Profiel Rita Verdonk

Harde realiste met humane inborst

Rond Rita Verdonk hangen grote emoties. Niet vanwege haar persoonlijkheid, want ze is een nuchter en stoïcijns type. Het is haar ferme beleid dat heftige reacties oproept. Als bij geen ander binnen de regering-Balkenende II manifesteert zich bij de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie de botsing tussen de oude en de nieuwe politiek. Verdonk polariseert dwars door de oude ideologische tegenstelling heen. Onder haar bewind staat het traditionele imago van Nederland als een tolerant land op het spel. Terwijl ze binnen de Tweede Kamer relatief weinig weerstand ondervindt voor haar plannen over asielzoekers en allochtonen, wordt ze in het publieke debat uitsluitend beoordeeld in extreme termen. De vraag is: ben je voor of tegen Verdonk? Daar zit weinig tussen. Als Verdonk-tegenstanders in hun woede er niet meer uitkomen, grijpen ze naar het nationale morele ijkpunt, de Tweede Wereldoorlog, om hun onbehagen kracht bij te zetten: Verdonk deporteert asielzoekers en behandelt moslims als Duitse joden in de jaren dertig, wat haar impliciet tot een nazi-leider maakt.

Deze retoriek leidde andermaal tot een conflict, ditmaal met Verdonks partijgenoot Hans Dijkstal. In een interview met het Algemeen Dagblad vorige week trok hij een parallel met het bruine verleden. Het idee om vignetten in te voeren die de mate van integratie van allochtonen aangeven, vindt Dijkstal eng: «Het begint allemaal verdacht veel op de jodenster te lijken. Daar gaan we dus niet aan meewerken.»

Verdonk reageerde als door een wesp gestoken. Ze voelde zich diep gekwetst en wees met haar vinger naar de oud-minister: «Ik ben bezig met het oplossen van het vast gelopen asielbeleid van mijn voorgangers. Het is geen dankbaar werk om mensen valse hoop af te nemen.» Na enige diplomatieke bemiddeling werd de zaak gesust. Maar de toon was gezet.

Een andere, vergelijkbare affaire is nog niet opgelost. Recentelijk kwam Verdonk in aanvaring met de voorzitter van Vreemdelingenorganisatie Nederland, Jan Pronk, nadat hij had gezegd dat haar uitzettingsbeleid van 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers neerkwam op deportatie. Verdonk eiste van Pronk revisie. Pronk riposteerde dat dit woord een normale gebezigde term is binnen rapporten van Buitenlandse Zaken. Verdonk meent dat Pronk donders goed beseft in welke context en met welk effect hij zijn bewoordingen koos. Volgens medewerkers van de overkoepelende vluchtelingenorganisatie wordt volgende week gezocht «naar een nieuwe opening tot contact». Een positief resultaat wordt echter niet verwacht, want achter de semantische discussie gaapt een diepe kloof. Pronk geeft zijn functie niet op en Verdonk wenst op haar beurt niet met deze voorzitter zaken te doen tijdens het periodieke overleg zolang hij niet buigt. In deze ijzige sfeer begint straks de uitzettingsoperatie.

Niet alle tegenstanders gebruiken hermetische termen, die buiten de historische context inhoudelijk hun kracht al lang verloren hebben. Verdonk wordt van alles verweten: ze zou hard zijn, harteloos, genadeloos, kil, technocratisch, een eendagsvlinder in de politiek, een miskleun met een hoofdpijnportefeuille, een ijzeren dame zonder gevoel à la Margaret Thatcher, een oppercipier die van ons land een gevangenis maakt, een wolf in wolfsvacht.

Voorstanders bejubelen haar als helder, koersvast, doelgericht, moedig, krachtig, betrouwbaar, gezellig, loyaal, een vrouw die haar rug recht houdt, een talentvolle politica die met verve haar beleid verdedigt. Uit een enquête onder Haagse hoofdrolspelers (bewindslieden, ambtenaren, politieke adviseurs, kamerleden) in Elsevier van vorige week bleek zelfs dat ze wordt beschouwd als een absolute runner-up, iemand die grote kans maakt om bij nieuwe verkiezingen minister-president te worden (op een vijfde plaats) en als politicus met de meest vernieuwende stijl (op een derde plaats). Vanuit de wandelgangen op het Binnenhof wordt de nieuwkomer in de politiek op een onpopulaire post opvallend positief beoordeeld. «Ergens voor staan» is kennelijk een belangrijke kwalificatie.

Toen Rita Verdonk, gescout door Gerrit Zalm, na de verkiezingen van vorig jaar haar entree maakte, kende niemand haar. Ze had nog nooit iets in de politiek gedaan en was nog maar net lid geworden van de VVD. Haar achtergrond voor deze zware post was wel veelzeggend. Ze had carrière gemaakt binnen het gevangeniswezen en in de gelederen van de staatsveiligheidsdienst. Om haar politieke kleur beter te kunnen duiden, boden de ingrediënten van een studie sociologie in het rode Nijmegen van de jaren zeventig, waar ze meedeed met manifestaties en bezettingen en kort flirtte met de PSP (posters plakken op ruiten) enige richting. Het had iets spannends: een VVD’er met een verleden in linkse kringen en bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Misschien was zij wel een combinatie van hard realisme en een humane inborst? Was zij misschien iemand die de maatschappij professioneel kent vanuit wetsovertredingen en straffen, maar daardoor juist beseft dat individuele mensen, op zoek naar een stabiel en beter leven, steun verdienen?

Het profiel van de 48-jarige Rita Verdonk is na dertien maanden ministerschap glashelder geworden. Zij toont zich hard, eerlijk en niet bang. De minister laat niet met zich sollen. Als iemand op haar beleidsterrein komt, pist ze als een hondje haar grenzen af. Het liefst heeft ze de regie zelf in handen, zodat ze niet voor verrassingen komt te staan. Een keer in een uitzending van Nova kreeg ze vier weinig tolerante citaten voorgelegd waarvan zij moest raden wat de bron was. Ze tuinde er vierkant in: ze waren niet afkomstig van agressieve imams maar uit de bijbel. De rest van de uitzending zat ze met een strak gezicht te mokken.

Natuurlijk, zegt ze met haar geloken ogen voor de camera, heb ik een moeilijke taak, want het gaat de hele dag om mensenzaken. De dossiervreter laat zien dat ze niet te beroerd is om persoonlijk van enkele uit geprocedeerde asielzoekers afscheid te komen nemen. Kloek geeft ze de pechvogels een hand en wenst ze veel succes. Tegen twee Armeense kinderen van vier en zes, geboren en getogen in Nederland, zei ze tijdens zo’n ontmoeting ter bemoediging: «Het is beter voor jullie om naar het land van je ouders terug te keren, en dat je geen Armeens spreekt, kun je ook als een leuke uitdaging zien. Ik ken heel wat Nederlandse kinderen die met hun ouders naar het buitenland gaan, ambassadeurs en mensen van Shell en zo. Voor hen is dat ook een geweldige verrijking van hun bestaan, neem daar een voorbeeld aan.»

Maar hoe eerlijk is haar perceptie van de realiteit, wanneer je tegen kinderen zegt dat het beter voor ze is om terug te gaan terwijl het beter is voor háár beleid en ze hun kansen op een stabiel bestaan vergelijkt met die van expats?

Of de liberale minister realiteitszin bezit, zal de komende maanden blijken. Tot nu toe heeft ze alleen in hoog tempo haar koers uitgezet. Als kroon op al haar werk hoopt ze haar ambt te kunnen omdopen in minister voor Vreemdelingengunsten. Maar eerst moeten de implementatie en de uitvoering nog beginnen. Tienduizenden mensen moeten met behulp van een hele uitzetmachine Nederland verlaten. Eerder al lieten tientallen gemeentes ondubbelzinnig weten niet te zullen meewerken. Met een beetje fantasie is te bedenken welke taferelen zich straks in de uitzetcentra afspelen. Maar wat als de Centrale Regie Terugkeer, de Regionale Integrale Terugkeer Teams en de Mobiele Bijstandteams «het terugkeertraject» niet voor elkaar krijgen?

En dan zijn er natuurlijk nog de ambitieuze plannen van de verplichte inburgeringscursus voor allochtonen. Naar schatting vijfhonderdduizend mensen moeten op cursus en een examen afleggen. Dat vergt een krankzinnige organisatie, tot in vluchtelingenkampen en Turkse dorpen toe. Ook voor oudkomers — een denigrerende titel, want die mensen zijn al lang hier — is «iedere vrijblijvendheid voorbij». Met een koptelefoon op achter de pc moeten ze in het Nederlands leren hoe Nederland werkt. Psychologisch gezien is het moeilijk voorstelbaar dat dit voor hen een gunstig effect sorteert.

Volgende week buigt de Kamer zich over haar Contourennota inburgering. Rita Verdonk zal haar rug kaarsrecht houden. Ze zwicht niet voor emotie.