Hard en helder

‘Zou ik het toch anders hebben gezegd.’ Ui zei. LE:

‘Terugblik dus. Schrijf eens zoals ze echt schrijven. Als oefening. Probeer het. Mag best een beetje te mooi zijn. Keer deze.’ Hoewel ik dacht aan niets anders bezig te zijn, was ik zo goed niet of ik deed het. Het is tenslotte maar een ui die mij corrigeert. Niet Kees Fens. 'Als een oververhit mes valt het zonlicht door een klein vierkant raam de ruimte binnen. Snijdt bijna de stoffige schoenpunten af van de man die daar zit. Tegelijk met het licht suizen ook pianoklanken voorbij. Dringen zich niet op maar lijken behoedzaam hun beurt af te wachten. Beleefd, hoewel niet verlegen. Er is geen wind, toch wordt het geluid van de snaren opeens zwakker, om dan weer hard en helder op te klinken. Alsof een vuist binnenin het zwarte hout ze bij elkaar greep en na een aantal seconden weer loslaat. Het is een oude piano, misschien dezelfde leeftijd als de man met…’ 'Dat is alweer over de rand, die laatste zes woorden.’ Hij lette goed op, mijn eigen ui. 'Suizen, dat is mooi! Niet alleen om die toonvaste ui. Daarin kondig je die wind, die er helemaal niet is, al aan. Maar het mag, hoe zal ik het zeggen, met iets meer ruis. Als je dat woord enigszins begrijpt.’ 'Ik begrijp alles goed. Ook van ruis en zo. Maar je hebt nu eenmaal je reputatie op te houden. Ruis is vandaag minder in de mode. Heeft een verguld achterste en daarbij ook een introductie nodig.’ Ik zette hem meteen ook maar even op. 'Ja, en schuim is wat met goede bedoeling komt bovendrijven.’ Tot hier en niet verder. Dacht ik bijna. Was ik nog maar met vakantie. Met een koffergrammofoon op mijn eigen zonneterras en de lucht daarboven gevuld met Mabel’s Dream, tweede take. Wel Johnny Dodds maar niet Johnny St.Cyr. Toch de liefste Johnny’s ter wereld. Zonder of met ruis.