Hard woonbeleid schuurt met de mensenrechten

Het is een bericht dat in eerste instantie de ogen doet knipperen: de VN waarschuwen dat het Rotterdamse woonbeleid in strijd is met de mensenrechten. Burgemeester Aboutaleb reageerde op de kritiek van de vijf VN-rapporteurs als een Oost-Europese semi-dictator: ‘Ik ben geen burgemeester van een stad waar mensenrechten worden geschonden. Dat weiger ik te accepteren.’ Toch hebben de VN wel degelijk een punt. In de Rotterdamse Tweebosbuurt sloopt de gemeente ondanks verzet van de buurtbewoners 524 goedkope, sociale huurwoningen en bouwt daarvoor 381 woningen terug, waarvan er slechts 137 tot de sociale huur behoren. Honderden sociale huurders worden hierdoor gedwongen hun huis te verlaten en nog geen derde van hen kan later in de nieuwbouw in hun geliefde buurt terugkeren. Voor deze gedwongen verhuizing bestaan veel hardere woorden die wel degelijk op mensenrechtenschendingen duiden.

De Tweebosbuurt is geen incident. Het breed samengestelde Rotterdamse gemeentebestuur van vvd, cda, GroenLinks, pvda, cda en ChristenUnie-sgp wil, gesteund door oppositiepartij Leefbaar Rotterdam, tot 2030 nog eens twaalfduizend sociale huurwoningen slopen in buurten die volgens b. en w. te eenzijdig zijn samengesteld: lagere inkomens en uitkeringsgerechtigden worden zo vervangen door jonge expats, consultants en advocaten.

Bewoners van grote steden worden hun eigen buurt uit gedreven

De hardheid van het Rotterdamse beleid is in de Nederlandse verhoudingen extreem. Maar tien jaar landelijk vvd-beleid en de zachte arm van de markt hebben in andere grote steden sluipenderwijs precies hetzelfde effect. Woningbouwverenigingen kregen door vvd-minister Stef Blok een extra belasting opgelegd van 1,7 miljard euro per jaar en werden hierdoor gedwongen om elk jaar een deel van hun woningen te verkopen. Vooral voor buitenlandse investeerders zijn deze inmiddels tweehonderdduizend verkochte woningen een gewilde prooi. Door de lage rente en de aftrek van hypotheekrente groeide bovendien de vraag naar koophuizen enorm, terwijl er veel minder werd bijgebouwd (dat had de markt moeten doen). De bewoners van grote steden worden zo door de stijgende huren en koopprijzen hun eigen buurt uit gedreven. Dat merkt Massih Hutak ook in Amsterdam-Noord, en hij schreef er een boek en een beklemmend essay over in De Groene. Het begon met de witte, creatieve klasse die haar intrek nam in voormalige schoolgebouwen, buurttheaters en sportzalen, schrijft de kunstenaar/rapper. Deze ‘enclaves van creatieven’ waren onbedoeld de aanjager van gentrificatie en groeiende ongelijkheid.

De ziel en de menselijkheid verdwijnen zo uit de oude wijken, schrijft Hutak. Kleine huizen die tot voor kort voor enkele honderden euro’s per maand verhuurd werden, doen nu vier, vijf ton in de verkoop, de buurtsuper verdwijnt, de segregatie op scholen neemt toe en buurthuizen worden gesloten broedplaatsen voor de happy few. Bewoners ervaren ‘nieuwbouwpaniek’. De diepe bouwputten en hoge hijskranen zijn intimiderend, omdat maar al te duidelijk is dat er voor hen niet gebouwd wordt.

Iedereen erkent inmiddels dat de markt ook de woningcrisis niet zal oplossen. ‘In neoliberaal gelul kun je niet wonen’, zou de fameuze voormalige Amsterdamse bouwwethouder Jan Schaeffer gezegd kunnen hebben. De overheid zal vele miljarden moeten investeren en het is vooral de vraag hoe dat georganiseerd wordt. De traditionele partners – gemeenten en woningbouwcorporaties – staan weer vooraan, maar de ‘daadkrachtige’ directeuren die rondreden in Maserati’s, investeerden in peperdure prestige-objecten en belegden in risicovolle derivaten zijn nog niet vergeten.

‘Betrek bewoners bij de inrichting van hun buurt’, adviseert Hutak dan ook in zijn sterke pleidooi. Ze moeten een betekenisvolle plek krijgen aan de tafels waar de besluiten worden genomen. ‘Sterker nog, de tafels moeten opnieuw worden gebouwd, ditmaal door de bewoners zelf.’ Zo voorkom je niet alleen mensenrechtenschendingen als in Rotterdam, maar krijgen de ziel en de solidariteit in de oude wijken een nieuwe invulling. En zijn woningbouwverenigingen niet ooit met die gedachte opgericht: samen bouwen voor en vooral ook mét de buurt?