Hans kraay sr.

Voetbalgoeroe Hans Kraay kan mooi praten, maar overal waar hij verschijnt, is het kwakkelen geblazen. Of hij nou tegen een bal trapt, tactische concepten bedenkt of commentaar geeft, zelden is het raak. Na dertig jaar blunderen heeft iedereen het eindelijk door, behalve bij Studio Sport.
‘NIETS IS SYMBOLISCHER voor het leven dan een krantebericht dat vandaag ontkent wat dezelfde krant gisteren beweerde’, schrijft de Portugese dichter Fernando Pessoa. Geen enkele journalist hoeft ‘s nachts liggen te woelen omdat de werkelijkheid bezig is zijn gisteren gepubliceerde these omver te schoppen. 'Bestaan is verloochenen. Wat ben je vandaag, nu je leeft, anders dan de verloochening van wat je gisteren was, de loochening da`t je gisteren was?’ Geen reden dus om de fles aan te spreken en zorgvuldig na te gaan waar je in je analyse gefaald hebt. Denk niet terug en leef volledig in het nu, adviseert Pessoa.

Tot welk een winderige bezigheid het journalistieke metier aldus ook wordt gereduceerd, het kan nog extremer. Sommige vakgenoten hoeven niet eens een nachtje wakker te liggen voor hun ongelijk ongenadig aan de deur klopt.
Op 3 april 1996 om 20.15 uur meldde ’s lands meest prominente voetbalcommentator Hans Kraay senior, gezeten in een riante draaistoel in de catacomben van het Olympisch Stadion en getooid met een sophisticated, randloze bril, dat de Griekse voetballers van Panathinaikos reeds ver voor de aftrap ‘zichtbaar onder de indruk waren’ van het almachtige Ajax. De voetbalgoeroe had angst bespeurd in de Griekse ogen en verbond daaraan de conclusie dat de Zuideuropeanen mentaal niet opgewassen waren tegen de Nederlanders. Dit, samen met het tactische surplus van de wereldkampioen, maakte dat het zijns inziens onomstotelijk vaststond dat de Amsterdammers de Griekse kampioen zouden verpulveren.
De heer Kraay herhaalde zijn standpunt om 21.15 uur, toen na een helft was gebleken dat de Grieken met onkarakteristieke koelbloedigheid de Ajax-aanvallen pareerden. 'Het kan niet anders of Ajax gaat scoren’, hield Kraay vol. 'Vroeg of laat gaat-ie d'r in.’ Rond 22.15 uur werd er inderdaad gescoord, maar in een voor Kraay verkeerd doel. Krysztof Warzycha, de Poolse spits van Panathinaikos, lepelde de bal over Ajax-doelman Van der Sar en bepaalde daarmee de einduitslag op 0-1.
Ondanks deze blunder, die bepaald niet zijn eerste was, zal niemand bij Studio Sport die avond overwogen hebben Kraay wegens verregaande miscalculatie uit zijn functie te ontheffen. En niet omdat ze de boeken van Pessoa hebben gelezen, maar gewoon, omdat Hans Kraay iemand is binnen de voetbalwereld. Zo iemand mag er faliekant naast zitten en de volgende dag, omgeven met hetzelfde decorum en aangesproken met hetzelfde respect ('Wat is jouw inschatting, Hans?’), opnieuw zijn losse flodders komen afvuren.
HOE WORD JE zo'n gerespecteerde voetbalgoeroe? In het geval van Kraay moeten we niet denken aan bijzondere talenten of uitzonderlijke prestaties, tenzij men het vervullen van talloze functies binnen de voetballerij ook als een talent of prestatie wenst te beschouwen. Kraay volbracht zijn modale spelersloopbaan als 'robuuste stopperspil’ bij achtereenvolgens Dos en Feyenoord, om daarna een veelheid van clubs van technische adviezen te voorzien. Maar overal waar Hans Kraay verscheen was het kwakkelen geblazen, of hij nou tegen een bal trapte, spelers aan- of verkocht of tactische concepten bedacht.
Kraay is een geboren kwakkelaar. Zo geniet hij in 1967 bijvoorbeeld de twijfelachtige eer om wegens veelvuldig blessureleed gebombardeerd te worden tot pechkampioen van de competitie. In een tijd dat sportjournalistiek nog voor het overgrote deel uit wedstrijdverslagen bestaat, slagen zijn 'overgevoelige achillespezen’ erin landelijke bekendheid te veroveren. Van dag tot dag verschijnen er berichten over en Kraay is nooit te beroerd om, al naar gelang de toestand van zijn pezen, te verklaren dat hij 'er moedeloos van wordt’ of daarentegen 'weer heilig gelooft in een come-back’. Ook zijn talloze kuitspier- en liesblessures houden de gemoederen almaar bezig. Ja, zelfs het hoofd van Kraay blijkt een kwakkelend, blessuregevoelig lichaamsdeel. 'Mijn wenkbrauwen zijn erg kwetsbaar’, verklaart hij na een zoveelste, bij een kopduel opgelopen hoofdwond.
Ook zijn afscheid als profvoetballer komt kwakkelend tot stand. 'Eerst wilde hij spoedig stoppen maar toen kwamen de twijfels’, kopt de Volkskrant. 'Tot aan het eind van deze week wist hij het nog zeker: “Dit seizoen is het laatste.” Maar sinds enkele dagen is die beslissing aan het wankelen. Een definitieve beslissing zal zodoende voorlopig uitblijven.’
Na veel twijfel en een heuse 'depressie’ bezegelt een medisch onderzoek in 1968 zijn lot: hij moet stoppen. Maar op dezelfde dag valt reeds te lezen dat het hier een 'nog lang niet als afgelopen te beschouwen voetbalcarrie`re’ betreft. Kraay gaat het trainersvak in en begint bij bescheiden clubs als DFC en Go Ahead Eagles, om in 1974 de grote sprong voorwaarts te maken, die naar Ajax. Dan al vindt hij het tien keer leuker om over voetbal te praten dan om een trainingspak aan te trekken en een balletje mee te trappen.
Kraay wordt de eerste 'technisch directeur’ van Nederland, die tevens verantwoordelijk is voor 'alle contacten met de nieuwsmedia’. In deze hoedanigheid raakt hij alras bedrevener in het verwoorden en toelichten van toekomstvisies, beleidsplannen en goede voornemens dan in het achter de vodden zitten van voetbalprofs. 'Haarms en Van Daal nemen de veldtraining geheel voor hun rekening. Ik leid wel de tactische bespreking, maar tijdens de wedstrijd zit ik op de tribune en is Haarms volledig autonoom’, doceert Kraay. Hoe netjes en verantwoord hij de taakverdeling ook formuleert, de halfbakken constructie blijkt geen succes. Dus wordt 1974 voor Ajax, u raadt het al, een echt kwakkeljaar. En aangezien Ajax niet van kwakkelen houdt, rolt Kraays kop onmiddellijk.
Hoewel dit brute einde een bres slaat in Kraays groeiende status, krabbelt hij als 'enige gentleman van de Nederlandse voetbalwereld’ gauw weer overeind en weet hij zich gesteund door de prachtige volzinnen waarmee hij het persvolk van kant-en-klare kopij heeft voorzien. In de jaren die volgen kletst hij zich voor kortere of langere tijd naar binnen als voetbalcolumnist bij de Volkskrant, adviseur bij Voetbal International, commentator bij Studio Sport en directeur van de Vereniging Sportsponsoring Nederland. Zelfs een zetel in het sectiebestuur Betaald Voetbal lijkt op handen, maar dat ketst op het laatste moment af.
ALS KRAAY BEGIN jaren tachtig langzaam vergroeid is geraakt met de microfoon en zijn stek als links- dan wel rechtsom lullende kwakkelcommentator gevonden lijkt te hebben, klopt Feyenoord ineens aan zijn deur. De club is danig afgezakt en hunkert naar de diplomatieke slogans van Kraay en, wie weet, naar de betere tijden waarin hij in de Rotterdamse hoofdmacht acteerde. Maar ook dit avontuur wordt weer een kwakkelavontuur, omdat Kraay last krijgt van 'benauwdheid’ tijdens wedstrijden en toernooien. Hij zou de spanningen niet aankunnen en verkast opnieuw naar een bureaufunctie. De successen blijven wederom uit en een jaar later ontdoet Feyenoord zich van hem.
Normaliter zou iemand na dergelijke fiasco’s tenminste een klein stapje terug doen. Zo niet Kraay. Nauwelijks twee jaar later verschijnt de dekselse mooiprater ten tonele als 'technisch manager’ van de derde topclub van Nederland: PSV. Hij betrekt er zijn mooiste kantoor, hij verdient er zijn hoogste salaris, maar zijn positie is van begin tot eind wankel en behoeft 24 uur per dag verbale ondersteuning. 'De verantwoordelijkheid van de opstelling ligt bij mij, al zal voortdurend overleg plaatsvinden. In geval van twijfel hak ik de knoop door. Maar als Reker (veldtrainer PSV - hvw) tijdens de wedstrijd wisselt is dat ook mijn wissel.’ Het is natuurlijk weer een kwakkelconstructie van de bovenste plank. En wanneer Kraay uiteindelijk te weinig zeggenschap krijgt en doorheeft voornamelijk als voorgevel van de club en het Philips-concern te worden gebruikt, slaat hij met zijn vuist op tafel. Maar kwakkelaars horen niet met vuisten op tafels te slaan, die horen sierlijk te kwakkelen. En dus vliegt Kraay eruit.
Al met al heeft de voetbalwereld dertig jaar nodig gehad om de pappen-en-nathouden-verhaaltjes van Kraay-de-kwakkelaar te ontmaskeren. Nu is het dan zo ver: als Studio Sport-goeroe wordt hij door het profwereldje uitgekotst. Doch in de beslotenheid van de Hilversumse studio’s mag hij nog even doorgaan de presentabele voorgevel te zijn die Ajax, Feyenoord en PSV ooit in hem zagen. Hij kwakkelt sierlijker dan ooit. 'Ajax was vanavond zichzelf niet’, zegt hij drie kwartier na Ajax-Panathinaikos, zonder een keer met zijn ogen te knipperen.