van de gekke, schrijft hij, dat een club als Milieudefensie met geld van de overheid het handelen van diezelfde overheid saboteert! Overtuigd van het succes van de paarse inspanningen bij het indammen van de WAO-instroom schrijft Hoogervorst in 1997 tevreden: 'Door de rol van de sociale partners bij de uitvoering van de sociale zekerheid sterk in te perken is een einde gemaakt aan de belangenverstrengeling die zo schadelijk is geweest voor bijvoorbeeld de volume-ontwikkeling van de WAO.’ Toch moet ook de staatssecretaris weer om de tafel. Net zoals zijn voorgangers en partijgenoten Linschoten en De Grave dat deden. Om te voorkomen dat nieuwe mensen in de WAO belanden zal Hoogervorst gaan werken aan de Arbo-convenanten, waarover eerder in het regeerakkoord al afspraken werden gemaakt. Veertig maar liefst, zei hij vorige week in FNV-Magazine. Meer regeltjes, zoals de vakbeweging wil, hoeft de liberaal niet. Het gaat erom dat de regels die er al zijn ook daadwerkelijk worden nageleefd. Daarover zal hij contact opnemen met de werkgevers, beloofde hij de FNV-interviewer. 'Beter van onder gesteund dan van boven opgelegd’, is zijn - weinig opzienbarende - filosofie. Met pijn in het hart diende Hoogervorst in 1996 een motie in tegen een voorstel van partijgenoot-minister Zalm van Financiën. 'Fris dualisme’ vond Zalm dat toen. 'Hans op weg naar volwassenheid’, kopte NRC Handelsblad een dag later. Nu is de zaak omgekeerd: terwijl rechtse Hans uit linkse kring van alle kanten steun krijgt, vindt zijn eigen VVD dat hij niet ver genoeg gaat. '16.000 minder WAO-uitkeringen in 2002. Niet bepaald ambitieus. Een kabinet onder PvdA-leiding zou dat moeten weten’, zegt VVD-kamerlid Geert Wilders, refererend aan het WAO-drama van 1993. Binnen de PvdA is alom, ook in de Kamer, met waardering gereageerd op de plannen van Hoogervorst. Ze gaan ver genoeg voor de sociaal-democraten. Misschien dat Hans Hoogervorst zich daarom maar weer eens moet bezinnen op zijn partijkeuze. Hans niet ambitieus genoeg? Hans niet rechts genoeg!