Hans wijers

Minister Wijers is de ‘golden boy’ van Paars. Hij is, zegt men, briljant, visionair, scherpzinnig en doortastend. Maar lang zal de politiek niet van hem mogen genieten. Hooguit tien jaar geeft hij zichzelf. Maar tegen die tijd zal Nederland worden geregeerd door louter flexministers.
HIJ MOET ZIJN wenkbrauwen hebben gefronst: volgens de jongste opiniepeilingen verliest D66 acht zetels, en daarnaast kampt de partij met een ledenverlies van twaalf procent. Zou het aan hèm liggen? Onmogelijk, zal Wijers concluderen. Is hij niet omschreven als ambitieus, pragmatisch, visionair, briljant, scherpzinnig, origineel en communicatief?

De D66-minister van Economische Zaken heeft alle eigenschappen die Paars zo graag wil: uitstraling, charme. Relaxed staat hij bij de microfoon in de Tweede Kamer, één hand losjes in de jaszak. De mid-veertiger heeft iets jongensachtigs, niet dat tobberige van Van Mierlo en Nuis. Hij is doortastend: ‘Den Haag neemt hier de beslissingen, niet het middenveld.’ Kleine deukjes in zijn ministerschap komt hij met gemak te boven. Antilliaanse pensioenvennootschap? Mag voor de wet, maar als Nederland dáár al moeite mee heeft, dan doen we het toch niet? Lease-auto voor een te lage cataloguswaarde op zijn belastingformulier? Jongens, niet zeiken. Wijers heeft wel wat anders aan zijn hoofd: Nederland vooruitstuwen, of, zoals hij zijn missie ook verwoordt: het moet weer spannend worden. 'Die spruitjeslucht, hè, die moet verdwijnen.’
Hans Wijers ís Paars.
HIJ WERD ALS een komeet gelanceerd. De anonieme organisatieadviseur Hans Wijers, in Groningen afgestudeerd en gepromoveerd in Rotterdam, zat weliswaar in het 'economenclubje’ van D66, op partijcongressen en -bijeenkomsten werd hij echter zelden gesignaleerd.
Op 22 augustus 1994 verruilde hij zijn managementadviesbureau Horringa & De Koning voor het statige pand van 'EZ’ aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. Wijers zette zijn werk grosso modo voort. In plaats van bedrijven te helpen reorganiseren en fuseren, pakt hij de firma Nederland aan: 'Ik zie het kabinet als de Raad van Bestuur van de BV Nederland.’
Voortvarend gaat de dynamische ex-consultant aan de slag. Hij is de eerste minister in het paarse kabinet die bezuinigingen doorvoert - vooral op subsidies voor milieuvriendelijke energieprojecten en technologiestimulering. Even voortvarend reorganiseert hij de winkeltijden.
Met de one-liner 'Werk, werk, werk’ hakt Wijers knopen door op zijn missie voor deregulering en flexibilisering. De Mededingingswet gaat kartelvorming tegen; de Vestigingswet is bijgesnoeid: van de 88 vergunningen uit de oude regeling zijn er nog acht over. Hij is voorstander van regelvrije zones, waar timmerbedrijfjes ongehinderd hun slag kunnen slaan: 'Dan krijg je maar wat meer geluidsoverlast.’ De afschaffing van het minimumloon slikt hij snel weer in: onvoldoende draagvlak. Méér investeren in technologie, in kennisinfrastructuur en in de elektronische snelweg, zulke zaken blijven staan als een huis, zoals ook de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn.
Terwijl de econoom Wijers in 1982 in zijn proefschrift over Nederlandse industriepolitiek nog waarschuwt voor 'het verheffen van de markt als het natuurlijke coördinatiemechanisme’, vertoont de politicus Wijers een blind vertrouwen in de vrije markt. Dáár, en alléén daar, ontstaat werkgelegenheid: laat alle obstakels wijken. Heel soms laat hij doorschemeren dat hij óók wel weet dat winsten niet automatisch worden omgezet in banen. Maar de one-liner 'De markt zorgt voor werkgelegenheid’ doet het toch goed?
WIJERS WEET ER altijd een draai aan te geven. Okee, Philips stoot arbeidsplaatsen af, 'maar doet dat ook door dingen uit te besteden. Bij de toeleveringsbedrijven ontstaan vanzelf nieuwe banen’, zegt hij.
Het kan niet anders of Wijers moet botsen met het imago van zijn partij. D66, stond die partij niet voor staatkundige vernieuwing? Had die ook niet iets beschaafd-sociaals? En een groen imago? 'Ik ben lid van D66, ik vind het milieu heel belangrijk’, haast Wijers zich in een interview te verklaren. Maar staat een schoner milieu niet op gespannen voet met de economische groei van drie procent die Wijers voorstaat? Ook daar heeft Wijers een antwoord op gevonden. Hij draait de zaak simpelweg om: een forse economische groei, betoogt hij nu, is juist de voorwaarde voor een schoner milieu. Jongens, niet zeiken: 'Die groei hebben we nodig voor het milieu. Het idee dat er omwille van het milieu geen groei meer zou kunnen zijn, vind ik zo'n trieste conservatieve manier van denken.’
Zijn partijgenoten wijten deze merkwaardige theorie aan zijn rol als minister van Economische Zaken. Men hoopt dat Wijers zal bijdraaien wanneer hij partijleider wordt - ook al geeft Wijers aan die functie niet te ambiëren: 'Ik voel mij verantwoordelijk voor de opvoeding van twee kleine kinderen.’
En dan het beschaafd-sociale imago. Moet een minister van Economische Zaken op handelsmissies in het buitenland niet tenminste íets opmerken over mensenrechten? Op handelsmissies wekt de minister eerder de verdenking dat mensenrechten hem wel het minst bezig houden. Hoe staat het met zijn kennis op dat terrein? Is er bijvoorbeeld iets mis met de mensenrechten in China? vraagt een interviewer. De minister: 'Ja, dat zal wel, hè. Ik weet het niet.’ Jongens, niet zeiken: 'Ik ben niet voor niets al jarenlang lid van Amnesty International.’
'Sociale bewogenheid straalt Wijers niet uit. Dat is zijn zwakke kant’, zegt Eddy Schuyer, voorzitter van de Eerste-Kamerfractie van D66, in een interview. Wijers lijkt niet wakker te liggen van de gevolgen van zijn flexibliseringsbeleid voor werknemers. Flexwerkers, het is bekend, hoppen van het ene baantje naar het andere, bouwen geen pensioen op, kunnen geen hypotheek regelen, en kloppen bij tijd en wijle bij de sociale dienst aan. Jongens, niet zeiken, verzucht Wijers: 'De hele wereld wordt harder, maar ook spannender.’
TWEE JAAR geleden, op het D66-congres, deed Wijers zijn niet-begrijpende partijgenoten nog eens uit de doeken hoe ze naar de arbeidsmarkt moeten kijken: iedere Nederlander biedt als een kleine ondernemer zijn diensten ergens aan, hoppend van baan naar baan, zoekend naar nieuwe kansen. Is Wijers niet zelf zo'n nomadenkind? Almaar op zoek naar een beter bestaan verhuisde zijn eigen vader, het gezin in zijn kielzog, gemiddeld een keer per drie jaar.
De superflexibele arbeidsmarkt waar Wijers van droomt, is al werkelijkheid, zegt hij in een interview: 'Californië en Massachusetts zijn twee Amerikaanse staten waar dat goed werkt. En Zuidoost-Azië natuurlijk.’
Als een in D66-kringen verdwaalde sociaal-democraat iets opmerkt over grootouders die op de barricaden stonden voor een arbeidstijdenwet, minimumloon en cao’s, zegt Wijers: 'D66 heeft geen geschiedenis en kan daardoor modern en vernieuwend zijn.’ Voor wie desondanks blijft morren, heeft Wijers opnieuw een one-liner klaar: 'Je kunt niet alle punten uit je verkiezingsprogramma realiseren.’ Of: 'Je moet nou eenmaal vuile handen maken.’ Dat zijn partijgenoten daar niet allemaal van overtuigd zijn, komt, zegt Wijers, omdat zijn partij zo lang in de oppositie heeft gezeten. 'We moeten met de partij een leerproces doormaken.’
Zal de burger die impopulaire maatregelen wel begrijpen? Tuurlijk, filosofeert Wijers over Jan met de pet: 'Hij denkt: Ik ben zelf nog naar het Malieveld geweest om te protesteren, toen ze aan die of die regeling zaten, maar het totale beeld geeft mij vertrouwen in het bestuur van dit land.’
Toch laat Wijers zich op sociaal vlak niet helemaal onbetuigd. 'Wij moeten het ontstaan van een onderklasse voorkomen’, zegt hij. En: 'Het mag best iets harder worden. Maar ik wil wel een samenleving die beschermend is voor de mensen die het op een gegeven moment niet halen.’
GELOOFT MEN hem nog wel? Het lijkt erop dat de eerste reddingspogingen al zijn begonnen. Twee weken terug, in een interview met Vrij Nederland, werpt de kersverse D66-partijvoorzitter Tom Kok zich op als schutspatroon van de gedupeerden van Wijers’ vrije-marktbeleid. Mocht D66 het ècht te vertellen krijgen, dan weet Tom Kok het wel: 'Ik zou binnen een maand een paar groepen die gigantisch in de knel zitten, financieel steunen. Ouderen in een verzorgingshuis die schulden hebben.’ Maar ook zou hij zijn oude hospita te hulp schieten, die 'moeizaam de eindjes aan elkaar moet knopen. Daar moet echt iets aan gedaan worden.’
'Ik zit hier omdat ik het een leuke job vind’, zei Wijers bij zijn aantreden. Het wachten is op zijn vertrek uit de politiek: 'Om te zeggen, dat is een wondere wereld waar ik me een jaar of tien zou willen uitleven, nou nee.’
Voordat hij op de firma Nederland is uitgekeken, zal hij, zo fluistert men in Den Haag, zijn laatste target willen uitvoeren - tevens een logische consequentie van zijn beleid: zijn 1400 ambtenaren op EZ worden flexambtenaren. Gevolgd door een flex-Tweede Kamer, een flexministerraad, en zelfs een minister-president op afroepbasis is niet uit te sluiten. Pas dan heeft consultant Wijers zijn taak volbracht en kan Nederland opgelucht ademhalen - om de klok weer terug te draaien.