Hard en stralend

Als je boven op een berg staat is de wijde wereld van wolken en hemel groots. De foto van Richard Long doet in zijn statigheid denken aan een gedicht van Goethe, die de Brocken beklom.

De kunstenaar Hamish Fulton, die vroeger zijn vriend Richard Long vaak op wandeltochten vergezeld heeft, vertelde mij eens wat er met je kop kan gebeuren als je door dat lopen in moeilijk terrein echt volkomen uitgeput raakt en het voor je ogen letterlijk rood en groen begint te schemeren. Je bent zo moe, schijnt het, dat je rotsen en bomen in het landschap om je heen echt anders gaat zien. Bijvoorbeeld: je ziet ze helderder – of nog stiller dan een stuk rots al stil is. In 1969 beklom Long, toen nog een jonge kunstenaar, de iconische hoogste berg van Afrika. Daar maakte hij een foto: Being on the Summit of Kilimanjaro at a Sunrise in Africa in 1969. In 1999 heeft hij met die foto een prent gemaakt die nu, met alle andere van zijn prenten en prentseries, te zien is in het mooie Museum Kurhaus in Kleve, net over de grens bij Nijmegen. Hoe inspannend het beklimmen van de berg was, weet ik niet, maar wat mij opvalt als ik naar de foto kijk is de stille, ijle klaarheid ervan. Wel vraag ik me af of er zwakke, suizende wind was. Het dichte wolkendek, rechts onder de top, ziet er roerloos en onberoerd uit. Het zal dus, wat het hoog in de bergen vaak doet, waarschijnlijk niet gestormd hebben.

Natuurlijk is het fotografische beeld door Long, daar op die berg, zo gekozen dat die onpeilbare stilte in een onmetelijke ruimte er de karakteristiek van werd. Zo wilde de kunstenaar het. Richard Long komt uit de sculptuur. Als hij om zich heen kijkt, ziet en meet hij afstanden. Hij is geen fotograaf die via een hele reeks van snapshots bij het saillante moment uitkomt. Deze foto is door hem geconstrueerd met dezelfde geduldige gravitas als waarmee collega’s in de minimal art (want dat is zijn artistieke omgeving) een beeld bouwen – daarbij almaar kijkend hoe het nog spaarzamer zou kunnen. Hij vertelde dat Beckett de schrijver is die hij het liefst leest. Zo heeft hij een gezichtspunt gekozen op een plek die visueel in de luwte ligt. Voorzover ik ze ken, zijn bergtopfoto’s een genre. Ze drukken de triomf uit van de aankomst van de klimmer op de top, na onnoemelijke hindernissen en gevaren met succes te hebben overwonnen. Dus wordt in zo’n foto getoond hoe hoog en koud en onherbergzaam het is op het dak van de wereld. In de foto van Long zien we daarentegen een glooiend verval in de donkere steenmassa, bijna een beschutte plek. Van links boven en neerwaarts rusten stukken sneeuw. De contour van de berg zakt van links naar rechts naar beneden en dan rechts weer iets naar boven zodat er een V-vormig uitzicht ontstaat op een wolkenzee – een roerloze, verstilde kabbeling die zichtbaar is tot aan de mistige einder. (Wat een mooi woord hier, einder, ik was het bijna vergeten.)

Eigenlijk kijken we vanuit het wat lagere gezichtspunt iets naar boven tegen de helling op. Zo komt het dat de contour van de berg werkt als een brokkelige lijn die van links naar rechts dwars door het beeld gaat. Wat daar­boven overblijft, wolkenzee en lucht, heeft ongeveer dezelfde vorm als het donkere volume maar dan omgekeerd. In een wonderbaarlijke symmetrie zijn het elkaars tegenbeelden. De partijen sneeuw hebben het soort vormen waarmee ze zich heel natuurlijk in dit samenspel mengen.

In december 1777, in de winter, was Goethe er met een gids in geslaagd de Brocken te beklimmen, de hoogste berg in de Harz. Dat gold toen als ondoenlijk. Eenmaal boven werd de dichter overmand door de aanblik van, onder hem, ein unbewegliches Wolkenmeer nach allen Seiten. De echt sublieme ervaring betrof echter de gekleurde schaduw van de bergtop die de ondergaande zon over het wolkendek deed glijden. Maar er is nog iets anders. Uit deze beroemde Harzreise im Winter is het gelijknamige gedicht voortgekomen dat zo begint: ‘Dem Geier gleich/ Der auf schweren Morgenwolken/ Mit sanftem Fittich ruhend/ Nach Beute schaut/ Schwebe mein Lied.’ Al eerder op zijn reis had hij die vogel, vermoedelijk een grote buizerd, gezien; toen werden al zulke roofvogels gier genoemd. Hij zag het beest draaien en zweven en op zijn vleugels schommelen: een adembenemend stil silhouet hoog in de lucht.

Zo groots is ook de wijde wereld van wolken en hemel als je boven op een berg staat. De glooiende vormen zwart en wit (en grijze schaduw ook) in de foto van Richard Long hebben, vind ik, een statigheid die te vergelijken is met de in het gedicht uitgedrukte schommelende vlucht van de vogel. Lees de woorden langzaam hardop. Aan het langzame gewicht van sculptuur word ik ook herinnerd. Het beeld weerspiegelt gevoelens die eeuwenlang rondom de natuur gegroeid zijn en die nu bij Richard Long samenvallen met zijn door minimal art en abstractie gevoede vormgevoel. Een ander voorbeeld is No Footprints oftewel Walking a Wide Circle on the Blue Ice of Union Glacier, in Antarctica. Met die foto bevinden we ons in de cirkel. Dat bedoelde ik toen ik me afvroeg of het nog spaarzamer kon. Ja dus: zo hard en stralend.


PS Zie ook het door Museum Kurhaus ­uitgegeven boek Richard Long Prints 1970-2013, gemaakt door de curator Roland Mönig en verschenen in de Verlag der Buchhandlung Walther König. Verder verwijs ik liefhebbers graag naar J.W. ­Goethe, Gedichte, twee delen, bezorgd door Karl Eibl, Deutscher Klassiker Verlag