FILM Nieuwe, verdrietige werken uit België

Hard en hallucinerend

De ‘nieuwe Belgische cinema’ lijkt op het eerste gezicht zwaarmoedig, maar vormt eigenlijk juist een lichtpunt in de cinema van Europa.

‘Als het mysterie voorbij is kan de misère beginnen.’ Dat zegt Rudy (Wim Willaert) een paar keer in de nieuwe Belgische film Offline van Peter Monsaert (1975). Ook verklaart hij tegenover iedereen die maar luisteren wil: 'Ge ként me niet.’ Bijna triomfantelijk. De ironie is dat niemand hem gelooft. Iedereen kijkt eigenlijk voorbij hem, zo 'normaal’ is hij, ook al heeft hij er net zeven jaar gevangenisstraf op zitten en probeert hij na zijn vrijlating de banden met zijn gezin aan te halen. In zijn omgeving, een niet nader genoemde stad in Vlaanderen, is Rudy allerminst een vreemde eend in de bijt. Hij vervaagt tegen de achtergrond van grijze flat-gebouwen en rijtjeshuizen van rode baksteen en garageboxen waar om onduidelijke redenen mensen kapotte wasmachines bewaren. Rudy is een schim, nauwelijks echt. Maar hij heeft een geheim. En daar draait de film om: het openbaren van het mysterie van een man die aan de zijlijn staat, offline als het ware.

Offline is de jongste inschrijving in de uitdijende canon van de nieuwe Belgische cinema. Deze kenmerkt zich door een focus op zware sociaal-realistische thema’s die turbulente ontwikkelingen in de maatschappij reflecteren: economische malaise, vervreemding in de multiculturele maatschappij, psychologische onthechting, of simpelweg melancholie als het standaardgevoel in een omgeving waarin het trieste landschap zelf als een soort personage een emotionele realiteit creëert. Maar de mooiste films uit dat deel van de Lage Landen onderscheiden zich vooral door een narratieve wending of een onverwachte openbaring over het karakter van een personage die het geheel een nieuwe betekenis geeft. Zo bezien zijn de verdrietige films uit België juist inspirerend, en vormen zij op dit moment een lichtpunt in de Europese cinema.

De zwaarmoedigheid wordt in het geval van Offline ook nog eens onderstreept door een soundtrack speciaal voor de film gecomponeerd door de Antwerpse hardrockband Triggerfinger. Vooral het nummer Dirty Down Low, een mix tussen Led Zeppelin en The Chemical Brothers, past perfect bij de personages, die een hard, soms hallucinerend leven zonder noemenswaardige vooruitzichten leiden.

Misschien valt er wat dit betreft zelfs een bredere context dan alleen Vlaanderen of Wallonië in Offline te ontdekken, namelijk de universaliteit van een man, een Everyman, die ogenschijnlijk reddeloos buiten de bekende structuren om leeft, uitgestoten door de maatschappij. Of iemand die daar uit eigen beweging is terecht-gekomen als gevolg van een gevoel van ontnuchtering over kapotte dromen en onvervulde wensen. Deze man zoekt één ding: verlossing.

Zo valt Offline mooi te vergelijken met een film als Paddy Considine’s Tyrannosaur (2011) waarin Peter Morgan de rol speelt van een man die in een arme woonbuurt in het Engelse Midlands met stijgende verbazing de vulgariteit en het geweld op straat waarneemt. Dat niet alleen, hij heeft zelf te kampen met de spiraal van haat in deze maatschappij. Wanneer hij een vrouw ontmoet die hem de mogelijkheid van liefde biedt, moet hij kiezen tussen een cocon van zelfopgelegde gevangenschap en het onder ogen zien van zijn eigen, gewelddadige verleden. Slechts in het laatste geval kan hij weer terugkeren naar de echte wereld.

Voor dezelfde keuze staat Rudy in Offline. Hoe hij ook probeert na zijn vrijlating weer deel uit te maken van de gewone wereld, het is alsof hij niet de codes kent die de toegang tot een 'normaal’ leven ontsluiten. Wanneer hij aan de slag gaat als chauffeur van een rijdend reclamebord - met daarop de ironische tekst 'Droomvakantie voor het hele gezin’ - blijkt hij de eenvoudige routes niet te kunnen volgen. Dat is veelzeggend. De vraag rijst of Rudy in staat is tot het leiden van een normaal bestaan. Rachid, een vriend uit de gevangenis, zegt tegen hem: 'Dit is niet de bajes, dit is het echte leven.’

Vanaf de eerste scène is duidelijk dat Rudy vastzit, ook al is hij vrijgekomen. Regisseur Monsaert verbeeldt zijn gevangenschap mooi met een schermvullende close-up van een vogelkooi met daarachter een vaag beeld van Rudy. Later in de film dreigt zijn frustratie over zijn groeiende isolatie uit de hand te lopen. Door het joggen probeert hij de spanning te verlichten, maar het is alsof hij niet aan de terug-kerende wanhoop kan ontsnappen. Nauwelijks op adem gekomen steekt hij maar weer een sigaret op - een mooi moment van wrange humor - en staart uitdrukkingloos naar een flatgebouw waar zijn dochter woont.

Rudy is een archetype in de nieuwe Belgische cinema - films als Eldorado (2008) van Bouli Lanners (waarin het platteland even restrictief als de stad blijkt), The Invader (2012) van de beeldend kunstenaar Nicolas Provost (over postkoloniale schuld en het uitzichtloze leven van een illegaal in Brussel) en Rundskop (2011) van Michaël Roskam, een psychologische misdaadfilm over de Belgische hormonenmaffia. In deze films maken de hoofdpersonages, mannen, een reis naar binnen. Ze hebben allemaal het een of andere geheim, en in het geval van Rudy in Offline is het ritme van de vertelling afgestemd op het systematisch onthullen van dat geheim. Alleen zo denkt Rudy opnieuw te kunnen leven, misschien zelfs weer als vader van zijn gebroken gezin. Maar de film eindigt met een dilemma. Dat is niet frustrerend om naar te kijken, maar juist heel mooi. Want levensecht. Zo laat de film je met een gevoel achter dat je iets van waarde hebt gezien, ook al worden er geen oplossingen aangereikt. Immers, de ellende begint pas als alle antwoorden op tafel liggen, weet Rudy.


Offline draait vanaf januari in de bioscoop